Carbon stadsauto is aanzet tot complete verduurzaming

De Duitse autofabrikant BMW brengt in november zijn elektrische auto i3 op de Nederlandse markt. De ambities van het bedrijf uit München reiken verder dan alleen het inbouwen van een accupakket en een elektromotor in een bestaande carrosserie. Het hele productieproces ging op de schop, waarbij energie-intensieve processtadia werden geschrapt, nieuwe materialen geïntroduceerd en de energievoorziening in de fabrieken werd vergroend.

Ondanks wat tegenvallende verkopen, lijken autofabrikanten niet aan de elektrische revolutie te ontkomen. In 2020 mogen de auto’s in hun vloot namelijk gemiddeld niet meer dan 95 gram CO2 per gereden kilometer uitstoten. Vooral voor een merk als BMW, dat veelal zwaardere modellen bouwt, is het van belang

om daar tegenover een aantal superschone wagens neer te zetten. Dat begint dus eind dit jaar met de i3. In de loop van 2014 zal daar in Nederland de i8 bij komen.

De basis van de auto bestaat uit een aluminium onderstel en een passagiersgedeelte van met koolstofvezel versterkt kunststof

Het verhaal van de i-serie ontstond in 2007. Een denktank met de naam ‘project i’ kreeg de opdracht om buiten de gebaande paden te zoeken naar een nieuw concept. Uitgangspunt daarbij was een auto te ontwerpen voor in de stad. Inmiddels woont namelijk meer dan de helft van de wereldbevolking in stedelijke gebieden. Die zijn vervuild en dichtgeslibd. Een schone auto zonder plaatselijke uitstoot is dan natuurlijk welkom.

Een voordeel van het ontwikkelen van een stadsauto is dat de actieradius niet al te groot hoeft te zijn. Een maximale actieradius van zo’n 150 kilometer zal dan niet vaak problemen geven. Dat maakte de weg vrij voor de elektrische auto: de BMW i. Maar de denktank ‘project i’ ging verder dan alleen het ontwerpen van een elektrische aandrijving. De bedoeling is dat duurzaamheid in elke fase van de levenscyclus van de auto wordt toegepast; in het ontwerp, productie, gebruik en recycling. Volgens BMW is de Carbon Footprint in de hele levensloop van de i3 33 procent lager dan bij een gewone auto als de huidige Europese elektriciteitsmix als uitgangspunt wordt genomen. Als de auto altijd groene stroom tankt, bedraagt de footprint zelfs de helft.

Ontwerp

Om te beginnen met het ontwerp. De carrosserie van de i3 bestaat uit een aluminium onderstel waarin de aandrijving en accu’s (van Samsung) worden gemonteerd. Dit onderstel is voor 80 procent duurzaam geproduceerd. Dat wil zeggen: ofwel afkomstig van gerecycled aluminium of geproduceerd met groene stroom.

Daarbovenop komt het passagiersgedeelte, dat voornamelijk bestaat uit sterk en licht, met koolstofvezel versterkte kunststof (CFRP). Dit materiaal compenseert het extra gewicht van de accu’s en draagt bij aan de verlaging van het zwaartepunt van de auto, wat de wegligging ten goede komt.

Waterkracht

Voor de productie van deze kunststof werkt BMW samen met het koolstofvezelbedrijf SGL Group uit Wiesbaden. Dat bedrijf levert bijvoorbeeld ook vezels voor de Boeing 787 Dreamliner en de Joint Strike Fighter. In het Amerikaanse Moses Lake bouwden de bedrijven samen een nieuwe fabriek, die voor zijn elektriciteit volledig gebruik maakt van de twee nabijgelegen waterkrachtcentrales in de Columbia rivier, de Wanapum-dam en de Priest Rapids-dam.

Die stroom kan voor een zeer schappelijke prijs van rond de drie cent per kWh worden afgenomen. Dat is minder dan een derde van de prijs die een gemiddeld industrieel bedrijf in Duitsland betaalt. Dat maakt de carbonvezels niet alleen duurzaam, maar in prijs ook concurrerend met aluminium.

De fabriek in Moses Lake opende in 2011 en is de eerste fabriek ter wereld die op grote schaal carbonvezels levert voor de auto-industrie. Aan het begin van de productielijn in de fabriek staat de ‘grondstof’ polyacryl, een stof die ook in de kledingindustrie veel wordt gebruikt.

-_13_-_ITALIAN_automotive_engineering_-_Alfa_Romeo_4C_chassis_-_monocoque_carbon_fiber_-_aluminum_platform_(architecture)_DxO_04

Maar nadat de aanvankelijk witte kunststof draden vier keer door een oxidatie-oven en daarna nog twee keer door een stookoven zijn gegaan, heeft het materiaal een ware metamorfose ondergaan. De draden zijn dan zwart, zeven keer zo dun als een haar, superlicht, maar ijzersterk. Op grote spoelen met elk meer dan 2 kilometer draad, wordt de vezel vervolgens verscheept naar een fabriek in het Duitse Wackersdorf, waar moderne weefgetouwen de vezels verwerken tot grote doeken.

“Behalve dat we 100 procent groene stroom gebruiken, heeft onze fabriek in Moses Lake ook een LEED Gold certificaat”, legt Katharina Schraidt, communicatiemanager van de joint-venture SGL Automotive Carbon Fibers, uit. LEED staat voor Leadership in Energy and Environmental Design en is de Amerikaanse tegenhanger van het in Europa meer bekende BREEAM-label. “En in onze fabriek in Wackersdorf zijn we bezig om het milieumanagementsysteem ISO 14001 te implementeren. We verwachten dat we in 2014 gecertificeerd zijn”, aldus Schraidt.

Windturbines

De koolstofvezel krijgt bewerkingen in fabrieken in Wackersdorf, Landshut en ten slotte in Leipzig, waar alle onderdelen van de auto worden samengevoegd. Bij de fabriek in Leipzig heeft BMW vier windturbines van het type Nordex N100/2500 laten bouwen, die samen jaarlijks 24 GWh aan groene stroom moeten leveren.

Die moeten de productie van de BMW i-serie vergroenen en mochten de turbines te weinig stroom leveren, dan koopt de fabrikant groene stroom bij van het net. Hierbij moet wel gezegd worden dat niet alle modellen BMW die in Leipzig worden geproduceerd, groene stroom zullen gebruiken. Het gaat alleen om de i-serie.

De gebouwen van BMW maken gebruik van allerlei energiebesparende technieken, die niet eens altijd hich tech zijn. Zo zitten in het dak van de fabriek in Landshut grote ramen, waardoor het daglicht naar binnen stroomt en die open kunnen, voor natuurlijke ventilatie. Dit bespaart op ventilatie- en verlichtingskosten en levert ook comfortabeler arbeidsomstandigheden voor de werknemers op. “Niet voor niets is BMW Group al voor het achtste jaar op rij leider in de Dow Jones Sustainability Index”, zegt Mirco Rácz, communicatiemanager van BMW Nederland.

Bij de samenwerking met SGL heeft BMW de touwtjes met de joint-venture zelf redelijk goed in handen, wat dus ook de borging van de duurzame toelevering vergemakkelijkt. Maar ook met leveranciers waar BMW minder vingers in de pap heeft, wordt gelet op duurzaamheid. “BMW heeft ‘sustainability criteria’ voor leveranciers en subleveranciers”, legt Mirco Rácz uit. “BMW stelt duurzame eisen aan goederen en diensten. Daarbij wordt gekeken naar milieu en sociale verantwoordelijkheid, volgens de principes van de ‘United Nations Global Compact’.”

Assemblage

In de assemblagehal in Leipzig wordt veel energie bespaard doordat hele productiestappen er tussenuit gehaald worden. Zo hoeft de auto niet door de zogenaamde ‘paint shop’ om geverfd te worden. De carrosserie wordt namelijk opgebouwd uit voorgekleurde CFRP-platen.

Volgens BMW is bij de assemblage slechts een derde van het aantal onderdelen nodig, in vergelijking met een traditionele carrosserie. En dat scheelt ook weer in het benodigde productieoppervlak, dat de helft kleiner is dan bij conventionele modellen. Overigens heeft het werken met losse panelen in de carrosserie nog een voordeel. Rácz: “Als er een schadegeval is, kan de schade eenvoudig door het vervangen van plaatdelen gerepareerd worden. Dit scheelt niet alleen tijd, maar ook spuitwerk omdat de plaatdelen al in kleur zijn.”

Ten slotte, ook van recycling wordt serieus werk gemaakt. “De auto kan nagenoeg compleet gerecycled worden. Sommige onderdelen worden hergebruikt. Accu’s krijgen nieuwe bestemming als tijdelijk laadplatform voor bijvoorbeeld windenergie”, aldus Rácz.

Om het duurzaamheidsplaatje compleet te maken, heeft BMW eind april een deal gesloten met het Duitse zonne-bedrijf Solarwatt: wie een BMW i3 aanschaft krijgt er een stel zonnepanelen bij voor op de carport. Zo kan je je auto altijd groen opladen. Vooralsnog blijft dit aanbod echter beperkt tot Duitsland. Of ook in Nederland zo’n pakket wordt geïntroduceerd, is nog niet duidelijk.

Gepubliceerd in Duurzaam Geproduceerd

Turks broodjespaleis verovert Nederland

Nu telt Nederland nog zes vestigingen van de Turkse fastfoodketen Simit Sarayi. Over twee jaar moeten het er vijftig zijn.simit

Een brommerzaak runde Erkan Lale er eerst. Maar een half jaar geleden werd de winkel op de Amsterdamse Kinkerstraat omgebouwd tot het eerste filiaal van Simit Sarayi in de hoofdstad. En dat lijkt geen verkeerde beslissing.

De komende tijd volgen in Amsterdam namelijk zaken bij de Arena, de Dappermarkt en Nieuw-West. Als klap op de vuurpijl opent op de Nieuwendijk in het centrum, pal naast concurrenten Burger King en Mc Donalds, een Simit Sarayi met zitplaatsen op vier verdiepingen. Erkan Lale werkt samen met compagnon Hakan Aydin. “Hakan is een goede vriend. Hij had de eerste zaak geopend in Rotterdam en zei tegen mij: ‘Je moet nu echt meedoen. Dit wordt groot’.”

Een ‘simit’ is een Turkse bagel. ‘Sarayi’ betekent paleis. Broodjespaleis is dus de letterlijke vertaling. “Hier wordt het wel eens de Turkse Bakker Bart genoemd. Maar dat is onterecht. Wij zijn chiquer en hebben een groter assortiment”, zegt Lale.

De zaak aan de Kinkerstraat is smaakvol ingericht, met kwalitatief hoogwaardig meubilair. De zaak ademt Istanbul, maar is niet over-the-top Turks. “Als je besluit een zaak te openen, lever je je sleutels in en gaan de ontwerpers van Simit Sarayi aan de slag. Een paar weken later is alles ingericht. Je kan dan meteen beginnen.”

De broodjes en gebakjes worden allemaal diepgevroren ingevlogen uit Turkije. Daar bakken 4000 werknemers in twee fabrieken dagelijks typische Turkse lekkernijen. “En dat is meteen het geheim van Simit Sarayi”, zegt Lale, “Je krijgt bij ons de echte Turkse smaak. Die vind je nergens anders in Nederland.”

Sesampitjes

In de restaurants gaan er alleen nog wat eigeel voor de glans en sesampitjes over de broodjes heen, voor ze in de oven worden afgebakken. “Dat scheelt ook in de kosten natuurlijk. Als we alles ter plekke zelf zouden moeten maken, zouden we dure koks nodig hebben. Wie hier komt werken is binnen een paar dagen volleerd.”

In tegenstelling tot Turkije, wordt er in Nederland tot nu toe alleen ontbijt en lunch in de restaurants geserveerd. Maar dat gaat veranderen. Twee Turkse koks hebben de afgelopen maanden geëxperimenteerd met avondmaaltijden en een selectie gemaakt van ongeveer twintig gerechten.

Die worden binnenkort geprepareerd in een kleine fabriek bij Den Haag, van waaruit ze worden gedistribueerd naar de rest van Nederland én Europa.
De vestigingen in Rotterdam en Den Haag worden vooral bezocht door Turken. Maar de Kinkerstraat trekt een gevarieerder publiek. “Ik denk dat hier 50 procent Turk is”, zegt Lale, “De rest is vooral Nederlands of Marokkaans.”

Sandwiches

Variatie in klanten en locaties betekent ook dat het aanbod moet variëren. “Je kan natuurlijk niet aankomen met één concept en tegen de mensen zeggen dat ze het daar maar mee moeten doen.” Bij de nieuwe zaak bij de Amsterdamse Arena worden bijvoorbeeld veel gezonde sandwiches geserveerd. “Daar zitten veel kantoren, die willen we natuurlijk ook bedienen,” aldus Lale.

Het gaat dus hard met het broodjespaleis. En dat terwijl het Turkse bedrijf pas sinds 2001 bestaat. In die tijd verrezen in Turkije honderden vestigingen en laat het bedrijf Mc Donald’s ver achter zich. “Turkije is nu vol”, zegt Lale. Dus wordt er over de grenzen gekeken. De vijftig zaken in Nederland zijn slechts onderdeel van een grotere expansie. “Egypte, Marokko, Amerika en Europa, dat zijn de markten waar we ons op gaan richten de komende tijd.”

In Nederland komt het geld voor die uitbreidingen uit Turkije en ook van de ING. “Zij willen wel investeren. Ze kwamen hier binnen en zagen hoe mooi het was en dat de zaak altijd vol zit. Dan komt die financiering wel los”, zegt Lale. Om hoeveel geld het gaat, is niet duidelijk.

Voor die buitenlandse expansie trekt Simit Sarayi werkelijk heel wat uit de kast. Sinds mei draait een reclamespot op de Turkse zenders met daarin de Atletico Madrid-stervoetballer Arda Turan.

De bij Turken razend populaire voetballer eet daarin zijn buik rond in het restaurant in de Kinkerstraat. Naar verluidt kreeg Turan voor de commercial zo’n acht ton. “Voor de opening bij de Arena hebben we Wesley Sneijder op het oog [die momenteel in Turkije voetbalt, red.]. Hij heeft aangegeven wel geïnteresseerd te zijn, maar aan Sneijder hangt natuurlijk ook een behoorlijk prijskaartje.”

Verschenen 29 juni op NUzakelijk.nl

Hogere rente windobligatie voor omwonenden

Hoe krijg je omwonenden mee in een windmolenproject? Bij een windpark van Eneco in de gemeente Houten krijgen inwoners de mogelijkheid te participeren voor een hoger rendement dan mensen buiten Houten.

Lanaken_-_windturbine

‘HollandseWind uit Houten’ noemt Eneco het nieuwe project, dat wordt uitgevoerd met de lokale windcoöperatie Uwind.

Houtenaren kunnen hierbij participeren in het windpark vanaf 500 euro. Eigenlijk betreft het geen echte participatie, maar een lening aan Eneco – een windobligatie – voor een periode van zes jaar.

In die periode kunnen deelnemers een jaarlijkse rente tegemoet zien van 4,5, 5,0 of 5,5 procent, afhankelijk van de windkracht en dus de opbrengst van de windmolens.
Mensen van buiten Houten kunnen ook deelnemen in het windpark, maar zij krijgen een lager rendement van 4 procent. Voor Houtenaren zijn 2800 obligaties beschikbaar; voor mensen buiten Houten 2200 stuks.

Behalve participeren, kunnen omwonenden ook stroom afnemen van de Houtense windmolens. Een ‘streekproduct’, noemt Eneco deze stroom: “Gegarandeerd windstroom uit hun eigen windmolens.”

Draagvlak

“Het moet voor alle betrokkenen in een vroeg stadium duidelijk zijn wat windenergie de omgeving kan bieden”, zo motiveert Katja Langen, directeur wind op land bij Eneco, het nieuwe participatiemodel.

Het Houtense concept is meer een combinatie van bestaande projecten, dan een geheel nieuw idee. Zo werken al veel meer organisaties met windobligaties. En Eneco deed het een paar jaar geleden zelf ook al, bij het windpark Burgervlotbrug. Toen waren de rendementen zelfs nog een stuk hoger, namelijk 8 procent. “De rente nu is inderdaad lager. Dat komt door de economische crisis, waardoor wereldwijd alle rentes zijn gedaald”, aldus een woordvoerder van Eneco.

Verschil tussen Burgervlotbrug en windpark Houten is verder dat de financiering deze keer niet door een bank geregeld wordt. Destijds was dat de Triodos bank. Ook het idee dat omwonenden meer rente krijgen dan mensen die verder af wonen heeft Eneco niet zelf bedacht. De Raedthuys Groep deed vorig jaar bijvoorbeeld al hetzelfde met windpark De Hondtocht in Dronten.

Ten slotte, het geven van extra rendement wanneer het harder waait, introduceerde Eneco ook al eerder. In 2011 kwam het energiebedrijf namelijk met HollandseWind, een energiecontract waarbij kortingen op de energierekening werden gegeven als er meer wind was.

Maar, al met al denkt Eneco met HollandseWind uit Houten toch een belangrijke stap te zetten. “Samenwerking met lokale partijen en bewoners is namelijk cruciaal”, aldus Eneco. Op termijn en bij gebleken succes wil Eneco het concept uit Houten bij meer windparken invoeren.

De drie 105 meter hoge windmolens staan langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Een groep inwoners heeft bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens een klacht neergelegd tegen het windpark.

Verschenen 14 juni 2013 op NUzakelijk.nl

Varkentjes Wim en Max gaan in de tosti

Als de Tostifabriek er alleen was om winst te maken, dan zou een tosti er straks minstens dertig euro kosten. Het Amsterdamse stadsboer-initiatief wil dan ook vooral werken aan de bewustwording: waar komt ons eten vandaan? “Toch willen ondernemers graag met ons om de tafel zitten.”

280106-biggetje

Een tosti is een simpel product: brood, kaas en ham. Maar er komt heel wat bij kijken als je alle ingrediënten zelf verbouwt. En dat is precies wat de initiatiefnemers van De Tostifabriek doen. En: midden in de stad.

De Tostifabriek is de afgelopen maanden in elkaar getimmerd bij de Van Gendthallen, een verlaten fabriek in het centrum van Amsterdam. De boerderij maakt deel uit van ‘de tijdelijke stad Freezing Favela’, een zelfgebouwde ‘stad’ waar geëxperimenteerd wordt met nieuwe manieren van bouwen, boeren en energie opwekken. Volgende week zaterdag gaat De Tostifabriek officieel open voor het publiek.

Op een oud stuk kade van niet veel meer dan tweehonderd vierkante meter onderhouden de medewerkers twee biggen, twee koeien en een stukje akker, waarop het graan inmiddels zo’n twintig centimeter hoog staat. De graankorrels worden straks gemalen en verwerkt tot brood. De koeienmelk wordt gebruikt om kaas van te maken en de biggen Wim en Max veranderen in hamlapjes.

Schandalen

Juist in een tijd van de vele voedselschandalen (waterinjecties in vissen, paardenvlees verkocht als rundvlees, scharreleieren die geen scharrelei zijn) moet een project als De Tostifabriek, waarbij alles zo transparant mogelijk is, haast wel aanslaan. Dat blijkt in ieder geval uit het succes dat het team had op crowdfundingsite Voordekunst, waar 204 donateurs inmiddels 18.390 euro betaalden, 4000 euro meer dan nodig was. Van overige sponsors kreeg De Tostifabriek samen – in cash, of in natura – ongeveer 10.000 euro.

Om quitte te draaien zou een tosti straks dus minstens dertig euro moeten kosten, en dan zijn de arbeidsuren nog niet meegerekend. “We denken dat we duizend tosti’s kunnen maken. Van elke vierkante meter graan komt een brood. Dat zijn honderd broden en uit elk brood gaan tien tosti’s”, zegt Vera Bachrach, een van de initiatiefnemers. Maar omdat alle 204 donateurs sowieso ook een tosti krijgen, moet de prijs zelfs nog iets omhoog.

Bewust

“Maar het draait natuurlijk niet om winst hier. Als het ons lukt om één tosti te maken, dan ben ik al super blij”, zegt Bachrach. Belangrijker is stadsbewoners bewust maken van wat ze op hun bord hebben liggen en het debat hierover aanzwengelen. Lukt dat een beetje?
“Zeker. Laatst was er een moeder. Zij vond het een schande wat wij deden. Want nou moest ze haar kinderen uitleggen dat het vlees dat ze altijd eten van die lieve varkens afkomstig is. Maar dat is natuurlijk precies het soort opmerkingen waar wij het voor doen”, zegt Bachrach.

Naïef

De vraag is alleen of het project naast een kunstzinnige en maatschappelijke, ook een economische bijdrage kan leveren. “Wij zijn natuurlijk geen commercieel bedrijf”, zegt Bachrach. “Maar wij zitten wel bij ondernemers aan tafel. Om mee te denken over hun maatschappelijk verantwoorde bedrijfsstrategie.”
Niet dat De Tostifabriek die strategie bepaalt, maar onconventionele input leveren kan wel. “We schoven bijvoorbeeld aan bij Brabants boerenoverleg in de Peelhorst. Daar zijn veel spanningen tussen stad en platteland. Zij willen weten hoe wij daar over denken. Wij zijn naïef, zitten nog niet vast in regeltjes. Dat maakt veel mogelijk.”

Niet dat De Tostifabriek die strategie bepaalt, maar onconventionele input leveren kan wel. “We schoven bijvoorbeeld aan bij Brabants boerenoverleg in de Peelhorst. Daar zijn veel spanningen tussen stad en platteland. Zij willen weten hoe wij daar over denken. Wij zijn naïef, zitten nog niet vast in regeltjes. Dat maakt veel mogelijk.”

Verschenen 19 mei 2013 op NUzakelijk.nl

Paardenvlees of hypotheken: het is één pot nat

Paardenvlees

Er zit paardenvlees in de diepvrieslasagnes. Ook spaghetti bolognese, hamburgers en Zweedse balletjes ontkomen niet aan een portie paard. Het vleesschandaal doet denken aan die andere geflopte husseltruc: de Amerikaanse hypotheekcrisis.

Leek het probleem zich aanvankelijk te beperken tot Ierland en Groot-Brittannië, inmiddels heeft de paardenvleesaffaire zich over heel Europa uitgespreid en hebben ook Nederlandse supermarkten producten uit de schappen gehaald.

Dubieuze handelaren mengen goedkoop paardenvlees met duurder rundvlees, doen er een mooi wikkel om en verkopen het als 100 procent bief. Voor het volle pond natuurlijk. Makkelijk verdiend.

Waar doet dat principe toch aan denken? In 2007 leidde de ontmaskering van de Amerikaanse hypotheekfraude tot de grote mondiale economische crisis waar we nu nog steeds middenin zitten.

Want wat gebeurde daar? Vanuit de theorie dat de huizenprijzen altijd zouden blijven stijgen, smeerden banken miljoenen volstrekt onvermogende Amerikanen een hypotheek aan.

Overwaarde

Mocht het hen tegenzitten dan konden ze nog altijd hun huis met overwaarde verkopen. En anders kon de bank beslag leggen op het waardvolle bezit. Dat je nauwelijks betaald werk hoefde te hebben om een hypotheek te krijgen, daar had je het niet over.

Iedereen in de financiële wereld wist wel dat deze hypotheken geen schoonheidsprijs verdienden en een zeker risico in zich droegen. Maar daar is de prijs dan ook naar. Die is namelijk afhankelijk van het risico dat aan die leningen hangt.

Banken en andere financiële partijen verkopen zulke leningen aan elkaar. Dat is de gewoonste zaak van de wereld. Maar handige jongens hadden die slechte hypotheken vermengd en gehusseld met mooie dure producten, er een strikje omgedaan en ze verkocht alsof het godsgeschenken waren.

Niemand die het verschil kon of wilde zien: totdat sommige arme huiseigenaren in de problemen kwamen en hun hypotheek niet meer konden betalen.

Toen bleek dat zo’n beetje iedereen geïnfecteerd was; de hypotheekpakketjes hadden een weg gevonden naar de portefeuilles van banken over de hele wereld. Het financiële verkeer kwam piepend en krakend tot stilstand.

Vleeskeuze

Weer terug naar het paardenvlees. Is het erg dat we paardenvlees eten? Niet echt, als je tenminste niet erg principieel bent in je vleeskeuze. Misschien moeten we maar eens afstappen de poten van het paard benen te noemen.

Ook lijkt het in de discussie niet werkelijk te gaan om het voor mensen giftige middel fenylbutazon, dat sommige paarden krijgen toegediend ter voorkoming van reuma.

Wij maken ons vooral druk om het feit dat we gefopt worden. We krijgen niet te eten wat het etiket ons vertelt. Wat hebben we op die manier aan etiketten? Niks!

Husselen

Net als bij de hypotheken in Amerika, wordt vlees in Europa gekocht, verkocht en weer doorverkocht. Gemengd en gehusseld, net zolang tot niemand meer kan achterhalen waar en van welk beest het vlees afkomstig is.

De keten van het Europese vlees is lang en loopt zoals het nu in kaart gebracht is en niet per se in deze volgorde, van Zweden naar Groot-Brittannië naar Ierland, Frankrijk, Polen, Nederland, Roemenië en Cyprus.

Het punt is dan: wie is verantwoordelijk? Is dat de consument? Als hij namelijk gewoon een biefstuk koopt, in plaats van ondefinieerbare stukjes vlees in ondefinieerbare lasagnes, dan zit hij zeker goed. Eigen schuld, dikke bult.

Maar ja, biefstuk is prijzig. In een peiling van de BBC gaf dan ook slechts een derde van de ondervraagden aan door de fraude voortaan minder verwerkt vlees te gaan eten.

Of zijn de supermarkten verantwoordelijk? Uiteindelijk zijn zij de eindverkoper van het product. Of ligt de bal toch bij de handelaar die zijn spullen aan de supermarkt verkoopt?

Bessen plukken

Als kleine jongen moest ik vaak bessen plukken van mijn ouders. De tuin stond vol met rode-bessenstruiken die aan het eind van de lente allemaal tegelijk vrucht droegen. Voor ik mocht gaan voetballen moest ik in die periodes eerst een emmertje vol bessen plukken.

Om een beetje snel klaar te zijn stopte ik tussen de rode bessen hier en daar wat bladeren. Geen hond die het merkte, dacht ik. En hup, weg was ik.

Maar soms trok m’n moeder mij aan m’n oor. Dan moest ik er nog een emmertje bij plukken, voor straf, en zonder bladeren. Zij had mijn husselfraude wel door, helaas.

Het verschil met die andere twee fraudes heeft vooral te maken met de lengte van de keten. Die was in mijn geval tamelijk kort en helder.

Bij vlees en hypotheken gaan de producten zo vaak van hand tot hand, dat op den duur niemand meer verantwoordelijk is. Dan weet je zeker dat je genaaid gaat worden.

Verschenen 12 februari 2013 op NUzakelijk.nl

‘KDE Energy zoog zusterbedrijf leeg’

Leidingenbouwer Hogenboom beschuldigt moederbedrijf Koop Groep van het systematisch uitknijpen en doorsluizen van miljoenen euro’s naar een andere dochter, Koop Duurzame Energie (KDE). Koop Holding ontkent de aantijgingen. De geldproblemen hebben Hogenboom de das omgedaan; deze donderdag is door Koop Groep surseance van betaling aangevraagd. Lees verder ‘KDE Energy zoog zusterbedrijf leeg’

Openheid over ‘bedrijfsgeheime chemicaliën’ bij onconventioneel-gas essentieel

De winning van onconventioneel gas in Nederland moet nog goed en wel beginnen, maar stuit nu al op maatschappelijke weerstand. Een goede communicatie is daarom essentieel voor een succesvolle introductie van de techniek, zo meent Berend Scheffer, technisch directeur bij Energie Beheer Nederland (EBN). Communicatie over de gebruikte chemicaliën bijvoorbeeld. Lees verder Openheid over ‘bedrijfsgeheime chemicaliën’ bij onconventioneel-gas essentieel

Journalistiek en Redactie