Hurks, Kuijpers en ULC modelleerden Delfts laboratorium in LOD 400

De leercurve was steil, maar na 2,5 jaar van ontwerpen en bouwen zijn bouwer Hurks en de technisch dienstverleners Kuijpers en ULC  trots op het resultaat. En terecht, want de 30.000 vierkante meter van het gloednieuwe laboratorium- en onderwijsgebouw van de faculteit Technische Natuurwetenschappen van de TU Delft zit tjokvol complexe installaties. Zowel het ontwerp als de realisatie vonden plaats vanuit BIM. “En nu is het gebouw dat wij hebben neergezet zelfs lesstof in de colleges van de studenten.”

Begin februari werd het Delftse faculteitsgebouw van de hand van Ector Hoogstad Architecten in gebruik genomen. Nu, een aantal maanden later, blikken drie betrokkenen op het kantoor van Hurks in ’s-Hertogenbosch terug op het proces. Johan Bredenbeek, bedrijfsleider bij ULC Installatietechniek, Stefan Kauffeld, BIM-regisseur bij Hurks en Alexander Hoos, informatiemanager bij Kuijpers zijn inmiddels al lang geen vreemden meer van elkaar. Want dat is een van de voorwaarden bij BIM: samenwerken tussen alle bouwdisciplines, vanaf het begin. En dan zie je elkaar vaak.

Bij de tender die TU Delft in 2013 voor het gebouw uitschreef was het BIM-protocol al bijgevoegd. Daarin werden de verschillende eisen ten aanzien van BIM al uiteengezet. “In de realisatiefase moesten wij komen tot detailniveau LOD 400”, zegt Hoos. En Kauffeld vult aan: “Dat was een hoog ambitieniveau vanuit de opdrachtgever. Daar hebben we met z’n allen ‘ja’ tegen gezegd. En het is ons gelukt, maar de leercurve was erg steil. Geen van ons had eerder een project van deze omvang in BIM gedaan.”

Tijdens het proces zag het projectteam zich geconfronteerd met verschillende uitdagingen. Zowel softwarematige beperkingen als een weerbarstige bouwcultuur moesten overwonnen worden. “We hebben veel weerstand gevoeld, uit alle lagen van de organisaties, vooral in de fases dat het allemaal even tegenzat en we tijdelijk achter kwamen te lopen met de planning”, zegt Bredenbeek.

Cultuur

Wil je echt de vruchten plukken van BIM, dan moeten de bouwpartners al in de bestekfase worden betrokken. Dat is ook de werkwijze die gekozen is in Delft. “Dit is de zuivere BIM-vorm. We waren medeverantwoordelijk voor het opzetten van het bestek. En dat betekent dat je later, in de uitvoeringsfase, niet naar een ander kan gaan wijzen. Je was er immers zelf al die tijd al bij.” Deze vroege betrokkenheid leverde een heel dynamisch BIM-model op, waar telkens wel wat in aangepast werd. En dat is een heel andere gang van zaken dan bij het traditionele bouwen, waarbij de bouwfases elkaar netjes opvolgen. Kauffeld: “Daar moesten veel mensen toch aan wennen en het vergde een omslag in het denken. Niet iedereen wil daar direct in mee.”TR-TNW_Shot2

Bouwtekening

Wanneer je een gebouw van 30.000 vierkante meter op LOD 400-niveau in de computer wil opbouwen, dan vliegen de gigabytes je al snel om de oren. De meeste BIM-modelleersoftware is daar (nog) niet op berekend. Ondanks al het ‘huiswerk’ dat vooraf was gedaan, bleek ook het in Delft gebruikte Revit van Autodesk zijn beperkingen te hebben. “De schaalgrootte maakt dat je tegen allerlei dingen aanloopt die je van tevoren niet kan voorzien”, zegt Hoos.

Bredenbeek: “Alleen al aan de installaties waren op een gegeven moment 15 mensen aan het modelleren. De vraag was alleen: kunnen zij gelijktijdig in het model werken? Dat kon, maar we moesten daarvoor wel zaken aanpassen.” Ander punt was dat de software alleen maar goed kon blijven draaien als het model niet groter was dan 250 MB. Dit terwijl het volledige laboratorium vele malen meer bytes nodig had. Ook bleken er beperkingen te zijn aan het aantal componenten in een systeem. Daarom werd, met input van Autodesk, een aantal beheersmaatregelen ingevoerd. Hoos: “Zodra wij zagen dat een model groter werd dan 200 MB, moest het in tweeën geknipt worden. Dat leidde er toe dat we uiteindelijk meer dan tien modellen hadden. En dat moest natuurlijk goed gecoördineerd worden.”

Nóg een technisch puntje dat het team gaandeweg moest oplossen: de vertrouwde bouwtekening kon vanuit de software niet worden uitgeprint. “Maar een tekening van 1 meter bij 1,80 meter kan je simpelweg niet goed bekijken op je tabletscherm. En in de bouwkeet hangt vaak wel een groter scherm, maar die neem je niet mee onder je arm de bouwplaats op.” Volgens Bredenbeek geeft dit laatste punt meteen aan hoe belangrijk het is om binnen een bouwproject mensen vrij te maken om dit soort problemen op te lossen. “Want als je dat niet doet, dan moet iemand anders het doen en blijft er productiewerk liggen.”

De energie, tijd en geld die in de ‘voorkant’ van het proces is gestoken bij de uitwerking van het installatiemodel, heeft zich uiteindelijk wel degelijk terugverdiend in de integrale engineering van de constructieonderdelen, zegt Kauffeld. “We konden nu veel sneller en beter onze informatiebehoefte voor bijvoorbeeld sparingen digitaal aan de leveranciers sturen en we kregen hun modellen met exact de juiste sparingen ook weer veel sneller retour. De sparingen in de drukschotten zijn door een afgestemde werkmethodiek zelfs voortijdig met een met een waterjet aangebracht.”

Collegebanken

Niet alleen de opdrachtnemers binnen het project hebben een steile leercurve doorlopen. Dat gold zeker ook voor de opdrachtgever, de TU Delft. De drie BIM-mannen van Hurks, Kuijpers en ULC zijn lovend over de opstelling van de universiteit. “Er zullen zeker opdrachtgevers zijn die halverwege het bijltje erbij neer gooien, maar niet de TU Delft”, zegt Hoos. “Zij begrepen dat het een leerproces was.”

Hoos: “Door dit project hebben we van beide kanten veel respect voor elkaar gekregen. Er is een vertrouwensband gesmeed. Dat heeft er onder meer toe geleid dat het meerjarig onderhoudscontract voor het gebouw aan ons is gegund. En mogelijk gaan we dit zelfs in LOD 500-niveau, in BIM dus, oppakken. We zijn met de opdrachtgever TU Delft hierover in gesprek.”

En, wat toch ook wel een heel mooi gevolg is: de bouwcombinatie werd vorig jaar uitgenodigd om over de ins en outs van het project te vertellen voor een volle collegezaal van masterstudenten. “En dit jaar gaan we dit op verzoek van de TU Delft wederom doen. Die studenten weten alles van de theorie. Wij laten graag zien hoe het in de praktijk werkt.”

Tijdo van der Zee, in Cobouw ICT, 14 april 2016

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s