Alle berichten door Tijdo van der Zee

Freelance Journalist

‘Woningwet staat verduurzaming in de weg’

Advertenties

Slibverwerkers en AVI’s met reststoffen in hun maag

Slibverwerkers en afvalverwerkingsinstallaties (AVI’s) hebben problemen met de export van hun rookgasreinigingsresidu en vliegasassen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verleent hier geen vergunningen meer voor, als gevolg van een uitspraak van de Europese rechter. Binnenkort volgt een bodemprocedure bij de Raad van State.

Door: Tijdo van der Zee, op Energeia  7 september 2018

Sinds vorig jaar verstrekt het ministerie van IenW geen vergunningen meer voor de export van met kwik verontreinigd rookgasreinigingsresidu van AVI’s, biomassacentrales en slibverwerkers en vliegas van AVI’s.

De bedrijven (zoals HVC en Twence) zijn het hier niet mee eens en zijn een bodemprocedure begonnen bij de Raad van State. Zij kunnen hun schadelijke afval wel kwijt bij Mineralz op de Maasvlakte, maar ze vrezen capaciteitsproblemen. Export is volgens deze bedrijven essentieel.

“Toch heeft het ministerie het juiste besluit genomen”, zegt jurist Andre Gaastra, gespecialiseerd in milieurecht en advocaat voor één van de partijen in de zaak -hij laat in het midden welke. “Het afval werd gestort in Duitse zoutmijnen. Maar je mag daar op grond van de Europese jurisprudentie geen gevaarlijke stoffen in toepassen. Of dat nu boven de grond is of onder de grond.”

Geen nuttige toepassing

In 2010 wilde een Italiaans bedrijf, Edilizia Mastrodonato, gedurende twintig jaar een oude steengroeve volstorten met gevaarlijke afvalstoffen. De Italiaanse rechter wist niet goed hoe te handelen en vroeg het Europese Hof van Justitie in Luxemburg om raad. Dat concludeerde in 2016 in een arrest dat het opvullen van zo’n groeve niet kon worden gezien als nuttige toepassing van gevaarlijk afval.

Het is deze Europese uitspraak waar het ministerie nu aan vasthoudt. Ook in het nieuwe Landelijke Afvalbeheerplan staan talloze verwijzingen naar het Edilizia-arrest. Gaastra: “De staatssecretaris kan dus niet anders dan de vergunningen weigeren.”

Binnenkort dient een bodemprocedure bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Stake over deze zaak. Tegen de uitspraak van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk. Ondertussen hoopten de afvalverwerkers op een tijdelijke vergunning, omdat ze anders misschien hun productie stil moeten leggen.

Maar staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Milieu, D66) ) heeft deze vrijdag besloten geen tijdelijke vergunning te verlenen om de tijd tot een uitspraak in de bodemprocedure te overbruggen. Wel wil ze meewerken aan een versnelde bodemprocedure.

Cuadrilla is vergunningen kwijt

Goedkoop offshore windpark dwingt pensioenbeheerder tot nieuwe keuzes

Duitse windparken, Nederlands luchtruim

De veiligheid van de slimme meter

De komst van de slimme gas- en elektriciteitsmeter brengt de nodige privacy- en veiligheidsissues met zich mee, die voorheen, met de oude analoge telwerken, niet speelden. Een inventarisatie van de zwakke punten van de P1- en de P4-poort en van de slimme meters zelf.

Door: Tijdo van der Zee, in Installatie Journaal 2016

Een vervelend probleem rond de slimme meter diende zich aan op de eerste dag van dit nieuwe jaar voor netbeheerders, energieleveranciers en energie-app- ontwikkelaars.  De stroommeter type 382 DSMR 2.2+ van het Sloveense bedrijf Iskrameco bleek onverwachts niet overweg te kunnen met het
jaartal ‘2016’ van de gasmeters van Flonidan en Landis+Gyr. Dat had als gevolg dat in 400.000 huishoudens de gasmeterstanden niet konden worden doorgegeven aan de netbeheerder, en ook niet via aan de P1-poort aan de energiedienstenaanbieders. Het euvel werd pas na ruim twee weken verholpen door het installeren van een software-update. “Bij facturatie zal in sommige gevallen een
schatting van het gasverbruik of het persoonlijk doorgeven van de gasmeterstand moeten plaatsvinden”, zegt Netbeheer Nederland-woordvoerder Martijn Boelhouwer. Hij benadrukt dat de data van de gasmeter nooit in gevaar zijn geweest, maar hij erkent wel dat de storing aantoont dat de introductie van software in de meterkast “bepaalde risico’s met zich meebrengt”.

Er kúnnen dus dingen fout gaan met de slimme meter. Maar dat betekent nog niet direct dat kwaadwillenden dat bewust, op afstand en op grote schaal zomaar even kunnen doen. De slimme meter moet namelijk voldoen aan wettelijke eisen, die zijn vastgelegd in het ‘Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen’. Die veiligheidseisen ontwikkelen mee met de voortschrijdende
technologie en worden dus steeds strenger. Dit is één van de redenen dat er telkens nieuwe meters op de markt komen (DSMR2.2, DSMR 4.0/4.2 en DSMR5.0).

In november vorig jaar rondde het European Network for Cyber Security (ENCS) – een in 2012 op Nederlands initiatief opgericht Europees kenniscentrum voor cybersecurity – een zeven maanden lange test af naar de betrouwbaarheid van de wat oudere generaties slimme meter, de DSMR 2.2 en DSMR 4.0. Voldeden deze nog aan de normen? Grotendeels wel, stelt security-adviseur Boas Bierings van netbeheerder Enexis, die bij de test betrokken was eerder. “Er zijn geen schokkende dingen uitgekomen. Als je zo lang test, kom je altijd wel verbeterpunten tegen, maar dat is op het niveau van punten en komma’s, bits en bytes”, zo zei hij tegen nieuwsbureau Energeia. Op dit moment is er geen dringende actie nodig, aldus de adviseur, aanpassingen kunnen worden meegenomen bij een volgende software-update van de digitale meters.

Wat die bits en bytes dan inhoudelijk betekenen, wil Bierings tegenover Installatie Journaal/Gawalo niet toelichten. “Wij zullen niet ingaan op de exacte resultaten van de securitytesten. De netbeheerders zullen de resultaten wel delen met de meterleveranciers en door middel van software updates kunnen de netbeheerders waar nodig de slimme meters verbeteren.” Bierings wijst op een positief effect van het besluit enige jaren geleden om de
mogelijkheid van op afstand afknijpen en afsluiten uit de meter te halen. Dat heeft er namelijk toe geleid dat “de impact van een mogelijk hack kleiner zal zijn”. Volgens Bierings hoeven installateurs
van de slimme meter overigens niet bang te zijn dat zij met een slordige installatie de veiligheid van het meetsysteem in gevaar brengen. “De security van de slimme meter is niet afhankelijk van de
installateur”, aldus Bierings beslist.

Identiteitsfraude
Het onderzoek van het ENCS beperkte zich tot de slimme meter zelf en liet de P1-poort en de P4-poort buiten beschouwing. Toch kennen deze poorten hun eigen gevaren. Dat bleek bijvoorbeeld
begin vorig jaar, toen journalist Jaap Meijers aantoonde hoe eenvoudig het was om bij ODA’s (onafhankelijke dienstenaanbieders) energiegegevens uit die P4-poort binnen te halen van iemand anders. ODA’s zijn bedrijven die, met toestemming van de klant, de energiedata die bij de netbeheerders liggen, op te vragen en door te sturen. Maar het bleek dat je met speels gemak de
naam en het adres van iemand anders dan jezelf kon invullen,  waarna de energiedata van die persoon je tegemoet stroomden.

Toen deze identiteitsfraudegevoeligheid bekend werd, trapte
Netbeheer Nederland onmiddellijk op de rem wat betreft gegevensverstrekking aan ODA’s. Inmiddels zijn de betrokken partijen hard bezig met het vinden van een algemeen geaccepteerde en juridisch verankerde oplossing voor het probleem. Die ligt in een gedragscode, waar netbeheerders, ODA’s, leveranciers, het ministerie van Economische Zaken, de ACM en het College voor de
Bescherming van Persoonsgegevens naar verwachting in februari hun handtekening onder zetten, waarna de code in de Staatscourant gepubliceerd zal worden.

Hoewel op dit moment dus nog niet bindend, hebben ODA’s zich al wel gecommitteerd aan de gedragscode, zegt Joost Zonneveld van VEDEK, de branchevereniging voor ODA’s. Die code behelst dat klanten vier verificatie-opties voorgeschoteld krijgen. Dat zijn een handtekening op papier, een toegestuurde brief met daarop een activatiecode, de meterstand of het meternummer. “Ook dit is
natuurlijk geen waterdicht systeem, maar het maakt fraude, en zeker massale fraude, een stuk moeilijker”, zegt Zonneveld. Ook voor verhuizingen komt een regeling, omdat nu iemand die verhuisd is nog de energiegegevens van de nieuwe bewoner doorkrijgt. Dat verandert. Zonneveld: “Bij een melding van een inhuizing of uithuizing wordt de doorgifte van de data stopgezet. En dan
moet men zich daarna actief weer aanmelden.” Of ODA’s nu blij zijn of niet, met deze maatregelen, is niet helemaal duidelijk. “In ieder geval kost het implementeren ervan wel een heleboel extra werk”,
aldus Zonneveld.

TV-programma’s
Blijft over de P1-poort. Deze poort is een mogelijke punt van zorg, omdat de energiedata uit de P1-poort zo gedetailleerd zijn, dat je er volledige gedragspatronen uit kan destilleren. Wellicht is dat iets
minder een security-verhaal, maar des te meer een privacy-issue. De informatie uit de slimme meter is namelijk zó gedetailleerd dat je er bijvoorbeeld uit op kan maken welk televisieprogramma je kijkt,
zo toonden de hackers Dario Carluccio en Stephan Brinkhaus vier jaar geleden al aan (video te zien op Youtube).

Eén van de producten die gebruik maakt van de gegevens uit de P1-poort, is de slimme thermostaat Toon (voorheen van Quby, tegenwoordig eigendom van Eneco). Deze thermostaat maakt gebruik van een open Toon-platform waar app-ontwikkelaars in de nabije toekomst apps kunnen ontwikkelen en aan Toon gebruikers kunnen aanbieden. Nu al is het bijvoorbeeld mogelijk om de rookmelder van Eneco aan Toon te koppelen.

\Bij Eneco is men zich er bewust van dat het gebruik van een open platform een privacy-risico met zich meebrengt, zegt Jilles van den Beukel, manager Regulatory Affairs bij Eneco. “Partijen die gebruik gaan maken van ons platform, moeten daarom ook onze privacy-uitgangspunten hanteren.” Eneco heeft in mei vorig jaar een privacy-board opgericht waarin vijf Eneco-medewerkers zitten, waaronder iemand van Toon. “Deze board is een spin in het web binnen Eneco. Iedereen die een product wil lanceren met een privacy-component moet langs deze board”, aldus Van den Beukel. Overigens is het aanstellen van een privacy officer onder de nieuwe EU privacyregelgeving binnenkort verplicht. Van den Beukel ziet in het algemeen dat privacy door bedrijven nogal eens defensief wordt geïnterpreteerd. “Wij willen daarin proactief zijn. Door de gebruiker bij nieuwe producten vooraf altijd goed te informeren.”

Slimme meter-markt voor installateurs komt nog niet echt van de grond

De uitrol van de slimme meter heeft voor een beperkt aantal installateurs erg goed uitgepakt. Zij zijn door het plaatsen van honderdduizenden slimme gas- en elektriciteitsmeters de komende jaren verzekerd van werk. Maar van de markt voor ‘derdenplaatsers’ komt vooralsnog niet veel terecht. Installatie Journaal/Gawalo bezocht in Breda installateur Baas, die een flink deel van het Enexis-gebied voor zijn rekening neemt.

Door: Tijdo van der Zee in GAWALO november 2015

Erg veel ervaring met het plaatsen van de slimme meter had Baas BV niet, toen het zich in 2014 inschreef voor de aanbesteding van netbeheerder Enexis. Ja, het bedrijf had in 2006 in een pilot in
Sprang Capelle een aantal eerste generatie slimme meters gemonteerd. Maar daar hield het wel mee op. De kleinschalige uitrol had Baas aan zich voorbij laten gaan, maar de grootschalige uitrol was een wel érg wenkend perspectief. En het lukte. In het zuidelijke deel van het verzorgingsgebied van Enexis werd Baas, samen met Kemkens/Volta en Bam geselecteerd om tot 2020 elk huishouden een aanbieding te doen. Voor het noordelijke netwerk werden dat Bam en Geas Energiewacht.

Baas, Kemkens/Volta en Bam hebben het zuidelijke gebied onderling weer min of meer verdeeld. Baas kan voor deze opdracht voor Enexis voornamelijk westelijk Brabant tot zijn werkterrein
rekenen. De klus is groot en vraagt dan ook het nodige van de planningscapaciteit van Baas. Vorig jaar ging het om 12.000 adressen, die jaar moeten het er 30.000 worden, in 2016 zijn 40.000
huishoudens aan de beurt en in 2017 zelfs 50.000. “ De aantallen nemen toe gedurende het jaar. Dat is een lastig element aan deze opdracht. Je hebt daardoor steeds meer monteurs nodig.” Dat zegt
Roy Pals, die als projectleider Slimme Meters verantwoordelijk was voor de aanbesteding en de opzet van het project.

Baas heeft inmiddels een flinke buitendienst van monteurs die dagelijks op pad is om de oude meters voor nieuwe slimme exemplaren verruilen. Op het moment van schrijven (begin september) gaat het om ongeveer 20 man voor Enexis (niet alleen in het zuiden, ook in het noorden van het land), maar ook voor Stedin loopt een aantal monteurs rond. “In totaal zijn het er zo’n 40”, schat Pals. “En dagelijks nemen zij ieder zo’n 7 tot 9 huishoudens voor hun rekening.” Die monteurs krijgen allemaal een gedegen interne opleiding van vier weken, inclusief een meelooptraject, die wordt verzorgd door twee docenten, die tegelijk enkele dagen per week de gedane installaties op locatie inspecteert. Pals is trots op Baas’ opleiding. “Daarmee zijn wij onderscheidend”, stelt hij, “en het gaat dan niet alleen om technische kwalificaties, zoals een VIAG- en BEI-erkenning, maar ook om klantgerichtheid.”

Niet alle wijken lopen even soepel. Er zijn straten waarbij relatief veel mensen op de dag van de afspraak voor de meterwissel niet thuis blijken. Er zijn ook wijken waar het percentage juist heel
hoog ligt. “De gemiddelde dekkingsgraad ligt ongeveer op 90%, inclusief een weigeringspercentage van ongeveer 3%”, schat Pals.

Vanwege een tekort aan slimme gasmeters – de netbeheerders werken met gasmeters van Elster, Landis+Gyr en Itron – eerder dit jaar (zie kader) heeft Baas in de eerste maanden van 2015 veel wijken onder handen genomen met een warmtenet en waar in de woningen dus alleen een elektriciteitsmeter hangt, zoals in de Haagse Beemden in Breda. Monteurs hebben hier de keuze tussen e-meters van Landis+Gyr en Kaifa/IBM. “We hebben dit jaar zo’n 8.000 solo-elektrische woningen gedaan, dat is relatief veel”, zegt Pals. En de elektriciteitsmeter is ook wat lastiger om te vervangen. Vooral de 3-fase- meter (zo’n 35% van het totaal) vergt concentratie, onder meer vanwege de vele kleuren fasedraden. Pals: “Je hebt het over bestaande bouw, dus je ziet een heel palet aan kleuren voorbij komen.” Ook het feit dat er bij de e-meter spanningsloos gewerkt moet worden vraagt van de monteurs extra oplettendheid. De gasmeter is wat dat betreft minder veeleisend. Al komen de monteurs hier ook wel gekke dingen tegen, zoals een gasmeter die te ver weg hangt van de e-meter, waardoor de draadloze connectie niet tot stand kan komen. “De monteurs testen dit eerst, het zou niet fijn zijn als ze erachter kwamen dat de verbinding niet werkt als ze de meter al vervangen hebben”, zegt Pals.

Derdenplaatsing
Behalve via de contracten met de netbeheerders kunnen installateurs ook op een andere manier een plekje veroveren in de slimme-meter- markt. Dat namelijk via de regeling die ‘derdenplaatsing’ genoemd wordt. Consumenten kunnen namelijk al voordat ze officieel aan de beurt zijn in de grootschalige uitrolplanning voor een bedrag van enkele tientjes een slimme meter aanvragen. Installateurs die de juiste bevoegdheid hebben kunnen die derdenplaatsing verzorgen. Bijvoorbeeld tegelijk met de plaatsing van pv-panelen of een cv-ketel. Omdat de netbeheerder minder kosten

hoeft te maken als een ander bedrijf de installatie van de slimme meter voor zijn rekening neemt, moet de netbeheerder de installateur voor dit werk 19 euro betalen. Dat bedrag is bepaald door de bespaarde kosten te nemen en daar dan van af te trekken de administratieve kosten en de kosten die de netbeheerder maakt voor het oplossen van foutjes door de installateur. Volgens het ministerie van Economische Zaken kunnen installateurs op dit bedrag een redelijke business case bouwen, maar branchevereniging Uneto-VNI, die in een eerder stadium een nieuwe markt voor installateurs zag opdoemen, vindt het bedrag bespottelijk laag. Woordvoerder Dick Reijman van Uneto-VNI laat weten: “Volgens Uneto-VNI betekent dit dat de uitrol van slimme meters forse vertraging oploopt.”

Uneto-VNI vecht een moeizame strijd rond de derdenplaatsingen. In 2011 concludeerde DNV GL (toen nog Kema) dat “plaatsing door derden risico’s met zich meebrengt op het gebied van veiligheid
van de meetinfrastructuur, waardoor de netbeheerder extra kosten zou moeten maken.” En in 2013 stelde de Autoriteit Consument en Markt (ACM) dat de uitrol van de slimme meter eigenlijk wel
redelijk volgens planning verliep, waardoor “het geven van een impuls aan derdenplaatsingen op dit moment niet noodzakelijk is.” Toch is er sinds 2011 wel iets verbeterd. Toen stelde Kema nog voor
om het tarief op 0 euro te stellen, terwijl dit momenteel op 19 euro ligt. Deze verhoging wordt veroorzaakt door hogere uurlonen en hogere installatiekosten, omdat er tegenwoordig relatief meer
wordt geïnstalleerd in bestaande bouw.

Hoe het ook zij, Uneto-VNI legt zich er niet bij neer. Reijman: “We vinden dit tarief niet correct en zullen zeker nog actie ondernemen.” De suggestie dat er fouten gemaakt worden door onervaren
installateurs wijft Reijman weg. “We zien geen problemen ontstaan als kleine installateurs zich gaan bezighouden met de plaatsing van slimme meters. Om de kwaliteit te garanderen, heeft Uneto-VNI in
nauwe samenwerking met Netbeheer Nederland een opleiding en erkenningsregeling ontwikkeld. Ook kleinere installateurs zijn zo prima in staat een bijdrage te leveren aan de versnelde uitrol van slimme meters. Dit draagt bij aan meer energiebewustzijn en uiteindelijk aan minder energieverbruik in de gebouwde omgeving.”

Maar voor 19 euro zullen installateurs zich inderdaad niet snel laten bijscholen. Zij kijken liever nog even de kat uit de boom kijkt, zo blijkt uit de cijfers van erkenningsorganisatie Sterkin, waar installateurs hun slimme-meter- bevoegdheden kunnen halen. Volgens directeur Gert Jan Wilbrink van Sterkin heeft een “tiental” installateurs een aanvraag lopen, maar is er nog niet één echt erkend
omdat tot nu toe geen enkel bedrijf de juiste diploma’s heeft ingediend.


KADER

Logistieke problemen
Eerder dit jaar konden niet voldoende slimme meters geleverd worden vanwege logistieke problemen bij de fabrikanten en omdat één van de drie slimme gasmeters (een betrouwbare bron
meldt dat dit de Elster-gasmeter was) niet aan de kwaliteitseisen voldeed. Netbeheer Nederland heeft met het ministerie van Economische Zaken afgesproken om het doel voor dit jaar terug te
schroeven van 811.000 naar 744.000. Deze vermindering moet in de jaren 2016 en 2017 weer gecompenseerd worden, zodat de uitrol geen vertraging oploopt. Hoewel Netbeheer Nederland niet
wil zeggen welke gasmeter niet door de kwaliteitstest heen kwam, wil woordvoerder Martijn Boelhouwer wel kwijt om welke problemen het ging: “Onder meer om issues in de interne supply
chain (productie), de firmware en een microprocessor van een toeleverancier die niet aan de gestelde eisen voldeed.” Op dit moment zijn de gasmeters van de drie leveranciers wel in orde.