Categorie archief: Smart grid

Zonnestroomverdelers zetten in op corporatiewoningen

Het zonnesystemenbedrijf LENS, bekend van Herman de Zonnestroomverdeler, gaat zich in plaats van op VvE’s vooral richten op woningcorporaties. Gelijktijdig brengt het bedrijf nieuwe hardware en nieuwe software op de markt, die deze ommezwaai ondersteunen. LENS krijgt sinds kort concurrentie van de relatief nieuwe speler Cast4All en zijn partner Xemex, dat met het product Powershare soortgelijke ambities heeft.

Door: Tijdo van der Zee, in Installatie Journaal maart 2017

In november 2013 stond Herman de Zonnestroomverdeler volop in de schijnwerpers. LENS had zojuist de Herman Wijffels innovatieprijs gewonnen. ‘De zonnestroomverdeler maakt zonnestroom voor iedereen toegankelijk en rendabel. Het is ook een sociale innovatie: bewoners gaan samen zonnestroom opwekken en verdelen. Dat bevordert het onderlinge contact’, zo concludeerde de jury.

Nu, bijna 3,5 jaar later, en enkele honderden Herman-installaties verder, gaat LENS zich richten op woningcorporaties. VvE’s blijken namelijk trage en weifelende beslissers, zegt Jim Wiese, Chief
Technology Officer van Lens Energie. “Het enige beslismoment is de jaarlijkse vergadering van eigenaren. Dan moeten LENS en de aanjagende bewoners het voor elkaar krijgen om groen licht te
krijgen voor de zonnestroominstallatie. Maar het gebeurt nogal eens dat dit agendapunt wordt ondergesneeuwd door een onderwerp als een verkeerd geplaatste bloempot. Dan is ons momentum voorbij en moeten we weer een jaar wachten. Daar kan je moeilijk je bedrijf op bouwen.”

Voor LENS is dat de belangrijkste reden om zich te richten op een ander segment – waar ook nog de nodige vierkante meters ontgonnen kunnen worden: daken van woningcorporaties. Maar omdat corporaties toch weer wat andere wensen hebben dan VvE’s, moest LENS zijn assortiment bijwerken. Over hoe dat ging later meer, eerst nog even recapituleren wat Herman de Zonnestroomverdeler 1.0 nu eigenlijk is.

In dat concept wordt uitgegaan van een gezamenlijk dak en de onderliggende elektriciteitsaansluitingen van de woningen en vaak ook een collectieve voorzieningen meter. Om wél de salderingsmogelijkheid te benutten van al deze aansluitingen, maar niet te hoeven investeren in evenveel kleine omvormers, bedacht Christiaan Brester, algemeen directeur van LENS, in 2012
Herman de Zonnestroomverdeler. Dit is een fysiek onderdeel – een kastje – van de installatie dat wordt geïnstalleerd tussen één centrale grote omvormer en de verschillende huisinstallaties. In deze kast zijn relais gemonteerd die de aansluiting naar de woning kunnen aan- of uitzetten. Software, die via internet of gprs verbonden is met de systemen van Lens Energie, kunnen bepalen naar welk huishouden de eerstvolgende lading zonnestroom geleid wordt. Omdat nauwkeurig bijgehouden wordt hoeveel elk huishouden ontvangen heeft, en er tegelijkertijd in het contract is vastgesteld op hoeveel elektriciteit elk huishouden recht heeft, is het dag-op- dag eenvoudig om telkens te schakelen naar de juiste woning.

Lens Energie ontwierp twee verschillende hoofdsystemen van de Herman, (met inmiddels negen subtypen). Door deze in combinatie toe te passen kan het team van LENS voor alle denkbare situaties
een oplossing bieden. Het eerste systeem is een centraal systeem waarbij de relaiskast achter de omvormer wordt geplaatst en van daaruit lopen AC-kabels richting maximaal zestien (maar
gemiddeld zes) individuele aansluitingen, tot achter de meter. En dan is er een decentraal systeem, waarbij elke woning een eigen relaiskastje heeft, dat strak tegen de stoppenkast aan gemonteerd is, en die wordt aangestuurd door een communicatiekabeltje. Deze variant maakt de aanleg van AC-bekabeling in sommige gevallen makkelijker, bijvoorbeeld als er tussen twee groepen aansluitingen
een lange gang overbrugd moet worden. Dit is een besparende maar installatietechnisch complexere
oplossing.

LENS heeft niet stilgezeten. De nieuwe zonnestroomverdeler – Herman 2.0 – heeft niet alleen meerdere uitgangen richting de woningen en centrale voorzieningen, maar ook meerdere ingangen.
Op dit moment lopen drie pilotprojecten met deze nieuwe Herman, allen in Amsterdam. “Multigrid noemen we dit”, zegt Wiese. “Op die manier kunnen we meerdere omvormers en ook meerdere
energiebronnen op één Herman aansluiten en kunnen we dus nog grotere systemen engineeren.
Daarbij kunnen we nu ook meerdere soorten bronnen en meerdere soorten verbruikers in één systeem zetten. Wind- en zonne-energie in combinatie met een accu en dat geheel gaan we dan weer koppelen aan verbruikers zoals warmtepompen, woningen en auto’s, allemaal zonder ‘slimme’ meters”. Op deze ontwikkelingen heeft LENS patenten liggen.

Een concreet voorbeeld: Op het dak van een gestapelde woningbouwcomplex aan de Amsterdamse Louise Wentstraat liggen 432 pv-panelen. Het gaat hier om typische 1×40 Ampère aansluitingen, dat betekent NEN1010 afzekeren op 25 Ampère-groepen en dus een omvormer van 5000 Watt. Voor 432 panelen kom je dan op 18 omvormers en dus ook 18 Hermannen 1.0. Bij de multigrid Herman 2.0 zijn drie omvormers per Herman mogelijk, dus zou een soortgelijk project nu toe kunnen met zes Hermannen.

Nieuwe software
Bovenstaand is de hardwarematige verandering die LENS heeft doorgevoerd in de Herman productgroep. Daarnaast zijn er softwarematige aanpassingen gedaan. “Ons oude platform draait op
PHP en MySQL. Dat is heel gangbare programmatuur, maar het kent wel veel beperkingen. Met opschaling bijvoorbeeld. Of het feit dat je voor mobiel en desktop veel meer apart moet ontwikkelen.
Ook moesten installateurs bij het testen van de kanalen gebruik maken van sms en dat duurde best wel lang. Wat je wil is dat je direct resultaat hebt als je een aansluiting gaat testen. Als het dan in
orde is, dan kan de installateur de deur achter zich dicht trekken en verder. Maar dat ging dus niet met ons oude platform.”

“Vooral bij woningcorporaties is ontzorging erg belangrijk, stelt. Zij willen alles in één systeem krijgen. Of dat nu een signaal is van een Herman, van een omvormer of slimme meters. Woningcorporaties moeten dat allemaal geaggregeerd kunnen inzien.” De nieuwe software is ontwikkeld op basis van Javascript. “Je programmeert één regel code en die werkt dan op desktop, mobiel, Apple en Android. En zowel voor omvormers als voor de Hermannen.”

Sinds kort heeft LENS er een concurrent bij, die een product op de markt heeft gebracht dat behoorlijk wat gelijkenissen vertoont met de Herman. Dit product heet Powershare en is ontwikkeld door het Vlaamse Cast4All in samenwerking met het Nederlandse Xemex. De twee bedrijven hebben met de Powershare op dit moment een pilot lopen in Nederland. Maar ze houden nog even geheim waar dat is. “Over enkele weken zullen we hier met een persbericht naar buiten komen”, zegt Gert-Jan van den Hurk van Xemex.

Cast4All is ontstaan als startup uit de Universiteit van Antwerpen en richtte zich aanvankelijk vooral op het verzenden van grote databestanden, films naar bioscopen bijvoorbeeld, zegt Peter van der Stock, van Casst4All Technologies. Later is het bedrijf zich meer gaan specialiseren in het bouwen van robuuste monitor- en controleapplicaties waarbij gebruik gemaakt wordt van de zogenoemde Normalized Systems Technology, een softwaretechnologie ontwikkeld samen met de Universiteit
Antwerpen. Xemex heeft een historie in de wereld van de slimme meters. “Eigenlijk hebben wij de slimme meter ontworpen voordat de overheid deze grootschalig wilde invoeren”, aldus Van den Hurk. Het bedrijf had rond 2005 een manier ontwikkeld om de meterstanden van de analoge meter uit te kunnen lezen en deze via gprs te verzenden naar de netbeheerders.

Xemex ging daarna samenwerking aan met de slimme meter van Landis + Gyr. Dat resulteerde erin dat de Xemex-technologie nu is ingebouwd in elke slimme Landis + Gyr-meter in Nederland. “Dus dan hebben we het over miljoenen exemplaren”, zegt Van den Hurk. Het is precies deze slimme meter die Xemex en Cast4All nu gebruiken in hun PV-monitoringoplossingen en in hun product Powershare.

Deze meter wordt namelijk, net als de Herman van LENS, achter de omvormer gemonteerd (dat kan in de meterkast zijn, maar ook bijvoorbeeld vlakbij de omvormer). “Dit is dus een brutoproductiemeter, die alleen meet hoeveel de zonnepanelen opleveren”, zegt Van der Stock. En het feit dat deze meter MID (Measurement Instrument Directive) gecertificeerd is, maakt dat de data gebruikt kunnen worden voor het daadwerkelijk afrekenen van de geproduceerde zonne-energie. Overigens wordt de waarde van dit ‘unique selling point’ betwist door Jim Wiese van LENS. “Onze Herman heeft ook een MID, maar je hebt er in de praktijk niet zo veel aan.”

Geautomatiseerd systeem
“De slimme meter van Landis + Gyr heeft een aan/uit-relais. En we dacht dat we daar wel wat mee konden doen”, zegt Van den Hurk. Dat denken resulteerde in Powershare en het concept is vergelijkbaar met het decentrale systeem van Herman de Zonnestroomverdeler. In elke woning wordt een Landis+Gyr-meter gemonteerd, die dag-op- dag de toegang open of dicht zet, al naar
gelang de hoeveelheid elektriciteit waar dat huishouden wel of niet recht op heeft.

Een verschil met het concept van LENS, zegt Van der Stock, is dat Cast4All/Xemex de woningcorporaties doelbewust niet een end-to- end platform levert, waarop alle handelingen zijn in te zien en uit te voeren. In plaats daarvan gaat het bij Cast4All/Xemex om het leveren van diensten aan de ‘achterkant’: de data voor een geautomatiseerd meldingensysteem. Van der Stock: “Wij
vergelijken de opbrengst van de PV-panelen met onze software voortdurend met benchmarks, zoals de opbrengst van PV-panelen in de buurt. Daarvoor hebben we onze Clear Sky Performance Index
(CSPI) ontwikkeld. Als er dan iets niet klopt, wordt er automatisch melding gemaakt en kan er direct actie ondernomen worden. Dit is essentieel als je, zoals bij onze systemen, met Esco-constructies
werkt. Je return on investment verbetert daarmee enorm.”


Een lift alstublieft
Voor PV-installaties op corporatiedaken maakt nogal wat uit of een centrale voorzieningenruimte (CVZ) in een woningcomplex een lift heeft of niet. Een lift is namelijk een elektriciteitsslurper (al snel 10.000 kWh/j) van jewelste en met het salderen van deze elektriciteit komt een business case snel dichterbij. Dat heeft echter zin tot 50.000 kWh. Boven deze hoeveelheid gaat de energiebelasting drastisch omlaag en schiet salderen niet meer zoveel op. Dan is het nog wel mogelijk om SDE+-subsidie aan te vragen.

Advertenties

Amerikaans energiebedrijf AES bouwt in Zeeland grote batterij voor primaire reserve

Lithium-ionaccu’s. In het dagelijks leven vooral bekend van de batterij in de mobiele telefoon. Het Amerikaanse energiebedrijf AES wil de technologie inzetten als vermogen in de wekelijkse veiling van de primaire reserve van Tennet.

Tijdo van der Zee, in: Energeia, 4 mei 2015

Nog voor het einde van het jaar wil AES een energiecentrale 20 MW aan regelvermogen beschikbaar hebben (10 MW opregel- en 10 MW afregelvermogen), afkomstig uit duizenden gestapelde accu’s in een gebouwtje in het Sloegebied, het haventerrein ten oosten van Vlissingen. “Het gebouw lijkt op een datacenter en doet in niks denken aan een conventionele energiecentrale. Er is geen vervuilende uitstoot en geen aanvoer van grondstoffen. Daarom verwachten we geen problemen met vergunningen en ook weinig maatschappelijke weerstand.” Dat zegt Steve Corwell, vice-directeur voor het vasteland van Europa van AES Energy Storage, vanuit zijn kantoor aan de Amsterdamse Zuidas.

In Zuid-Amerika en de Verenigde Staten heeft AES momenteel al 172 MW van deze zogeheten Advancion-technologie opgesteld. In Europa zit er voor meer dan 100 MW in de pijplijn, onder meer in Noord-Ierland, maar die centrales zijn nog niet operationeel. Corwell zegt dat hij het mooi zou vinden als Nederland de Europese primeur heeft. “Dat is een kwestie van persoonlijke trots, omdat ik in Nederland werk.”

Dat AES zijn energieopslag wil bouwen in Zeeland is geen toeval. Het bedrijf exploiteert met Essent en Delta sinds 1998 de Elsta-centrale, een 460 MW warmtekrachtkoppeling-centrale (WKK-centrale) in Terneuzen. “Wij kennen Zeeland al een beetje”, beaamt Corwell. De AES-centrale wordt straks verbonden aan het elektriciteitsnet van Delta, de stroom is bestemd voor de primaire reserve van Tennet. Dat is vermogen dat Tennet in een wekelijkse veiling vastlegt en bedoeld om frequentieverstoringen in het hoogspanningsnet tegen te gaan.

Om mee te kunnen doen aan die veiling moet een aanbieder ten minste 1 MW opregel- en 1MW afregelvermogen beschikbaar hebben en dat binnen 30 seconden. “Dat is voor ons geen enkel probleem”, stelt Corwell, “Onze apparatuur kan in een derde van een seconde 10 MW op- of afregelen.” Dat maximale vermogen is in het uiterste geval 30 minuten beschikbaar. “Dat is meer dan genoeg. De Europese regels hierover zijn wat onduidelijk. Sommigen hebben het over 30 minuten, anderen over 15 minuten. In de Verenigde Staten neemt men genoegen met 7,5 minuut.” Dat wil niet zeggen dat 30 minuten een onpasseerbare grens is. “In de Verenigde Staten hebben we nu een opdracht binnengehaald voor een centrale die tot 4 uur het maximale vermogen kan leveren.” Navraag bij Tennet leert dat in Nederland momenteel minimaal 15 minuten beschikbaarheid vereist is.

De batterijopslag kan heel snel schakelen tussen elektriciteit leveren en opslaan. “We zien dat het enorm oscilleert. De slimme software kan die keuzes heel snel maken. En die zorgt er ook voor dat de accu’s altijd voldoende opgeladen zijn.” De keuze voor lithium-ionaccu’s ligt voor de hand, stelt Corwell. “Het is betrouwbare technologie waar we veel ervaring mee hebben.” Van lithium-ion batterijen is bekend dat ze na enige tijd minder gaan presteren. Corwell: “Als er op een gegeven moment accu’s vervangen moeten worden dan doen we dat.” Over de acculeverancier wil hij nog niet veel zeggen. “Dat kan als we straks de centrale gebouwd hebben.”

In Nederland wil AES na de centrale in Vlissingen nog één of twee soortgelijke installaties bouwen. Voor het zover is moeten in Zeeland de vergunningen nog worden afgegeven. En in Arnhem moet AES nog een raamovereenkomst sluiten met Tennet. Maar dat kan pas als de installatie van AES gebouwd en getest is.

Drentse GS steunen smartgrid-boer met lening en subsidie

Een boer uit Odoorn die van zijn erf een klein smart grid heeft gemaakt en zijn overtollige elektriciteit laat verhandelen door online energiebedrijf Jules Energy krijgt steun van provincie Drenthe. Het project kan een subsidie tegemoet zien van ruim een ton en een voordelige lening voor hetzelfde bedrag.

Tijdo van der Zee
Energeia, 02 september 2015

Boer Jan Reinier de Jong vroeg bij de provincie een financiële tegemoetkoming van 40% van de kosten die hij maakt, omdat hij als pionier “wordt geconfronteerd met meer risico’s en kosten dan de toekomstige tweede gebruiker”, liet hij de provincie weten.

Gedeputeerde Staten (GS) hebben nu besloten om tegemoet te komen aan zijn wens en de helft van het gevraagde bedrag (EUR 105.075) als subsidie te verstrekken en de andere helft als lening op basis van dagrente, met zes hectare van De Jongs akkerland als onderpand. Mocht de proef mislukken en niet leiden tot een winstgevend product, dan wordt de lening omgezet in een subsidie. Boer de Jong is nog met zijn “huisbankier” de Rabobank in overleg over de financiering van het resterende investeringsbedrag.

Gedeputeerde Staten willen het initiatief ondersteunen met twee argumenten. Ten eerste de stimulering van PV-systemen boven de 100 kWp. “De proef moet aantonen dat de terugverdientijd van zonneprojecten groter dan 100 kWp, zonder aanvullende subsidie van de overheid, tot minder dan tien jaar kan worden teruggebracht.” Een tweede argument is de “verbetering van de economische situatie in de landbouw”.

Op het erf van aardappelteler Jan Reinier de Jong start binnenkort een proef waarbij een slimme batterij van 290 kWh binnenkort kan bepalen of de elektriciteit van de 310 kWp aan zonnepanelen moet worden opgeslagen in de batterij, gebruikt om de aardappels te koelen of moet worden verhandeld op de energiemarkt. Lees verder Drentse GS steunen smartgrid-boer met lening en subsidie

Bam zet capaciteit van 200 nul-op-de-meter-woningen in als flexdienst

Bouwbedrijf Bam wil de capaciteit van zo’n 200 nul-op-de-meter-woningen in de regio Utrecht gaan inzetten als flexibiliteitsdienst aan Stedin.

Door: Tijdo van der Zee
In: Energeia.nl, 11 mei 2015

Eerder deze maand kreeg Bam voor dit driejarige Rennovates-project van de Europese Commissie EUR 5 mln toegezegd vanuit subsidieprogramma Horizon 2020.

Bam is betrokken bij het programma Stroomversnelling, waarin 111.000 woningen worden gerenoveerd tot nul-op-de-meter-woning. In het Rennovates-project betekent dit onder meer dat de gasaansluiting wordt verwijderd, dat elektriciteit wordt opgewekt door zonnepanelen en de warmte door warmtepompen. In de winter zal er daardoor extra vraag naar stroom zijn en in de zomer wordt juist een overschot verwacht, dat wordt teruggeleverd aan het net. Netto moet dit optellen tot nul.

Ook na de renovatie zal Bam betrokken blijven. Het bouwbedrijf is namelijk voor dertig jaar verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gerenoveerde woningen. In een energie service contract met de woningcorporatie tekent Bam voor de energieprestatie van gebouwgebonden installaties; de warmtepomp en zonnepanelen. Bam staat niet garant voor onzuinig gebruik van huishoudelijke elektrische apparaten door bewoners: die krijgen een jaarlijks energiebudget van ongeveer 2.500 kWh. Wat ze daarboven gebruiken, moeten ze extra afrekenen. Lees verder Bam zet capaciteit van 200 nul-op-de-meter-woningen in als flexdienst

HeatMatcher maakt de warmte-installatie slim

In de ketelruimte van seniorencomplex in Krommenie staat sinds enige maanden een laptop opgesteld naast de regelkast. Op die laptop staat het softwareprogramma HeatMatcher. Dat programma laat verschillende onderdelen van de verwarmings- en warmtapwaterinstallatie met elkaar communiceren en onderling ‘bepalen’ welk onderdeel op welk moment de warmte levert, afhankelijk van prijs en beschikbaarheid. Uit eerste tests blijkt dat de HeatMatcher vaker dan normale regelunits gebruik maakt van de warmtepomp.

Door: Tijdo van der Zee
In: GAWALO juli 2013

Het comfortabele woonblok aan het Durghorstplantsoen van 79 woningen en een overdekt atrium werd een paar jaar geleden opgeleverd met een duurzame installatie van 80 vierkante meter zonnecollectoren en een (gesloten) WKO-systeem. De zonnewarmte wordt gebruikt om het tapwater te verwarmen. De WKO is de basis voor de ruimteverwarming. Het tapwatersysteem wordt geholpen door twee 65 kW Remeha-gasketels, de ruimteverwarming kan bij piekvraag rekenen op twee exemplaren van 115 kW. De gehele installatie wordt aangestuurd door een regelunit van Priva.

Energy Service Company (Esco) ZON Energie Groep uit Spanbroek is eigenaar van de installatie en voert het beheer uit. Daarbij betalen de bewoners een energiefactuur via het NMDA (niet meer dan anders)-principe, waaruit ZON Energie gas en elektriciteit aanschaft en afschrijvingen op de installatie betaalt. Hoe meer ‘gratis’ duurzame energie uit bodemwarmte en zonnecollectoren ZON Energie gebruikt, hoe sneller de investering zich laat terugverdienen. Lees verder HeatMatcher maakt de warmte-installatie slim

Power-to-gas: wordt het methaan of waterstof?

De roep om tijdelijke opslag van duurzame elektriciteit klinkt steeds luider, nu de productie door wind en zon grote pieken vertoont en huishoudens vrezen voor het afschaffen van de salderingsregeling. Power to gas, waarbij de elektriciteit wordt omgezet in waterstof of methaan, is één van de technieken die dit mogelijk maken. Maar hoe groot is de kans op grootschalige introductie? En moet de installatiesector zich alvast voorbereiden?

Netbeheerder Stedin experimenteert druk met de omzetting van elektriciteit in gas. Op Ameland liep van 2007 tot 2012 een proef waarbij uit water door middel van elektrolyse waterstof en zuurstof werd geproduceerd. En sinds afgelopen herfst worden dertig woningen in een appartementencomplex in de Rotterdamse wijk Rozenburg zelfs voorzien van synthetisch  – en voor de bewoners gratis – methaan, verkregen door waterstof uit elektrolyse in een vervolgstap met CO2 te methaniseren. In dit project werkt Stedin samen met energiekennisbedrijf DNV GL, de corporatie Ressort Wonen en gemeente Rotterdam.

De installatie, bestaande uit enkele blauwe zeecontainers op een veldje naast het wooncomplex van Ressort Wonen, heeft een productiecapaciteit van 0,25 kuub per uur, of 2.000 kuub per jaar, minder dan het verbruik van Lees verder Power-to-gas: wordt het methaan of waterstof?

Met Beacon Mile maakt Amsterdam symbolisch keuze voor Internet of Things

Bij een internet horen zoekmachines. Bing, Yahoo en Google zijn de grote jongens van het ‘gewone’ internet. Met de opkomst van het Internet-of-Things (IoT), of het Internet-van-Alles, maken de new kids on the block hun opwachting. Startups als Shodan, Noustix en Thingful doen er alles aan om de nieuwe top dog te worden.

19 biljoen dollar, zo veel zal het Internet-of-Things de komende tien jaar waard worden. En in 2020 zullen zo’n 50 miljard dingen gekoppeld zijn aan het internet. Dat is althans de voorspelling die Cisco-CEO John Chambers vorig jaar deed bij de Consumer Electronics Show in Las Vegas. Lastig natuurlijk, om een prijskaartje te hangen aan zo’n nieuwe ontwikkeling, maar dat dit groot gaat worden, daar twijfelt niemand aan.

Wat IoT eigenlijk precies is, daar verschillen de meningen over. Ik hou het er maar op dat alle apparaten straks een zender (en ontvanger) krijgen, die allemaal data naar het web sturen, die andere apparaten dan weer kunnen verleiden tot een actie.

Afgelopen donderdag was er in Amsterdam een interessante bijeenkomst die was georganiseerd door de gemeentelijke Chief Technology Officer – een gloednieuwe ambtelijke functie – en zijn team. In een hip reclamekantoortje aan de Krom Boomssloot werd de ‘Amsterdam Beacon Mile’ aangekondigd, waarmee een symbolische stap gezet werd naar een stads Internet-of-Things – of een Smart City, wat Amsterdam zo graag wil zijn. In een lint van het Centraal Station naar het Marineterrein komen ongeveer honderd iBeacons van het bedrijf Glimworm te hangen, die telkens een klein signaal uitzenden. Lees verder Met Beacon Mile maakt Amsterdam symbolisch keuze voor Internet of Things