Categorie archief: Energiebesparing en energie-efficiëntie

PUR-markt nog niet tot rust gekomen

Met fabrieken die nog steeds op halve kracht draaien en een wereldvraag die explosief toeneemt, is het geen wonder dat de levertijden en prijzen van PUR en PIR onder druk staan. Wanneer komt de markt tot rust? “Dat is nog niet met zekerheid te zeggen.” Een gesprek met André Meester, directeur van de NVPU, de branchevereniging van bedrijven in de polyurethaanisolatie-industrie.

Door: Tijdo van der Zee, 14 december 2017

Gepubliceerd op: Cobouw

De problemen met PUR en PIR spelen al sinds begin 2017 en iedereen in de bouw vraagt zich af hoe lang de tekorten blijven bestaan.

Wanneer komt de markt weer tot rust?

“Dat is moeilijk om exact te bepalen en ik mag daar niet teveel over zeggen vanwege Europese antitrustwetgeving. Wat ik wel kan meegeven is dat er met man en macht wordt gewerkt aan een zo hoog mogelijke productiecapaciteit en er is ook geïnvesteerd in nieuwe fabrieken. Het beweegt de goede kant op, maar we hebben geen kristallen bol, dus ik durf niet te zeggen wanneer de markt weer in balans is.”

PUR wordt gemaakt door twee oliederivaten, een harde en een zachte, met elkaar te laten reageren  onder toevoeging van een blaasmiddel, dat het product het luchtige en daarmee isolerende karakter geeft. Door te variëren in verhoudingen tussen de harde en de zachte componenten zijn flexibele producten te maken, zoals schuim voor matrassen, en hardere producten, zoals purschuim. De scheikundige namen van deze grondstoffen zijn een isocyanaat (MDI of TDI), de grondstof die het product zijn hardheid geeft, én het vloeibare element polyol. Het blaasmiddel is isopentaan, dat na de reactie vervliegt. PUR is geliefd in de markt vanwege de hoge isolatiewaarde (< 0.026 W/mK) en de goede waterbestendigheid.

PIR is een doorontwikkeling van PUR en heeft een nog wat betere isolatiewaarde, is brandwerender en harder dan pur. In de productiewijze zit het verschil hem in onder meer in het gebruik van een ander soort polyol en een hoger gehalte MDI.

Waar in het productieproces zit nu precies het probleem?

“MDI is de zwakke schakel. Van polyol en blaasmiddel is er genoeg. Het tekort aan MDI is veroorzaakt door een ongelukkige samenloop van omstandigheden: een groot incident in september vorig jaar bij een fabriek van Wanhua in China, waar zo’n beetje de halve wereldproductie plaatsvindt. Die fabriek draait nog steeds niet op volle kracht en ook kwalitatief is het product daar nog niet op orde. In de Europese fabrieken liep ook niet alles goed. Onderhoud bij fabrieken van Huntsman en Covestro duurde langer dan gepland. En de opstart van een nieuwe fabriek van DOW in Saoedi-Arabië heeft enige vertraging gehad.”

MDI-producenten als het Japanse Tosoh lijken de lachende derden in het PUR/PIR-debacle. Want: geen problemen in de productie en wel profiteren van hogere prijzen. De laatste halfjaarcijfers van het bedrijf uit Tokyo waren dan ook ronduit florissant.

Voor hen kunnen de problemen waarschijnlijk niet lang genoeg duren?

“Natuurlijk is het voor een producent in beginsel aardig als er een enorme vraag is. Een beetje spanning op de markt is goed voor de prijs. Wij kregen uit de markt ook wel de vraag of deze affaire niet gewoon een truc was om de prijzen te verhogen. Maar dit is echt geen bedacht scenario. En uiteindelijk is de gang van zaken natuurlijk niet positief voor het imago en beeldvorming rondom het product.”

Daar lijkt het inderdaad op. In een recente Belgische peiling gaf 45 procent van de architecten aan dat ze vanwege de gestegen prijzen en oplopende tekorten andere isolatiematerialen voorschrijven, zoals resolschuim en minerale wol. En leveranciers zetten hun resolschuim isolatieplaten een stuk prominenter in de etalage.

Is de branchevereniging NVPU bang dat men massaal overstapt op alternatieven?

“Ik kan me voorstellen dat het hier en daar zal voorkomen dat iemand die keuze maakt. Maar ik heb nog geen signalen dat het gebeurt in een omvang dat het bedreigend is voor het marktaandeel van PUR en PIR. De voordelen van PUR en PIR zijn groot en isolatie is zelfs met de wat langere levertijden lang niet altijd de bepalende factor. Er zijn immers wel meer knelpunten in de toeleverende industrie. Neem heipalen. Ook daarvan is de levertijd groot. De markt lijkt aardig te anticiperen op die wat langere levertijden.”

Uitbesteding energiebeheer Rotterdamse zwembaden met gesloten beurs

De negen Rotterdamse zwembaden besparen de komende 10 jaar 30% op hun energierekening. Maatregelen als WKK’s en kierafdichting moeten hiervoor zorgen. De investeringen kosten de gemeente Rotterdam niets; die worden namelijk gedaan door Strukton. Maar de financiële besparingen als gevolg van die investeringen, die zijn ook voor het bouw- en installatiebedrijf. Een overeenkomst met gesloten beurs dus, en één van de eerste grootschalige Esco-contracten in Nederland, die deze week van start ging.

Door Tijdo van der Zee, in Energeia, april 2011

 

“Strukton steekt de besparing in zijn zak en het kost ons niets. Dat is het idee”, zo legt de Rotterdamse gemeentewoordvoerder Karín Fraai in het kort het concept uit. Vorig jaar kondigde Rotterdam de aanbesteding aan en toen al maakte de gemeente duidelijk dat dat door middel van een Energy Service Company-contract (Esco) zou gebeuren. Het begrip Esco is in Nederland nog tamelijk onbeproefd, maar kan in landen als Groot-Brittannië en Amerika al een succesverhaal genoemd worden.

Daar werd ook het in Rotterdam gehanteerde ‘Building Retrofit-concept’ ontwikkeld door het Clinton Climate Initiative, dat hierin ook als partner en klankbord fungeert voor de gemeente Rotterdam. Dergelijke contracten hebben noodzakelijkerwijs een lange looptijd, zodat de Esco zijn investeringen terug kan verdienen. Annemarie Hoogendoorn, woordvoerder van Strukton, geeft wel aan dat het bedrijf na initiële investeringen niet op zijn lauweren kan gaan rusten: “In het contract staat dat wij door moeten blijven innoveren. Nieuwe technieken zullen de komende tien jaar dus telkens verouderde technieken vervangen.”

Strukton won de aanbesteding waaraan in totaal elf bedrijven meededen. In de laatste ronde bleven daar drie van over, die in een zogenaamde ‘concurrentiegerichte dialoog’ de gunst van Rotterdam probeerden te winnen. Strukton had nog geen ervaring met Esco’s en richtte er inderhaast eentje op. Hierin krijgt ook het bedrijf Hellebrekers Technieken een rol als onderaannemer. “Zij hebben namelijk verstand van zwembaden”, zegt Hoogendoorn. Zij vervolgt: “Wij waren erg gretig in deze aanbesteding. We beseffen goed dat dit een begin is van een veel grotere uitrol van deze vorm van contractering.”

Strukton investeert in energiebesparende maatregelen, maar zal daarnaast ook het beheer en onderhoud op zich nemen van de zwembaden, en zich ontfermen over de waterkwaliteit. Voorbeelden van energiebesparende maatregelen die worden genomen zijn Eco-verlichting, warmtekrachtkoppeling, warmtepompen, optimaliseren van ketels, frequentieregelaars, afdichten van glijbanen, aanwezigheidsdetectie, afdekken van zwembadbassins, toepassen van gebouwbeheersystemen en automatisch legionellabeheer.

De lucht- en waterkwaliteit wordt verbeterd door het verlagen van het gebonden chloorgehalte, waardoor kan de waterkwaliteit met minder chemicaliën worden gerealiseerd. Een bijkomend voordeel is dat het zwembadwater minder hoeft te worden ververst. Dit bespaart naast water ook energie omdat minder water hoeft te worden opgewarmd. Verwacht wordt verder dat de investeringen in nieuwe systemen voor lagere onderhoudskosten zullen zorgen.

Rotterdam start met de zwembaden omdat dit grootverbruikers zijn van energie en water. Doel is om op termijn al het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed, bestaande uit 1.500 gebouwen, door middel van Esco’s duurzaam te maken. Naast zwembaden gaat het hierbij onder meer om sporthallen, scholen, musea en theaters.

Warmtepompendrama in nieuwbouwwijk Dongen

Bewoners van nieuwbouwwijk De Beljaart in Dongen kampten jarenlang met een gebrekkige energievoorziening. Gemeente Dongen ligt nu in de clinch met Stewitech Duurzaam, dat de systemen installeerde. Een second opinion die de gemeente liet uitvoeren werpt een gedetailleerd inkijkje in wat er mis ging. Maar oplossingen zijn nog niet direct voorhanden.

Tekst Tijdo van der Zee | in GAWALO februari 2017

De Beljaart is een nieuwbouwwijk waarin de gemeente Dongen hoge duurzaamheidsambities heeft uitgesproken. De wijk werd opgeleverd in verschillende fases. In Fase I gaat het om 137 woningen die zijn aangesloten op een collectief warmte-koudeopslagsysteem (wko-systeem). Een centrale warmtepomp levert vervolgens warmte, koude en warm tapwater dat via drie afzonderlijke leidingen naar de woningen wordt getransporteerd. Dit systeem werd opgeleverd door Nuon, maar werd in 2015 verkocht aan Greenspread. Volgens Tom Sloots, operationeel manager bij Greenspread, heeft Nuon, voordat het systeem werd overgedragen, de nodige verbeteringen doorgevoerd, waardoor klachten verholpen werden. Lees verder Warmtepompendrama in nieuwbouwwijk Dongen

De WKO wordt compact

De tijd dat WKO-installaties hele ruimtes in beslag namen lijkt voorgoed verleden tijd. Tegenwoordig worden ze bijna kant-en- klaar aangeleverd op stalen frames van niet veel meer dan tien vierkante meter. Zoals de WKO in het nieuwe onderzoekscentrum van Danone in Utrecht.

Door Tijdo van der Zee, in Installatie XL, december 2012

Een ‘kleintje’ is de nieuwe WKO in de kelder van het nieuwe onderzoekscentrum van Danone op het Utrecht Science Park niet te noemen. Het apparaat levert namelijk een verwarmingsvermogen van 1250 kW en een koelvermogen van 2640 kW met een maximaal debiet van twee keer 186 kubieke meter per uur. Toch past hij in een klein hoekje van de kelder, die straks verder vooral gereserveerd is als parkeergarage. Lees verder De WKO wordt compact

Aanbesteding voor tientallen kilometers Limburgse warmteleiding

De gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Stein hebben een Europese aanbesteding uitgeschreven voor ‘duurzaam warmtebedrijf’ het Groene Net, een pijplijn die warmte van Biomassa Energiecentrale Sittard (Bes) en industrieterrein Chemelot naar 5.000 woningen en 40 gebouwen (30.000 woningequivalenten) in Limburg brengt. Het project kost naar verwachting ongeveer EUR 82 mln.

Door: Tijdo van der Zee, in: Energeia, mei 2011

De aanbesteding vindt plaats via een zogenaamde ‘concurrentiegerichte dialoog’. Daarin doen twee tot vijf overblijvers van een eerste selectieronde mee. Met deze deelnemers worden intensieve gesprekken gevoerd. Pas daarna kunnen zij een offerte indienen. Deelnemers dienen in ieder geval een minimumjaaromzet hebben van EUR 250 mln. Lees verder Aanbesteding voor tientallen kilometers Limburgse warmteleiding

Gaat energiezuinigheid woningen ten koste van gezondheid?

Door de opkomst van nul-op-de-meterwoningen lijkt alle aandacht in de bouw naar energiebesparing te gaan. De gezondheid van bewoners als maatstaf voor een goede woning, verdwijnt teveel naar de achtergrond, waarschuwen verontruste adviseurs. Om het tij te keren wordt de discussie over een gezondheidslabel voor woningen heropend.

Klachten uit Nieuw Buinen, klachten uit Tilburg en gemopper uit Stadskanaal. Geluidsoverlast, hinderlijke trillingen en een niet goed te regelen binnentemperatuur. Bewoners van Nul-op-de-meterwoningen zijn lang niet altijd tevreden met hun vernieuwde woning. Het onderwerp werd inmiddels breed opgepikt door media zoals BNR Nieuwsradio en TV-programma Kassa. Projectontwikkelaars en een organisatie als De Stroomversnelling schieten echter in de bekende reflex: “Dit zijn kinderziektes die horen bij de pilotfase”. Lees verder Gaat energiezuinigheid woningen ten koste van gezondheid?

Nano-isolatie nu toe aan opschaling

Nano-isolatiematerialen isoleren ruwweg twee keer zo goed als een meer gangbaar materiaal als  pur. Met een half zo dikke plaat bereik je dus hetzelfde resultaat. Maar de marktintroductie gaat niet zonder horten en stoten. De techniek is relatief nieuw en nog niet volledig uitontwikkeld. De prijs is een ander struikelblok. Die zou naar beneden kunnen als geïnvesteerd wordt in opschaling.

In: Cobouw, september 2016

Nano-isolatiematerialen wacht een gouden toekomst. Dat is althans de strekking van het recente rapport ‘Europe blanket aerogel market’ van het onderzoeksbureau Allied Market Research. De markt voor nano-isolatie zal jaarlijks tientallen procenten groeien tot 665 miljoen euro in 2022, zo stellen de onderzoekers. Kortom: wie er nu niet in stapt, die doet zichzelf schromelijk tekort.

Tot zover de theorie. Maar hoe zit het in de praktijk? Lees verder Nano-isolatie nu toe aan opschaling

Bam zet capaciteit van 200 nul-op-de-meter-woningen in als flexdienst

Bouwbedrijf Bam wil de capaciteit van zo’n 200 nul-op-de-meter-woningen in de regio Utrecht gaan inzetten als flexibiliteitsdienst aan Stedin.

Door: Tijdo van der Zee
In: Energeia.nl, 11 mei 2015

Eerder deze maand kreeg Bam voor dit driejarige Rennovates-project van de Europese Commissie EUR 5 mln toegezegd vanuit subsidieprogramma Horizon 2020.

Bam is betrokken bij het programma Stroomversnelling, waarin 111.000 woningen worden gerenoveerd tot nul-op-de-meter-woning. In het Rennovates-project betekent dit onder meer dat de gasaansluiting wordt verwijderd, dat elektriciteit wordt opgewekt door zonnepanelen en de warmte door warmtepompen. In de winter zal er daardoor extra vraag naar stroom zijn en in de zomer wordt juist een overschot verwacht, dat wordt teruggeleverd aan het net. Netto moet dit optellen tot nul.

Ook na de renovatie zal Bam betrokken blijven. Het bouwbedrijf is namelijk voor dertig jaar verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gerenoveerde woningen. In een energie service contract met de woningcorporatie tekent Bam voor de energieprestatie van gebouwgebonden installaties; de warmtepomp en zonnepanelen. Bam staat niet garant voor onzuinig gebruik van huishoudelijke elektrische apparaten door bewoners: die krijgen een jaarlijks energiebudget van ongeveer 2.500 kWh. Wat ze daarboven gebruiken, moeten ze extra afrekenen. Lees verder Bam zet capaciteit van 200 nul-op-de-meter-woningen in als flexdienst

Nieuwe stoomdeal met Essent mislukt: Attero steekt EUR 100 mln in eigen turbine

Attero en Essent hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over de verlenging van het contract over de levering van stoom van de afvalcentrale van Attero naar de WKC van Moerdijk. Attero wil nu voor EUR 100 mln zelf een stoomturbine installeren die vanaf 2017 elektriciteit kan leveren. Essent reageert teleurgesteld.

AZN Moerdijk van Attero en de daarnaast gelegen WKC Moerdijk I van Essent zijn al vanaf 1997 (toen Attero nog onderdeel was van Essent) verbonden met een stoomleiding die hogedrukstoom met een druk van 100 bar en 400 graden Celsius vervoert die in de WKC wordt omgezet in elektriciteit. Dat contract loopt door tot eind 2017. “We hebben over verlenging van het contract geen overeenstemming kunnen bereiken”, zegt Attero-woordvoerder Léon Dirrix, die verder hierover geen details wil prijsgeven.
Lees verder Nieuwe stoomdeal met Essent mislukt: Attero steekt EUR 100 mln in eigen turbine

‘In plaats van perslucht kan je ook de bezem pakken’

In een tijd waarin een fles water in de supermarkt meer kost dan een pak melk zijn mogelijkheden om op energiekosten te besparen in de zuivelindustrie meer dan welkom. Verstandiger gebruik van perslucht kan hierin een bijdrage leveren.

Door Tijdo van der Zee

“Ik heb verstand van melk, van perslucht heb ik geen kaas gegeten”, zei technisch manager Paul Kreuger van Friesland-Campina Rotterdam onlangs. Hij vervolgde: “Het schijnt dat je van alle persluchtlekken slechts 20 procent hoort. Dat is maar goed ook. Als je alles zou horen kon je niet werken van het gesis.” Maar het zijn zeker niet alleen de grote, hoorbare lekken die geld kosten. Pneumatiekbedrijf SMC berekende onlangs dat een lek van 1 millimeter op 9 bar 2 euro per dag kost. Dergelijke lekkages komen overal in het systeem voor,maar vooral bij koppelingen, waaraan regelmatig gesleuteld wordt, of waaraan zelfs regelmatig de verkeerde formaat slangen worden bevestigd. Friesland-Campina besloot persluchtmanagement uit te besteden aan SMC en Cuyten Maintenance Services. In 2009 resulteerde dat in een energiebesparing bij de zuivelfabrikant van 8 procent. Er werden honderd lekken gevonden, waaruit dagelijks 9000 m3 perslucht verloren ging; een dagelijkse kostenpost van 100 euro.
Perslucht is een handige energiedrager, bij bijvoorbeeld verpakkingslijnen of om te roeren, maar ook een zeer onzuinige. Bij de omzetting van elektriciteit naar perslucht gaat 95 procent verloren aan warmte. Daarmee scoort perslucht nog maar net beter dan een gloeilamp. In de door NL Energie en Klimaat geïnitieerde gebruikersgroep voor de zuivelindustrie discussiëren vier keer per jaar energiecoördinatoren van grote zuivelbedrijven onder leiding van adviesbureau KWA over energiebesparing. Dit jaar wordt ingezet op perslucht.

Bezem
Volgens KWA zijn hier, naast de al genoemde lekdichting, grote besparingsmogelijkheden. “De belangrijkste is nog wel: gebruik geen perslucht als dat niet nodig is. Gebruik servomotoren bij regelkleppen en vulmachines. Gebruik blowerlucht in plaats van perslucht en je kunt ook gewoon de bezem hanteren als je de vloer schoon wil maken”, zegt KWA-adviseur Paul ten Have. Verder raadt Ten Have onder meer aan om de druk te reduceren. Veel systemen staan standaard op 8 bar, terwijl 6,5 bar ruimschoots voldoende is. Die reductie kan je het best invoeren met behulp van de ‘piep methode’, zonder de gebruikers op de werkvloer er over in te lichten en de druk met kleine stapjes te verlagen. Volgens compressorenfabrikant Atlas Copco reduceert 1 bar drukverschil het energieverbruik met 7 procent of, anders gezegd, elke 0,13 bar verhoogt de operationele kosten met 1 procent.

Apparatuur
Betere apparatuur kan ook een besparing opleveren. Al gaat daaraan natuurlijk altijd eerst een investering vooraf. SMC zet bijvoorbeeld in op betere nozzles. “De juiste nozzle is al snel 2000 m3 perslucht per jaar minder nodig”, beweert Frank Schoutsen, manager energy saving bij SMC. SMC maakt nozzles met een gerichter brandpunt, waarbij alle energie gericht is op precies, bijvoorbeeld, 10 centimeter verderop. Dergelijke nozzles werken goed bij geautomatiseerde processen, maar niet bij handmatig gebruik, omdat de afstand minder precies kan worden ingeschat. Ook Atlas Copco heeft efficiënte apparatuur in de aanbieding. Zo is de Carbon Zero geïntroduceerd, een compressor waarbij alle vrijgekomen warmte wordt hergebruikt voor bijvoorbeeld ruimteverwarming of warmwatervoorziening. Een medewerker van Atlas Copco geeft toe dat zo’n systeem alleen zin heeft als er ter plekke ook daadwerkelijk behoefte is aan warmte. Vaak echter ligt de warmtebehoefte niet op dezelfde locatie, waardoor de aanleg van een apart leidingsysteem de investering onrendabel zou kunnen maken.

Bron: EnergieGids.nl mei 2010