Categorie archief: Innovatieve installatietechnieken

De opmars van de sleufloze gasleidingrenovatie

De Claudius Prinsenlaan in Breda was vorige maand het toneel van een interessante proef. Netbeheerder Enexis verving daar een stuk gasleiding van ongeveer 400 meter zónder de straat open te hoeven breken. Samen met De Jongh Pipe Systems, Enexis’ contractleverancier van PE-leidingen, werd een PE-leiding ín de bestaande oude leiding geschoven. Maar het betrof hier geen gewone PE-leiding, maar een leiding die gevouwen was en daardoor kleiner en makkelijker manoeuvreerbaar. Eenmaal op zijn plek werd de leiding met stoom ‘opgebold’, waardoor hij precies aansloot op de binnenkant van de oude gasleiding. Vandaar de naam van de technologie: close-fit lining.

Het project was het eerste stukje gasleiding in Nederland dat op deze manier gerenoveerd werd. En dat betekent onvermijdelijk dat er nog wat kinderziektes zijn. “Er ontsnapte bijvoorbeeld best veel stoom, met al die langsrijdende auto’s wil je dat niet hebben”, zegt Sybe bij de Leij, innovator bij Enexis over de proef. “Dit probleem hebben we later wel opgelost.” Maar de technologie, hoe mooi ook, geeft vooralsnog wel meer hoofdbrekens. Zo waren er in Breda wat moeilijkheden met de machine die de nieuwe leiding in de oude leiding schuift. Ook is het nog niet eenvoudig om huisaansluitingen op zo’n nieuwe leiding aangesloten te krijgen. “Je kan het niet in één dag afmaken, waardoor huishoudens langere tijd zonder gas zitten.” Desondanks stemt de proef Bij de Leij tevreden. “Ik ben positief, maar er zijn nog wel meer testen nodig voor de techniek in het standaardpakket kan worden opgenomen.”

Netbeheerders testen volop nieuwe technieken die sleufloos vervangen of renoveren mogelijk maken. Dat gebeurt enerzijds omdat het in veel gebieden steeds lastiger wordt om de weg op te breken. Bewoners en de lokale winkeliers zitten daar namelijk doorgaans niet op te wachten en ook vergunningentrajecten nemen veel tijd in beslag. Maar sleufloos renoveren is ook een manier om kosten te besparen en om de productie op te schroeven. Bij Enexis neemt het vervangingstempo al enige tijd toe. Enkele jaren geleden werd jaarlijks 250 kilometer vervangen. Momenteel ligt het op ongeveer 350 kilometer en in 2018 moet jaarlijks zelfs 500 kilometer vervangen worden.

Maar close-fit lining is zeker niet de enige technologie die netbeheerders tot hun beschikking hebben bij sleufloos renoveren. Zo is Alliander al een aantal jaar bezig met een techniek die de ‘kousmethode’ wordt genoemd, of ‘relinen‘. Bij deze methode wordt de oude gasleiding van binnenuit bekleed met een soort kunsthars, die eenmaal op zijn plek actief wordt uitgehard. Groot voordeel van deze methode is dat de huisaansluitingen van binnenuit kunnen worden aangelegd: een robotje kan de lokatie bepalen en dan een gaatje boren waar de aansluitingen zitten. Alliander-woordvoerder Karen Nitschke laat weten: “De kousmethode is bij ons inmiddels in het standaardpakket opgenomen.” De netbeheerder heeft zelfs het initiatief genomen om samen met normeninstituut Nen, Staatstoezicht op de Mijnen (SODM) en Netbeheer Nederland tot landelijke afspraken te komen over deze technologie.

Alliander experimenteert nog met andere technieken. Zo heeft het bedrijf de afgelopen maanden op drie locaties in Leiden, Leiderdorp en Wassenaar een techniek getest die Live Mains Insertion (LMI) wordt genoemd. Daarbij wordt een PE-leiding met een iets kleinere diameter in een oude gasbuis geschoven. Het bijzondere aan deze techniek is dat gedurende het werk het gas kan blijven stromen en huishoudens alleen worden afgesloten op het moment dat hun aansluiting daadwerkelijk aan de beurt is voor vervanging.

Ook Stedin zit niet stil. Eind dit jaar start het netwerkbedrijf met een pilot waar het ervaring op gaat doen met relinen, waarbij dezelfde kousmethode wordt gebruikt als die waar Alliander al zo veel ervaring mee heeft. Waar de test plaats vindt is nog niet duidelijk. “We hebben een locatie op het oog, maar het onderzoek of dit de ideale plek voor de proef is, loopt nog”, laat Stedin-woordvoerder Daniëlle Nicolaas weten.

Bij Enexis wordt gewerkt met een formeel afwegingskader dat de engineers moeten doorlopen bij het maken van een technologiekeuze bij sleufloos renoveren. Is een grote diameter bijvoorbeeld belangrijk? In dat geval valt een vrij simpele methode als sliplining  -kleine leiding in grote leiding– af en kan misschien beter gekozen worden voor pipebursting, waarbij de oude leiding kapot geknipt of gebroken wordt, alvorens de nieuwe leiding er in geschoven wordt. LMI is net close-fit lining nog niet in het standaardpakket van Enexis opgenomen, maar hier kan verandering in komen, want na de bouwvak gaat het bedrijf een praktijktest uitvoeren in Tilburg.

De netbeheerders benadrukken dat het geen wedstrijdje is tussen de verschillende technieken. Elke techniek heeft zijn specifieke toepassingsgebied. De kousmethode is bijvoorbeeld erg geschikt in steden, omdat de huisaansluitingen binnen één dag kunnen worden gemaakt. Maar ook omdat in steden veel gietijzeren leidingen liggen, die behoorlijk dik en stevig zijn. De beruchte brosheid van deze leidingen kan goed worden gecompenseerd door de taaie kous. In de buitengebieden ligt vaker staal onder de grond of PVC. En die materialen lijken minder geschikt voor de kousmethode. “Staal heeft een andere vorm van corrosie dan gietijzer, waardoor het mogelijk op grotere stukken zijn sterkte verliest”, zegt Enexis-man Bij de Leij. “En aan PVC hecht de kous niet goed.” Dit is ook de verklaring dat Alliander relatief veel ervaring heeft met de ‘kousmethode’ en Enexis juist weer met andere technieken. Alliander heeft veel stedelijk netwerk en Enexis zit meer in de buitengebieden. En in die buitengebieden is pipebursten weer meer gemeengoed, omdat daar het risico kleiner is dat met de machine naastgelegen kabels en leidingen worden geraakt.

Sleufloos vervangen is met een opmars bezig. Dat wil zeker niet zeggen dat de straat nooit meer open hoeft. In sommige gevallen is dit zelfs ronduit de beste optie, zegt Alliander-woordvoerder Nitschke. “Als de straat toch al open moet voor bijvoorbeeld de vervanging van het riool of waterleiding, dan is de keuze snel gemaakt.”

‘Woningwet staat verduurzaming in de weg’

Zonnestroomverdelers zetten in op corporatiewoningen

Het zonnesystemenbedrijf LENS, bekend van Herman de Zonnestroomverdeler, gaat zich in plaats van op VvE’s vooral richten op woningcorporaties. Gelijktijdig brengt het bedrijf nieuwe hardware en nieuwe software op de markt, die deze ommezwaai ondersteunen. LENS krijgt sinds kort concurrentie van de relatief nieuwe speler Cast4All en zijn partner Xemex, dat met het product Powershare soortgelijke ambities heeft.

Door: Tijdo van der Zee, in Installatie Journaal maart 2017

In november 2013 stond Herman de Zonnestroomverdeler volop in de schijnwerpers. LENS had zojuist de Herman Wijffels innovatieprijs gewonnen. ‘De zonnestroomverdeler maakt zonnestroom voor iedereen toegankelijk en rendabel. Het is ook een sociale innovatie: bewoners gaan samen zonnestroom opwekken en verdelen. Dat bevordert het onderlinge contact’, zo concludeerde de jury.

Nu, bijna 3,5 jaar later, en enkele honderden Herman-installaties verder, gaat LENS zich richten op woningcorporaties. VvE’s blijken namelijk trage en weifelende beslissers, zegt Jim Wiese, Chief
Technology Officer van Lens Energie. “Het enige beslismoment is de jaarlijkse vergadering van eigenaren. Dan moeten LENS en de aanjagende bewoners het voor elkaar krijgen om groen licht te
krijgen voor de zonnestroominstallatie. Maar het gebeurt nogal eens dat dit agendapunt wordt ondergesneeuwd door een onderwerp als een verkeerd geplaatste bloempot. Dan is ons momentum voorbij en moeten we weer een jaar wachten. Daar kan je moeilijk je bedrijf op bouwen.”

Voor LENS is dat de belangrijkste reden om zich te richten op een ander segment – waar ook nog de nodige vierkante meters ontgonnen kunnen worden: daken van woningcorporaties. Maar omdat corporaties toch weer wat andere wensen hebben dan VvE’s, moest LENS zijn assortiment bijwerken. Over hoe dat ging later meer, eerst nog even recapituleren wat Herman de Zonnestroomverdeler 1.0 nu eigenlijk is.

In dat concept wordt uitgegaan van een gezamenlijk dak en de onderliggende elektriciteitsaansluitingen van de woningen en vaak ook een collectieve voorzieningen meter. Om wél de salderingsmogelijkheid te benutten van al deze aansluitingen, maar niet te hoeven investeren in evenveel kleine omvormers, bedacht Christiaan Brester, algemeen directeur van LENS, in 2012
Herman de Zonnestroomverdeler. Dit is een fysiek onderdeel – een kastje – van de installatie dat wordt geïnstalleerd tussen één centrale grote omvormer en de verschillende huisinstallaties. In deze kast zijn relais gemonteerd die de aansluiting naar de woning kunnen aan- of uitzetten. Software, die via internet of gprs verbonden is met de systemen van Lens Energie, kunnen bepalen naar welk huishouden de eerstvolgende lading zonnestroom geleid wordt. Omdat nauwkeurig bijgehouden wordt hoeveel elk huishouden ontvangen heeft, en er tegelijkertijd in het contract is vastgesteld op hoeveel elektriciteit elk huishouden recht heeft, is het dag-op- dag eenvoudig om telkens te schakelen naar de juiste woning.

Lens Energie ontwierp twee verschillende hoofdsystemen van de Herman, (met inmiddels negen subtypen). Door deze in combinatie toe te passen kan het team van LENS voor alle denkbare situaties
een oplossing bieden. Het eerste systeem is een centraal systeem waarbij de relaiskast achter de omvormer wordt geplaatst en van daaruit lopen AC-kabels richting maximaal zestien (maar
gemiddeld zes) individuele aansluitingen, tot achter de meter. En dan is er een decentraal systeem, waarbij elke woning een eigen relaiskastje heeft, dat strak tegen de stoppenkast aan gemonteerd is, en die wordt aangestuurd door een communicatiekabeltje. Deze variant maakt de aanleg van AC-bekabeling in sommige gevallen makkelijker, bijvoorbeeld als er tussen twee groepen aansluitingen
een lange gang overbrugd moet worden. Dit is een besparende maar installatietechnisch complexere
oplossing.

LENS heeft niet stilgezeten. De nieuwe zonnestroomverdeler – Herman 2.0 – heeft niet alleen meerdere uitgangen richting de woningen en centrale voorzieningen, maar ook meerdere ingangen.
Op dit moment lopen drie pilotprojecten met deze nieuwe Herman, allen in Amsterdam. “Multigrid noemen we dit”, zegt Wiese. “Op die manier kunnen we meerdere omvormers en ook meerdere
energiebronnen op één Herman aansluiten en kunnen we dus nog grotere systemen engineeren.
Daarbij kunnen we nu ook meerdere soorten bronnen en meerdere soorten verbruikers in één systeem zetten. Wind- en zonne-energie in combinatie met een accu en dat geheel gaan we dan weer koppelen aan verbruikers zoals warmtepompen, woningen en auto’s, allemaal zonder ‘slimme’ meters”. Op deze ontwikkelingen heeft LENS patenten liggen.

Een concreet voorbeeld: Op het dak van een gestapelde woningbouwcomplex aan de Amsterdamse Louise Wentstraat liggen 432 pv-panelen. Het gaat hier om typische 1×40 Ampère aansluitingen, dat betekent NEN1010 afzekeren op 25 Ampère-groepen en dus een omvormer van 5000 Watt. Voor 432 panelen kom je dan op 18 omvormers en dus ook 18 Hermannen 1.0. Bij de multigrid Herman 2.0 zijn drie omvormers per Herman mogelijk, dus zou een soortgelijk project nu toe kunnen met zes Hermannen.

Nieuwe software
Bovenstaand is de hardwarematige verandering die LENS heeft doorgevoerd in de Herman productgroep. Daarnaast zijn er softwarematige aanpassingen gedaan. “Ons oude platform draait op
PHP en MySQL. Dat is heel gangbare programmatuur, maar het kent wel veel beperkingen. Met opschaling bijvoorbeeld. Of het feit dat je voor mobiel en desktop veel meer apart moet ontwikkelen.
Ook moesten installateurs bij het testen van de kanalen gebruik maken van sms en dat duurde best wel lang. Wat je wil is dat je direct resultaat hebt als je een aansluiting gaat testen. Als het dan in
orde is, dan kan de installateur de deur achter zich dicht trekken en verder. Maar dat ging dus niet met ons oude platform.”

“Vooral bij woningcorporaties is ontzorging erg belangrijk, stelt. Zij willen alles in één systeem krijgen. Of dat nu een signaal is van een Herman, van een omvormer of slimme meters. Woningcorporaties moeten dat allemaal geaggregeerd kunnen inzien.” De nieuwe software is ontwikkeld op basis van Javascript. “Je programmeert één regel code en die werkt dan op desktop, mobiel, Apple en Android. En zowel voor omvormers als voor de Hermannen.”

Sinds kort heeft LENS er een concurrent bij, die een product op de markt heeft gebracht dat behoorlijk wat gelijkenissen vertoont met de Herman. Dit product heet Powershare en is ontwikkeld door het Vlaamse Cast4All in samenwerking met het Nederlandse Xemex. De twee bedrijven hebben met de Powershare op dit moment een pilot lopen in Nederland. Maar ze houden nog even geheim waar dat is. “Over enkele weken zullen we hier met een persbericht naar buiten komen”, zegt Gert-Jan van den Hurk van Xemex.

Cast4All is ontstaan als startup uit de Universiteit van Antwerpen en richtte zich aanvankelijk vooral op het verzenden van grote databestanden, films naar bioscopen bijvoorbeeld, zegt Peter van der Stock, van Casst4All Technologies. Later is het bedrijf zich meer gaan specialiseren in het bouwen van robuuste monitor- en controleapplicaties waarbij gebruik gemaakt wordt van de zogenoemde Normalized Systems Technology, een softwaretechnologie ontwikkeld samen met de Universiteit
Antwerpen. Xemex heeft een historie in de wereld van de slimme meters. “Eigenlijk hebben wij de slimme meter ontworpen voordat de overheid deze grootschalig wilde invoeren”, aldus Van den Hurk. Het bedrijf had rond 2005 een manier ontwikkeld om de meterstanden van de analoge meter uit te kunnen lezen en deze via gprs te verzenden naar de netbeheerders.

Xemex ging daarna samenwerking aan met de slimme meter van Landis + Gyr. Dat resulteerde erin dat de Xemex-technologie nu is ingebouwd in elke slimme Landis + Gyr-meter in Nederland. “Dus dan hebben we het over miljoenen exemplaren”, zegt Van den Hurk. Het is precies deze slimme meter die Xemex en Cast4All nu gebruiken in hun PV-monitoringoplossingen en in hun product Powershare.

Deze meter wordt namelijk, net als de Herman van LENS, achter de omvormer gemonteerd (dat kan in de meterkast zijn, maar ook bijvoorbeeld vlakbij de omvormer). “Dit is dus een brutoproductiemeter, die alleen meet hoeveel de zonnepanelen opleveren”, zegt Van der Stock. En het feit dat deze meter MID (Measurement Instrument Directive) gecertificeerd is, maakt dat de data gebruikt kunnen worden voor het daadwerkelijk afrekenen van de geproduceerde zonne-energie. Overigens wordt de waarde van dit ‘unique selling point’ betwist door Jim Wiese van LENS. “Onze Herman heeft ook een MID, maar je hebt er in de praktijk niet zo veel aan.”

Geautomatiseerd systeem
“De slimme meter van Landis + Gyr heeft een aan/uit-relais. En we dacht dat we daar wel wat mee konden doen”, zegt Van den Hurk. Dat denken resulteerde in Powershare en het concept is vergelijkbaar met het decentrale systeem van Herman de Zonnestroomverdeler. In elke woning wordt een Landis+Gyr-meter gemonteerd, die dag-op- dag de toegang open of dicht zet, al naar
gelang de hoeveelheid elektriciteit waar dat huishouden wel of niet recht op heeft.

Een verschil met het concept van LENS, zegt Van der Stock, is dat Cast4All/Xemex de woningcorporaties doelbewust niet een end-to- end platform levert, waarop alle handelingen zijn in te zien en uit te voeren. In plaats daarvan gaat het bij Cast4All/Xemex om het leveren van diensten aan de ‘achterkant’: de data voor een geautomatiseerd meldingensysteem. Van der Stock: “Wij
vergelijken de opbrengst van de PV-panelen met onze software voortdurend met benchmarks, zoals de opbrengst van PV-panelen in de buurt. Daarvoor hebben we onze Clear Sky Performance Index
(CSPI) ontwikkeld. Als er dan iets niet klopt, wordt er automatisch melding gemaakt en kan er direct actie ondernomen worden. Dit is essentieel als je, zoals bij onze systemen, met Esco-constructies
werkt. Je return on investment verbetert daarmee enorm.”


Een lift alstublieft
Voor PV-installaties op corporatiedaken maakt nogal wat uit of een centrale voorzieningenruimte (CVZ) in een woningcomplex een lift heeft of niet. Een lift is namelijk een elektriciteitsslurper (al snel 10.000 kWh/j) van jewelste en met het salderen van deze elektriciteit komt een business case snel dichterbij. Dat heeft echter zin tot 50.000 kWh. Boven deze hoeveelheid gaat de energiebelasting drastisch omlaag en schiet salderen niet meer zoveel op. Dan is het nog wel mogelijk om SDE+-subsidie aan te vragen.

Uitbesteding energiebeheer Rotterdamse zwembaden met gesloten beurs

De negen Rotterdamse zwembaden besparen de komende 10 jaar 30% op hun energierekening. Maatregelen als WKK’s en kierafdichting moeten hiervoor zorgen. De investeringen kosten de gemeente Rotterdam niets; die worden namelijk gedaan door Strukton. Maar de financiële besparingen als gevolg van die investeringen, die zijn ook voor het bouw- en installatiebedrijf. Een overeenkomst met gesloten beurs dus, en één van de eerste grootschalige Esco-contracten in Nederland, die deze week van start ging.

Door Tijdo van der Zee, in Energeia, april 2011

 

“Strukton steekt de besparing in zijn zak en het kost ons niets. Dat is het idee”, zo legt de Rotterdamse gemeentewoordvoerder Karín Fraai in het kort het concept uit. Vorig jaar kondigde Rotterdam de aanbesteding aan en toen al maakte de gemeente duidelijk dat dat door middel van een Energy Service Company-contract (Esco) zou gebeuren. Het begrip Esco is in Nederland nog tamelijk onbeproefd, maar kan in landen als Groot-Brittannië en Amerika al een succesverhaal genoemd worden.

Daar werd ook het in Rotterdam gehanteerde ‘Building Retrofit-concept’ ontwikkeld door het Clinton Climate Initiative, dat hierin ook als partner en klankbord fungeert voor de gemeente Rotterdam. Dergelijke contracten hebben noodzakelijkerwijs een lange looptijd, zodat de Esco zijn investeringen terug kan verdienen. Annemarie Hoogendoorn, woordvoerder van Strukton, geeft wel aan dat het bedrijf na initiële investeringen niet op zijn lauweren kan gaan rusten: “In het contract staat dat wij door moeten blijven innoveren. Nieuwe technieken zullen de komende tien jaar dus telkens verouderde technieken vervangen.”

Strukton won de aanbesteding waaraan in totaal elf bedrijven meededen. In de laatste ronde bleven daar drie van over, die in een zogenaamde ‘concurrentiegerichte dialoog’ de gunst van Rotterdam probeerden te winnen. Strukton had nog geen ervaring met Esco’s en richtte er inderhaast eentje op. Hierin krijgt ook het bedrijf Hellebrekers Technieken een rol als onderaannemer. “Zij hebben namelijk verstand van zwembaden”, zegt Hoogendoorn. Zij vervolgt: “Wij waren erg gretig in deze aanbesteding. We beseffen goed dat dit een begin is van een veel grotere uitrol van deze vorm van contractering.”

Strukton investeert in energiebesparende maatregelen, maar zal daarnaast ook het beheer en onderhoud op zich nemen van de zwembaden, en zich ontfermen over de waterkwaliteit. Voorbeelden van energiebesparende maatregelen die worden genomen zijn Eco-verlichting, warmtekrachtkoppeling, warmtepompen, optimaliseren van ketels, frequentieregelaars, afdichten van glijbanen, aanwezigheidsdetectie, afdekken van zwembadbassins, toepassen van gebouwbeheersystemen en automatisch legionellabeheer.

De lucht- en waterkwaliteit wordt verbeterd door het verlagen van het gebonden chloorgehalte, waardoor kan de waterkwaliteit met minder chemicaliën worden gerealiseerd. Een bijkomend voordeel is dat het zwembadwater minder hoeft te worden ververst. Dit bespaart naast water ook energie omdat minder water hoeft te worden opgewarmd. Verwacht wordt verder dat de investeringen in nieuwe systemen voor lagere onderhoudskosten zullen zorgen.

Rotterdam start met de zwembaden omdat dit grootverbruikers zijn van energie en water. Doel is om op termijn al het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed, bestaande uit 1.500 gebouwen, door middel van Esco’s duurzaam te maken. Naast zwembaden gaat het hierbij onder meer om sporthallen, scholen, musea en theaters.

Biogasnet en multigasketel komen nog niet echt uit de startblokken

De commerciële introductie van de multigasketel van ATAG komt niet echt van de grond. Hoewel het product kant-en- klaar op de plank ligt en op elk moment ingezet kan worden, blijkt de markt voor dit type HR-combiketel zich maar moeizaam te ontwikkelen. Omdat biogas niet voor subsidie in aanmerking komt, is de business case moeilijk rond te breien.

Door: Tijdo van der Zee
In: GAWALO, april 2017

De multigasketel van ATAG werd in 2012 door de jury bekroond met de VSK Award in de categorie ‘Vuur’. Deze HR-combiketel weet raad met gas van verschillende samenstellingen en dat is handig omdat in de toekomst veel meer Russisch gas en aardgas uit Noorwegen
zal stromen, met een heel andere samenstelling dan het gas uit Slochteren. Zo zit er in Slochterengas relatief weinig methaan en veel stikstof. Maar waar de ketel vooral geschikt voor is, is het verbranden van biogas. Biogas is het product van vergistingsprocessen, bijvoorbeeld van rioolwater of van mest en ander organisch materiaal bij boeren.

In dit biogas zit relatief veel CO2 – een zogeheten ‘inert’ gas, dat niet snel reageert met andere gassen. Doorgaans wordt dit biogas ofwel in een opwerkingsinstallatie opgewerkt naar aardgaskwaliteit, waarna het Groen Gas heet, ofwel in een verbrandingsmotor omgezet in Lees verder Biogasnet en multigasketel komen nog niet echt uit de startblokken

Warmtepompendrama in nieuwbouwwijk Dongen

Bewoners van nieuwbouwwijk De Beljaart in Dongen kampten jarenlang met een gebrekkige energievoorziening. Gemeente Dongen ligt nu in de clinch met Stewitech Duurzaam, dat de systemen installeerde. Een second opinion die de gemeente liet uitvoeren werpt een gedetailleerd inkijkje in wat er mis ging. Maar oplossingen zijn nog niet direct voorhanden.

Tekst Tijdo van der Zee | in GAWALO februari 2017

De Beljaart is een nieuwbouwwijk waarin de gemeente Dongen hoge duurzaamheidsambities heeft uitgesproken. De wijk werd opgeleverd in verschillende fases. In Fase I gaat het om 137 woningen die zijn aangesloten op een collectief warmte-koudeopslagsysteem (wko-systeem). Een centrale warmtepomp levert vervolgens warmte, koude en warm tapwater dat via drie afzonderlijke leidingen naar de woningen wordt getransporteerd. Dit systeem werd opgeleverd door Nuon, maar werd in 2015 verkocht aan Greenspread. Volgens Tom Sloots, operationeel manager bij Greenspread, heeft Nuon, voordat het systeem werd overgedragen, de nodige verbeteringen doorgevoerd, waardoor klachten verholpen werden. Lees verder Warmtepompendrama in nieuwbouwwijk Dongen

De WKO wordt compact

De tijd dat WKO-installaties hele ruimtes in beslag namen lijkt voorgoed verleden tijd. Tegenwoordig worden ze bijna kant-en- klaar aangeleverd op stalen frames van niet veel meer dan tien vierkante meter. Zoals de WKO in het nieuwe onderzoekscentrum van Danone in Utrecht.

Door Tijdo van der Zee, in Installatie XL, december 2012

Een ‘kleintje’ is de nieuwe WKO in de kelder van het nieuwe onderzoekscentrum van Danone op het Utrecht Science Park niet te noemen. Het apparaat levert namelijk een verwarmingsvermogen van 1250 kW en een koelvermogen van 2640 kW met een maximaal debiet van twee keer 186 kubieke meter per uur. Toch past hij in een klein hoekje van de kelder, die straks verder vooral gereserveerd is als parkeergarage. Lees verder De WKO wordt compact

Aanbesteding voor tientallen kilometers Limburgse warmteleiding

De gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Stein hebben een Europese aanbesteding uitgeschreven voor ‘duurzaam warmtebedrijf’ het Groene Net, een pijplijn die warmte van Biomassa Energiecentrale Sittard (Bes) en industrieterrein Chemelot naar 5.000 woningen en 40 gebouwen (30.000 woningequivalenten) in Limburg brengt. Het project kost naar verwachting ongeveer EUR 82 mln.

Door: Tijdo van der Zee, in: Energeia, mei 2011

De aanbesteding vindt plaats via een zogenaamde ‘concurrentiegerichte dialoog’. Daarin doen twee tot vijf overblijvers van een eerste selectieronde mee. Met deze deelnemers worden intensieve gesprekken gevoerd. Pas daarna kunnen zij een offerte indienen. Deelnemers dienen in ieder geval een minimumjaaromzet hebben van EUR 250 mln. Lees verder Aanbesteding voor tientallen kilometers Limburgse warmteleiding

Gaat energiezuinigheid woningen ten koste van gezondheid?

Door de opkomst van nul-op-de-meterwoningen lijkt alle aandacht in de bouw naar energiebesparing te gaan. De gezondheid van bewoners als maatstaf voor een goede woning, verdwijnt teveel naar de achtergrond, waarschuwen verontruste adviseurs. Om het tij te keren wordt de discussie over een gezondheidslabel voor woningen heropend.

Klachten uit Nieuw Buinen, klachten uit Tilburg en gemopper uit Stadskanaal. Geluidsoverlast, hinderlijke trillingen en een niet goed te regelen binnentemperatuur. Bewoners van Nul-op-de-meterwoningen zijn lang niet altijd tevreden met hun vernieuwde woning. Het onderwerp werd inmiddels breed opgepikt door media zoals BNR Nieuwsradio en TV-programma Kassa. Projectontwikkelaars en een organisatie als De Stroomversnelling schieten echter in de bekende reflex: “Dit zijn kinderziektes die horen bij de pilotfase”. Lees verder Gaat energiezuinigheid woningen ten koste van gezondheid?

‘De installatiebranche moet aantrekkelijk worden. Sexy.’

Hij hapte toe toen concurrent Imtech omviel, haalde een miljoenenorder van Defensie binnen met een branchevreemde partner en kocht de grootste energie-inkoper van Nederland. John Quist, nu ruim twee jaar directeur van technisch dienstverlener Unica, ziet de installatiebranche als een snoepwinkel. Maar is ook kritisch op de eigen branche. “Installateurs mogen best wat commerciëler gaan denken.”

Tijdens het gesprek in Unica’s hoofdkantoor in Hoevelaken, dat uitkijkt op het verkeer van de snelweg A1 (“beste zichtlocatie denkbaar”), passeert ‘lijst der lijsten’, de Top 20 Installatiebedrijven van Cobouw, meerdere keren de revue. Wie kukelt van het lijstje af, wie weet de concurrentie voor te blijven en wie stormt de eliteclub van 20 juist binnen? Nu is het niet zo dat de samenstelling één grote verrassing is; nummer 1 zal namelijk net als vorig jaar Engie zijn. Toch is de publicatie ieder jaar  iets om naar uit te kijken.

Quist wil stijgen op de lijst, zoveel is duidelijk. Het realiseren van groei is een belangrijke ambitie. “In vergelijking met de peer-groep, soortgelijke installatiebedrijven uit de top 20, groeien wij sterker. In de periode van 2013 tot 2015 zaten wij op 25%, terwijl de peers gemiddeld op de nullijn bleven.” Unica’s omzet vorig jaar bedroeg 292 miljoen euro. Dit jaar komt het bedrijf uit rond de 330 miljoen, misschien zelfs 340 miljoen euro. Lees verder ‘De installatiebranche moet aantrekkelijk worden. Sexy.’