Categorie archief: Energie in Europa, Nederland en de wereld

District heating companies welcome new Dutch Heat Act

The Dutch Warmtewet – Heat Act – will pass the legislature at the end of this spring. It is designed to protect consumers from high costs and provide supply security. The contours of the law are now taking shape. Stichting Warmtenetwerk (the Dutch Heating Association) welcomes the result.

Door: Tijdo van der Zee

In: Hot|Cool International Magazine on District Heating and Cooling No.1 – ’11 – pg 22-23 (Weblink)

The law has its background in the liberalisation of the energy market in 2002. Liberalisation presumes the possibility of choosing your own supplier. These suppliers should then offer the best product for the lowest possible price. But households and firms that are heated by district heating networks are deprived of that choice, theoretically giving suppliers the opportunity to charge high prices. This prospect worried the Dutch parliament and in 2003 it began drafting a law that would prevent suppliers from doing so.

The law was completed in 2008. Consumer prices would be regulated by two mechanisms. First, there was a fixed ceiling, set at the price that consumers would pay ‘as if’ they heated their houses with gas. This mechanism is called ‘Niet Meer Dan Anders (NMDA)’ – not more than otherwise. The second mechanism held that suppliers should never charge more than is reasonable for doing sound business, a price that would allow for a maximum 7.5 % on invested capital. This reasonable price was to be determined for each project separately. The lowest of the two prices – the maximum or reasonable price – was to be charged to the customer. Parliament assumed that this reasonable tariff would on average be much lower than the maximum – NMDA – tariff. As we shall see, this assumption proved to be wrong.

A second important element of the law defined its scope. The intention was to protect not only households, but also small- and medium-sized enterprises (SME) from high tariffs. No distinction, however, would be made between small and large consumers as the ceiling was set at 1,000 kW. All of these customers were to be charged the same rate, based on the  NMDA estimate for a household. Stichting Warmtenetwerk submitted a lobby letter protesting this provision, saying that suppliers with many medium-sized and large customers would incur substantial losses, as they would be charged using the same rate structure as households, despite the fact that their NMDA situation differs considerably from a household. In addition, Gijs de Man, Chairman of the association, argues that many large customers, including many greenhouse gardeners, do not like being stuck to a non-negotiable fixed price. “These are professional clients, well capable of making choices and negotiating deals.”

Research done by NMa, the Dutch Competition Authority, in 2009 made things very different. The organization analysed the business results of the four big suppliers, Nuon (subsidiary ofVattenfall), Essent (RWE), Eneco and Cityheating Purmerend. It concluded that the method of two price mechanisms was too complex and, more importantly, the returns on capital were too low, from -0.4 % for Nuon, to 4 % for Eneco – far below the maximum of 7.5 %. This is primarily due to the NMDA-ceiling. This ceiling is low because of low gas prices, and the introduction of high performance gas boilers. Moreover, district heating suppliers have had high costs because of recent investments in decentralized and sustainable nets. “District heating can be attractive for investors, who seek low risk and relatively low, but predictable, returns for a longer period. This law, with its many tricky provisions, scared those investors away”, says Chairman Gijs de Man.

These results embarrassed the parliamentarians: for years they had suspected that heating suppliers were earning unjustifiably high profits, but they were wrong. The Socialist MP Paulus Jansen put it like this: “I wished I had these research results by NMa five years ago.” The parliamentarians, who initiated the law in 2003, asked the Minister to change some aspects of the law in June 2010. In January of this year, the cabinet announced that they had agreed on the text. Now the document will go to the Council of State, which will advise on the matter. From there it will be sent to the parliament, who, as mentioned before, will decide on it by the end of spring. The text will remain confidential for some time, but the cabinet has already communicated several proposed changes.

First, the price determination; the maximum rate will remain in place. The Competition Authority will then monitor the returns on capital on a portfolio basis, not for each separate project. Second, the scope will decrease from 1,000 kW connections to 100 kW; a better approximation of SME. The Stichting Warmtenetwerk welcomes the cabinet’s conclusions.

The next round of lobbying will now take place in the parliament. Having had most of its initial suggestions fulfilled, the association will try to agenda another topic concerning the property of the heat meters. In over 80 % of the cases, the meter is owned by the supplier, but the law allows customers to bring in their own meter (other than with gas and lectricity), which they also may manage and maintain themselves. This enhances the risk of oxygen entering the system, with its unwanted corrosive effects. Warmtenetwerk proposes that the government transfer ownership to the supplier because of its greater expertise.

But Warmtenetwerk should not rest on its laurels, for the subject remains complex, with many different stakeholders having sometimes fiercely conflicting interests. Stimulation of heat is not part of the new Warmtewet. For example, there are no real options for discounting the environmental value of the low carbon heat supply in the NMDA rate scheme. Even so, Warmtenetwerk pleads for the CO2-reducing potential of district heating to reflect somehow in the price. It is yet not clear how this should be accomplished.

Other stimuli could come from the new energy norms for buildings. The Dutch government and the Normalisation Institute are working on sustainable district solutions to quantify energy norms for individual buildings. This will certainly support the role of many district heating nets. The Warmtewet will go into effect sometime in late 2011.

Universiteit en ziekenhuis betalen zonnepanelen door emissierechtenruil

De Radbouduniversiteit in Nijmegen en het aangrenzende Universitair Medisch Centrum St. Radboud hebben een deel van hun emissierechten ingeruild voor emissierechten in het Clean Development Mechanism (CDM). Dat leverde de instituten genoeg geld op om 48 zonnepanelen aan te schaffen, zonder gebruik van subsidie.

Door Tijdo van der Zee

“We besloten dat we dit voordeel op deze manier mooi konden verzilveren”, zegt Toon Buiting, coördinator energiebeleid bij de Radboud Universiteit.

De universiteit en het ziekenhuis zijn samen deelnemer in het ETS-systeem, de verplichte Europese emissiehandel. In Nederland mogen bedrijven 10% van de hun toegewezen emissierechten inruilen voor deelnemingen in Joint Implementation-projecten (JI), in Oost-Europa, of in Clean Development Mechanism-projecten (CDM), in ontwikkelingslanden. Daarvoor worden ook emissierechten afgegeven.

Het Radboud ging voor een project in India. Daar worden rijstvliesjes verbrand om elektriciteit op te wekken. Normaal rotten die vliesjes weg op de velden. Het ziekenhuis en de universiteit verkochten hun gewone emissierechten en kochten de CDM-emissierechten, die Cer’s (Certified Emission Reductions) worden genoemd, die van dit project afkomstig zijn. Die staan voor een gelijke hoeveelheid CO2-equivalenten, maar zijn goedkoper, omdat besparingen in die landen goedkoper te realiseren zijn. En van het verschil konden dus 48 zonnepanelen geplaatst worden. Buiting wil niet zeggen hoeveel de installatie precies kostte: “Van de opbrengst uit de ruil konden we precies de zonnepanelen aanschaffen. Het voorbereidende werk wordt hierin dan niet meegenomen.”

De installatie beslaat 80 vierkante meter met panelen van Scheuten Solar. Deze hebben een piekvermogen van 11 kW en een geschatte jaarlijkse opbrengst van 10 MWh. Buiting: “De studenten willen graag zulke in het oog springende maatregelen. Maar optimalisatie van onze warmte/koude-opslag (WKO) en energiebesparing in oude gebouwen moet meer opleveren.”

De universiteit en het ziekenhuis doen zuinig met hun rechten, omdat de verwachting is dat ze wat dit betreft in de toekomst minder goed in de slappe was zitten. “We zullen straks steeds minder rechten krijgen, terwijl energiebesparing hier niet makkelijk is. Er komen meer studenten, de openingstijden verruimen en er zijn ook steeds meer apparaten die veel stroom vreten, zoals MRI-scanners.”

Verschenen in Energeia, 15 september 2011

‘Emissiehandel is met nieuwe maatregelen zo veilig als een bank’

De CO2-emissiehandel is de afgelopen jaren herhaaldelijk getroffen door criminele acties van malafide figuren die van de povere beveiliging gebruik maakten om veel geld uit het systeem te trekken. De komende tijd komt de Nederlandse Emissieautoriteit (Nea) daarom met een hele waslijst aan maatregelen tegen cybercriminaliteit die het systeem “zo veilig als een bank” maken. Dat zei Harm van de Wetering, hoofd registratie emissiehandel bij de Nea woensdag op de IIR-conferentie ‘Het Nationale CO2-platform 2011’.

Door Tijdo van der Zee

Allereerst zijn er de ‘besmette’ emissierechten. In Nederland zijn geen gedupeerden van wie emissierechten zijn gestolen. Wel zijn er hier handelaren met ‘besmette’ emissierechten in hun bezit. Zij kochten, zonder het te weten, gestolen emissierechten. Hier speelde de vraag: waren zij schuldig aan heling, of genoten zij kopersbescherming? De beslissing is genomen ten gunste van de huidige eigenaren. Argument hierbij was dat de unieke nummers niet duidelijk zichtbaar zijn, maar ergens “op pagina drie”, aldus Van de Wetering, zijn weggestopt. De Nea heeft deze nummers, waaraan elk document dus afzonderlijk herkenbaar is, weg gegumd. Hierdoor zijn ze niet meer van schone rechten te onderscheiden en kunnen ze weer zonder problemen verhandeld worden. Overigens blijven de nummers voor de Nea wel zichtbaar.

Om diefstal in de toekomst te voorkomen is een hele trits aan maatregelen in voorbereiding (geïnitieerd vanuit Europa of de taskforce Diefstal Emissierechten) of al genomen. Het voert te ver om die hier allemaal in detail te bespreken, maar een aantal opmerkelijke elementen kunnen worden belicht.

Sinds kort moeten gebruikers naast hun gebruikersnaam en wachtwoord een SMS-code invullen bij het inloggen op het Nederlandse Register CO2 Emissiehandel. Deze maatregel is ook getroffen in bijvoorbeeld Duitsland en Tsjechë. Op deze manier wordt phishing tegengegaan. Daarbij worden door valse mails inloggegevens buitgemaakt. Gebruikers wordt in die mails gevraagd om bijvoorbeeld een aantal ‘essentiële zaken’ op de account aan te passen. Eenmaal binnen kunnen de boeven pakken wat ze willen. Vanaf komend jaar gaat aan individuele transacties ook een SMS-code vooraf.

Vanaf deze week moeten transacties in principe altijd door twee gebruikers van een rekening uitgevoerd worden, tenzij de tegenrekeningen door twee personen aan een lijst van ‘vertrouwde rekeningen’ wordt toegevoegd. Dit 4-ogenprincipe op transacties is een Nederlandse maatregel die in sommige andere EU-lidstaten ook getroffen wordt, bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk.

Ook is de beveiliging tegen virussen verbeterd. Virussen zijn in staat om zaken in de computer zodanig te veranderen, dat criminelen op afstand de computer overnemen. De Nea gaat bij signalen van dreigende beveiligingsaanvallen al haar gebruikers benaderen via e-mail met het verzoek oplettend te zijn en niet in te gaan op misleidende e-mails en telefoontjes. Maar het gaat verder. De Nea heeft een onderzoek laten uitvoeren naar eventuele computervirussen op de IP-adressen van de registergebruikers. De gebruikers die gekoppeld zijn aan IP-adressen met veel virussen zijn benaderd met het verzoek na te gaan wat er op hun systeem of PC aan de hand is. “Dit is een vrij experimentele maatregel die nog niet zo vaak is toegepast”, zegt Bram Maljaars, Coördinator Registratie Emissiehandel bij de Nea in een toelichting.

Ook komt er een al eerder aangekondigde vertraging van 26 uur tussen de aankoop en de daadwerkelijke overdracht van emissierechten. In de tussentijd kan de overboeking worden geannuleerd. Deze maatregel voorkomt heel snelle doorboekingen van emissierechten, waardoor het overzicht verloren gaat. Deze laatste maatregel komt uit de nieuwe Europese registerverordening die per 1 januari 2012 in werking treedt. Eerder al werd BTW-fraude aangepakt.

Verschenen in Energeia, 25 augustus 2011

Nieuwe regels toewijzing emissierechten, bedrijven in hun nopjes

Emissierechten voor de industrie worden vanaf 2013 niet meer per se alleen aan hele bedrijfsterreinen toegewezen. Bedrijven krijgen ook de mogelijkheid losse installaties aan te melden. Dat heeft staatssecretaris Joop Atsma van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) woensdag per brief meegedeeld aan ondernemingsorganisatie VNO-NCW. Die reageert verheugd op het besluit. Het aantal toegewezen emissierechten zou hierdoor flink kunnen stijgen.

Door Tijdo van der Zee

Het ministerie verwacht dat vooral grote chemische bedrijven met veel installaties hier financieel voordeel van zullen hebben. Wel waarschuwt het ministerie voor een toename van de administratieve lastendruk. In een persbericht stelt I&M: “Bedrijven zullen zelf de afweging moeten maken of de toename van administratieve lasten opweegt tegen het voordeel dat met de nieuwe berekeningsmethode is te behalen.” Volgens het ministerie komt het besluit voort uit “intensief en constructief overleg” tussen rijk, VNO-NCW en vertegenwoordigers van bedrijven die onder het emissiehandelssysteem vallen.

VNO-NCW stelt in een reactie “blij” te zijn met het besluit van Atsma. “Voortaan kunnen bedrijven kiezen of zij een toewijzing per installatie aanvragen of een toewijzing per bedrijfsterrein. Nu is alleen die tweede optie mogelijk, waardoor geclusterde bedrijven slechter uit zouden zijn.”

Vanaf 2013 gaat de derde fase van het Europese emissiehandelssysteem in. Energiebedrijven moeten vanaf dan voor het eerst hun emissierechten kopen op een veiling. Verschillende sectoren in de industrie doen ook mee in het emissiehandel, maar die krijgen hun emissierechten in die derde fase (tot 2020) nog toegewezen, volgens een behoorlijk ingewikkelde berekeningsmethode.

“Dit besluit zal leiden tot een toename in de hoeveelheid toegewezen emissierechten”, zegt Maarten Neelis, unit manager van de Carbon Market Strategies unit bij Ecofys. “Niet van 50%, maar ik verwacht toch wel tussen de 5% en 10%.” Dat is dan per bedrijf en niet voor de BV Nederland als geheel, zo voegt Neelis er in een e-mail aan toe. I&M-woordvoerster Elif Bagci laat weten dat het ministerie verwacht dat er door het besluit 250.000 tot 300.000 rechten per jaar extra zullen worden toegewezen. Op een verwacht totaal aantal toegewezen rechten van 30 tot 40 miljoen is dat net iets minder dan 1%. “Voor specifieke bedrijven, die bij de nieuwe mogelijkheid baat hebben, kan het percentage iets hoger uitpakken.”

Neelis legt uit wat volgens hem die stijging veroorzaakt. In de berekeningsmethode, zoals die nu op de tekentafel ligt, mogen bedrijven kiezen welke jaren ze als historische basisjaren mogen gebruiken. Ze kunnen kiezen tussen de periodes 2005 tot 2008 of 2009 tot 2010. Tot nu toe zou gelden dat het hele bedrijfsterrein voor één van die twee periodes gaat, maar wanneer een bedrijf per installatie mag opsplitsen, dan kan het voor iedere afzonderlijke installatie kiezen in welke periode deze het meeste uren draaide. Want hoe meer deze draaide, hoe meer emissierechten worden toegewezen.

Een tweede reden waarom het aantal toegewezen rechten omhoog zal gaan, volgens Neelis, is omdat er in fase drie een regel komt die stelt dat wanneer het bedrijf 10% of meer gegroeid is in een periode, er extra emissierechten worden toegewezen. Wanneer het bedrijf zich opsplitst in kleinere delen, is het makkelijker voor ten minste enkele delen om boven die grens uit te komen. Maar voor het bedrijfsterrein als geheel is zo’n groei moeilijk te halen.

Neelis denkt dat het besluit van Atsma een vertragende werking heeft op het allocatiebesluit. Dit staat tot nu toe gepland in januari komend jaar, maar zou vertraagd kunnen worden tot de zomer. “Omdat bedrijven nu een paar maanden de tijd krijgen om hun nieuwe gegevens aan te leveren. Nederland hoort straks waarschijnlijk tot de laatste lidstaten in de Europese Unie die hun allocatieplan inleveren.”

Neelis zegt dat het besluit van Atsma nog wel voorgelegd moet worden aan Europa, maar hij wil niet speculeren over wat de Europese Commissie hiervan zal vinden. Het ministerie zelf verwacht hier geen problemen. “Uit de tekst van de richtlijn blijkt dat er meerdere installaties per vergunning kunnen zijn”, aldus Bagci. Volgens I&M komt alleen in Vlaanderen een soortgelijk systeem. “In Duitsland gebeurt wel iets vergelijkbaars, namelijk het bedrijfsterrein opdelen in meerdere vergunningen.”

Emissiehandelspecialist Jos Cozijnsen vindt het een goede zaak dat losse installaties straks ook aangemeld kunnen worden. Bedrijventerreinen waar bedrijven onderling energie uitwisselen, bijvoorbeeld met restwarmte, zouden volgens hem anders “gestraft” worden voor hun energiezuinigheid, omdat het terrein als geheel dan minder emissierechten krijgt.

Verschenen in Energeia, 1 september 2011

‘Offshore trafo’s kunnen best wat kleiner’

Borwin Beta

Een offshore windpark van 800 MW kan prima toe met een offshore transformatorstation van 700 MW: het waait namelijk zelden zo hard dat de turbines hun maximale capaciteit leveren. En als ze dat toch eens doen, dan waait het in de rest van Noordwest Europa meestal zo hard, dat de elektriciteitsprijs keldert. Het kan dan geen kwaad om een paar turbines af te schakelen.

Dat zegt CEO Mel Kroon van hoogspanningsnetbeheerder TenneT in een interview in de nieuwste uitgave van Offshore Wind Magazine.  Ik sprak Kroon enkele dagen voordat minister Henk Kamp bekendmaakte dat TenneT in Nederland verantwoordelijk wordt voor het aan land brengen van de stroom van de toekomstige offshore windparken.

Om de door de regering gewenste kostenreductie voor offshore windenergie van 40 procent te bereiken, gaat TenneT op grote schaal inkopen. “In plaats van tientallen kilometers kabel gaat het nu om honderden kilometers”, aldus Kroon, “Dat zal de prijs zeker drukken.” Ook het kleiner uitvoeren van de transformatorstations moet aan die kostenreductie bijdragen. “Daar kunnen we wel 10 procent mee besparen.” Kroon wil deze discussie niet alleen in Nederland voeren. “Ook in Duitsland zullen dit aanzwengelen.”

Het kabinet maakte eind september bekend dat de komende jaren offshore windparken geclusterd worden in drie zones voor de Zeeuwse, Zuid-Hollandse en Noord-Hollandse kust. Het eerst zal gebouwd worden aan windparken voor de Zeeuwse kust. De stroom komt dan aan land bij Borssele, waar vanwege de kerncentrale al een stevige elektriciteitsverbinding ligt.

Lees het hele artikel hier 




‘KDE Energy zoog zusterbedrijf leeg’

Leidingenbouwer Hogenboom beschuldigt moederbedrijf Koop Groep van het systematisch uitknijpen en doorsluizen van miljoenen euro’s naar een andere dochter, Koop Duurzame Energie (KDE). Koop Holding ontkent de aantijgingen. De geldproblemen hebben Hogenboom de das omgedaan; deze donderdag is door Koop Groep surseance van betaling aangevraagd. Lees verder ‘KDE Energy zoog zusterbedrijf leeg’

Waar blijft de echte Europese interconnectie?

Waar in Europa vrij verkeer van goederen al lang een vanzelfsprekendheid is, blijft de interne Europese energiemarkt vooralsnog steken in een rudimentair stadium. Stevige gas- en elektraverbindingen tussen landen ontbreken, Europese standaarden staan nog in de kinderschoenen en vanwege onwenselijke eigendomsverhoudingen is van een vrije toegang tot de netten ook nog geen sprake. Het Derde Energiepakket, dat de Europese Unie deze zomer goedkeurde en dat op 3 september in werking trad, moet hier verandering in brengen.
“Als Spaanse ondernemer wil ik mijn stroom kunnen kopen in Noorwegen of Oekraïne [sic.], als die daar goedkoper is. Nu kan dat nog niet. Daar moeten alle onderhandelingen uiteindelijk op gericht zijn, soms heb ik het idee dat er alleen maar gepraat wordt om het praten.” Javier Penacho van de AEGE, een vereniging die grootverbruikers van energie in Spanje vertegenwoordigt, schudt zijn hoofd bij zijn constatering over de huidige situatie bij de Europese energievoorziening. Hij heeft weinig hoop dat het eerste obstakel op de weg naar de verwezenlijking van zijn wens – een goede interconnectie tussen Frankrijk en Spanje die het Iberisch Schiereiland uit een isolement zal halen – binnenkort uit de weg wordt geruimd.

De Europese Commissie presenteerde in 2007 met het Derde Energiepakket een scala aan maatregelen die de ondernemers als Penacho zouden moeten helpen om goedkopere producenten in de EU te vinden. In april van dit jaar stemde het Europees Parlement in met het pakket, in juni gevolgd door de Europese Ministerraad. Het pakket rust op drie pijlers. Een nieuwe Europese toezichthouder, ontvlechting en een investeringsplan.

Regulatory gap
De eerste pijler betreft de oprichting van een Europees agentschap genaamd ACER, dat zich bezighoudt met supranationale regulering. Dit agentschap moet een einde maken aan het ‘regulatory gap’, de grote verschillen in nationale regelgevingen. Uitspraken van ACER zijn bindend, in tegenstelling tot uitspraken van de twee tot nu toe functionerende organisaties ERGEG en CEER, waarin de 27 nationale energiemarkttoezichthouders verenigd zijn. De besluitvormingsprocedure zal via een stemsysteem gaan, waarin een meerderheid voldoende is. Nationale veto’s zijn dan niet meer mogelijk, wat de snelheid van de besluitvorming moet bevorderen. “Dit is een kans voor een echte integratie van de Europese energiemarkt. Ondanks dat het een enorme klus gaat worden”, zegt de Brit Lord Mogg, die voorzitter wordt van ACER. Waar agentschap ACER zich zal gaan vestigen is nog niet bepaald. Slowakije, Slovenië en Roemenië dingen nog mee. Volgens Ana Arana Antelo van de Europese Commissie is het de bedoeling dat over de locatie in ieder geval nog dit jaar, tijdens het Europees voorzitterschap van Zweden, een beslissing genomen wordt. De komende 16 maanden wordt uitgewerkt hoe de dagelijkse gang van zaken binnen ACER gestalte moet krijgen. Zo verandert bijvoorbeeld de rol van nationale toezichthouders, in Nederland is dat de Energiekamer van de NMA. “Die rol wordt belangrijker”, beweert Lord Mogg, zonder op de specifieke nieuwe bevoegdheden in te gaan, “maar om ze die belangrijkere rol te kunnen laten spelen, zullen we ze eerst moeten losweken uit de nationale overheidsstructuren.” Nationale toezichthouders worden dus een soort Europese toezichthouders op locatie.

De samenwerkende Europese TSO’s – eigenaren van de hoogspanningsnetten en hoge gasdruknetten zoals TenneT en Gasunie – krijgen ook een rol in dit nieuwe institutionele systeem. ENTSO-E (European Network of Transmission System Operators for Electricity) en ENTSOG (European Network of Transmission System Operators for Gas) zullen ACER adviseren. Volgens Erik te Brake van het Nederlandse VEMW, de vereniging die de belangen behartigt van energiegrootverbruikers in Nederland, zouden ook Europese consumenten een rol moeten krijgen in de besluitvormingsprocedure bij ACER. Via de Europese energieverbruikerskoepel IFIEC zou die input geleverd kunnen worden. “Bij elke beslissing die ACER neemt, zou een ‘impact assessment’ uitgevoerd moeten worden. Welke consequenties heeft een beslissing voor de eindgebruiker? Op basis daarvan kunnen wij dan aanbevelingen doen.”

De tweede pijler betreft ontvlechting van de hoofdnetten uit het eigendom van energieproducenten. Idee hierachter is dat vrije toegang door Europese energieproducenten tot het net niet gewaarborgd kan worden als één van hen dat in een bepaalde regio in handen heeft. Nederland gaat hierin een stap verder dan Europa vereist, door niet alleen de hoofdnetten te ontvlechten, maar ook per 1 januari 2011 de distributienetten. Nederland is hierin het beste jongetje van de klas, want zelfs de ontvlechting van de hoofdnetten bleek Europees gezien geen haalbare kaart. Met name Frankrijk (Electricité de France) en Duitsland trapten op de rem, daarin gevolgd door Oostenrijk, Bulgarije, Griekenland, Letland, Luxemburg en Slowakije. Uiteindelijk is een afgezwakt systeem bedacht waarin landen kunnen kiezen tussen drie vormen van ontvlechting. Dat zijn ten eerste een totale onteigening van het hoofdnet, ten tweede de ‘independent system operator, ISO’, waarbij ondernemingen het beheer van hun net overlaten aan een onafhankelijke beheerder en ten slotte ‘independent transmission operator, ITO’, waarbij de distributie door de onderneming plaatsvindt, onder strenge regels en het toeziend oog van een onafhankelijke organisatie.

De derde pijler betreft het tienjarig investeringsplan dat ENTSO-E en ENTSOG moeten opstellen. Daartoe brengen organisaties in kaart waar de voornaamste knelpunten tussen landen zitten en hoeveel geld er nodig is om die te verhelpen. Probleem hierbij is alleen dat het investeringsplan geen enkele bindende consequenties zal hebben. Dit is dan ook een reden dat velen hoop vestigen op regionale initiatieven, zoals het pentalaterale overleg dat sinds 2005 plaats vind tussen de Benelux, Duitsland en Frankrijk en dat tot doel heeft de vijf energiemarkten te integreren op een hogere snelheid dan haalbaar is op Europees niveau.
“Integratie is per definitie iets regionaals, want een investering in een interconnector blijft namelijk altijd een aangelegenheid tussen twee landen”, zegt Cecilia Hellner van ENTSO-E hierover. Liberalisering van het Europese energienet leidt tot lagere prijzen, zo is de bedoeling. Maar als dat in het huidige tempo doorgaat vreest Erik te Brake van VEMW dat de markt al verdeeld is onder de grote spelers, voordat de integratie van de markt goed en wel begonnen is. “Je ziet nu al consolidatie optreden en kleine, nieuwe spelers hebben bijna geen speelruimte. Het is een race tegen de klok en de inzet zijn de energieprijzen voor de consument.”

En wat gaat dit alles betekenen voor de Spaanse ondernemer Javier Penacho? Zijn probleem wordt al langer onderkend door de Europese Unie. Sinds 2007 probeert voormalig eurocommissaris Mario Monti als speciaal EU-gezant de weerstanden weg te nemen die een hoogspanningsverbinding over de Pyreneeën in de weg staan. Helaas voor Penacho, tot nu toe zonder veel succes.

Tijdo van der Zee Europa 06-11-2009