Categorie archief: Energie in Europa, Nederland en de wereld

Duitse windparken, Nederlands luchtruim

Advertenties

Nuon vervangt besturingssysteem Hemweg-kolencentrale

Nuon vervangt besturingssysteem Hemweg-kolencentraleNuon gaat het besturingssysteem voor de Hemwegcentrale vervangen. Het bestaande systeem van leverancier ABB dateert nog van 1993, toen de centrale in gebruik genomen werd, en is verouderd.

Het gaat om het besturingssysteem voor Hemweg 8, de kolengestookte eenheid met een vermogen van 630 MW. De gasgestookte eenheid 9 (435 MW) is pas operationeel sinds 2012 en valt buiten de opdracht. Lees verder Nuon vervangt besturingssysteem Hemweg-kolencentrale

Kabeltaks trekt als inktvlek over Delta-gebied

Als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Eind vorig jaar besloot Hulst om als eerste Zeeuwse gemeente precariobelasting op kabels, buizen en leidingen te gaan innen. Deze week werd duidelijk dat Terneuzen in 2016 waarschijnlijk zal volgen. In nog eens tenminste acht van de in totaal dertien Zeeuwse gemeenten wordt hier serieus over nagedacht. Lees verder Kabeltaks trekt als inktvlek over Delta-gebied

Nederlandse havens maken zich klaar voor komst offshore windparken

Nederlandse Noordzeehavens zien brood in de komst van nieuwe windparken op zee. Kades worden versterkt en havens uitgediept. En in glanzende brochures worden toekomstige klanten verleid met unique selling points. 

In de haven van IJmuiden werden vorige week drie nieuwe aanmeerplekken voor bemanningsschepen voor offshore windparken in gebruik genomen. De drie boatlandings hebben ieder een zwenkkraan om gereedschap aan boord te hijsen dat het personeel van Eneco en Vestas nodig heeft bij het Amalia-windpark en straks ook bij het windpark Luchterduinen.

Het was maar een klein nieuwsbericht van AYOP, het offshore samenwerkingsverband van de havens van IJmuiden en Amsterdam, maar het was tekenend voor de ambitie. “Het besluit van Minister Kamp om drie grote gebieden aan te wijzen voor offshore windmolenparken is goed ontvangen in IJmuiden”, zo meldt AYOP. Critici wijzen op de zeesluizen als beperkende factor in deze havenregio, maar AYOP wuift die weg en presenteert aan nieuwe klanten het ‘dienbladconcept’, waarin IJmuiden en Amsterdam elkaars tekortkomingen aanvullen. “De ideale one-stop-shop voor offshore wind.”
Lees verder Nederlandse havens maken zich klaar voor komst offshore windparken

Eurostat goochelt met groeicijfers duurzame energie

Eurostat geeft een verkeerde voorstelling van de groei van het aandeel duurzame energie in Europa in 2009. Onduidelijk is hoe hoog die precies is, maar vermoedelijk een stuk lager dan de 8,3% waarover het Europese statistiekbureau Eurostat rept in het rapport ‘Statistical aspects of the energy economy in 2009’. Dit bevestigt een woordvoerder van het CBS.

Door Tijdo van der Zee

In het rapport wordt in de tabellen een onderscheid gemaakt tussen energie uit water en wind enerzijds en biomassa, afval, zonne-energie en geothermische energie anderzijds. De eerste categorie laat een toename zien van 33,0 miljoen ton olie-equivalenten (Mtoe) in 2008 naar 35,7 Mtoe. Een toename van 2,7 Mtoe, ofwel 8,3% (waarbij Eurostat rekent met meerdere cijfers achter de komma). De tweede categorie bedroeg in 2008 109,8 Mtoe. Ten tijde van het opstellen van het rapport waren echter de cijfers voor deze categorie voor 2009 nog niet binnen en dus hanteert Eurostat een schatting: 109,8, oftewel even veel als in 2008.

In het begeleidende taartdiagram telt Eurostat deze categorieën bij elkaar op tot 145,5 Mtoe. Dit is goed voor 18,4% van de totale Europese energieproductie. Maar Eurostat begaat de fout om het groeipercentage van de eerste categorie te extrapoleren naar de gecombineerde categorie. Als hier al een groeipercentage aan te koppelen zou zijn, dan zou dat uitkomen op een veel bescheidener 1,9%. Maar eigenlijk is het niet mogelijk om een groeipercentage aan te geven, omdat voor de tweede categorie een schatting is gegeven. Kleine schommelingen in 2009 in deze veel grotere categorie hebben een veel grotere invloed op het groeicijfer van de gecombineerde categorie dan de categorie ‘water en wind’.

De IEA, International Energy Agency, heeft de harde gegevens van hernieuwbare energie in Europa voor afgelopen jaar vermoedelijk wel paraat, maar deze organisatie was vooralsnog niet bereikbaar voor commentaar. Het CBS is echter stellig. ‘Dit is gewoon een fout’, aldus de CBS-woordvoerder, ‘Het CBS zou dit niet zo gedaan hebben.’

Overigens is het volgens het CBS niet erg waarschijnlijk dat de categorie ‘Biomassa, afval, zonne-energie en geothermische energie’ erg is gegroeid het afgelopen jaar. ‘In Nederland wordt wel wat meer biomassa bijgestookt in elektriciteitscentrales, maar de bulk van deze categorie wordt gevormd door meestook van biomassa in de industrie en hout in kachels in andere delen van Europa. En dat is eigenlijk al jaren constant’, aldus de CBS-woordvoerder.

Link naar Eurostat rapport ‘Statistical aspects of the energy economy in 2009’

Bron: EnergieGids.nl augustus 2010

‘Klimaatsceptici beter gehoord in het IPCC’

Het internationale klimaatpanel IPCC moet beter naar klimaatsceptici luisteren, maar die sceptici moeten zelf ook beter hun best doen gehoord te worden, niet door harder te schreeuwen, maar door de juiste route te bewandelen. Verschillende wetenschappers adviseerden dit maandag tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamercommissie van VROM over het klimaatpanel IPCC.

Het klimaatpanel kwam de laatste maanden in opspraak door fouten in het klimaatrapport uit 2007 en de manier waarop panelleden die in de doofpot probeerden te stoppen. De Tweede Kamer wilde het naadje van de kous weten en organiseerde maandag een hoorzitting die de hele dag duurde en waarbij wetenschappers van het IPCC, klimaatsceptici en wetenschapsjournalisten de gang van zaken probeerden te duiden.

Het vuistdikke klimaatrapport is in feite een samenvatting van alle relevante klimaatliteratuur die verschijnt in een bepaalde periode. Voor klimaatsceptici zijn er verschillende manieren om invloed te hebben binnen het IPCC. Dat kan ten eerste via publicaties in het rapport. Maar het klimaatpanel kiest voor het belangrijkste eerste deel van het rapport het liefst alleen publicaties die ‘peer reviewed’ zijn – die door collega’s van commentaar zijn voorzien in kwalitatief hoogwaardige bladen. Voor de IPCC-panelleden is dat het selectiemiddel om te bepalen of publicaties aan de wetenschappelijke normen voldoen. De klimaatsceptici menen echter dat zij geweerd worden door deze bladen, waardoor ook kansen opgenomen te worden in het rapport slinken. “Soms legden we publicaties van klimaatsceptici naast ons neer. We moeten beter uitleggen op welke gronden we dat doen”, moest Bert Metz, voormalig co-voorzitter van één van de IPCC-werkgroepen, toegeven.

Een andere methode om invloed te hebben op het rapport is kritiek te leveren op de eerste conceptversie via de zogeheten ‘expert review’-procedure. De panelleden in het IPCC zijn verplicht wat te doen met deze opmerkingen, ondanks de enorme hoeveelheden – bij het Vierde Assessment Rapport werden 29.000 commentaren ingeleverd. Maar klimaatscepticus Hans Labohm, één van de experts, verzekerde maandag dat hij nooit antwoord heeft gehad op zijn commentaren en dat de panelleden ook geen woord van zijn opmerkingen hebben verwerkt in het rapport.

Ten slotte kunnen klimaatsceptici proberen zitting te krijgen in één van de werkgroepen die het rapport samenstellen. Sceptici menen echter dat, als het al lukt om hier in te komen, hun standpunt ondergesneeuwd raakt omdat de uiteindelijke tekst gebaseerd is op consensus. “Consensus is een weeffout in het IPCC”, zei professor Salomon Kroonenberg van de TU Delft. Ook Wim Turkenburg, professor aan de Universiteit Utrecht en betrokken bij eerdere rapporten, vindt dat het IPCC te weinig aandacht schenkt aan sceptische klimaatgeluiden. “Ik denk dat dissensus onder de wetenschappers een grotere paragraaf in het rapport moet krijgen.”

Scepsis in het IPCC zou inderdaad meer erkenning moeten krijgen, vond ook Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Toch meent hij dat de selectiemethode voor artikelen via de peer reviewed tijdschriften een goede is. “Het is niet zo heel moeilijk. Er zijn naast Nature en Science nog talloze goede tijdschriften. Een goed verhaal wordt gewoon geaccepteerd, of dat nu sceptisch is of niet.”

Het is mede aan KNAW-voorzitter Robbert Dijkgraaf om de adviezen van de wetenschappers te wegen. Hij zal de komende maanden het onderzoek leiden naar de oorzaken van de fouten in het Vierde Assessment Rapport van het IPCC, zodat die kunnen worden vermeden in het volgende rapport, wat klaar moet zijn in 2014. Dijkgraaf gaf aan onder meer te kijken naar hoe de inhoudelijke input op het rapport via de ‘expert reviews’ beter op waarde kan worden geschat, ook die van de klimaatsceptici.

Bron: EnergieGids.nl/Tijdo van der Zee 20-04-2010

Waar blijft de echte Europese interconnectie?

Waar in Europa vrij verkeer van goederen al lang een vanzelfsprekendheid is, blijft de interne Europese energiemarkt vooralsnog steken in een rudimentair stadium. Stevige gas- en elektraverbindingen tussen landen ontbreken, Europese standaarden staan nog in de kinderschoenen en vanwege onwenselijke eigendomsverhoudingen is van een vrije toegang tot de netten ook nog geen sprake. Het Derde Energiepakket, dat de Europese Unie deze zomer goedkeurde en dat op 3 september in werking trad, moet hier verandering in brengen.

Door Tijdo van der Zee — update 20 februari 2015

“Als Spaanse ondernemer wil ik mijn stroom kunnen kopen in Noorwegen of Oekraïne [sic.], als die daar goedkoper is. Nu kan dat nog niet. Daar moeten alle onderhandelingen uiteindelijk op gericht zijn, soms heb ik het idee dat er alleen maar gepraat wordt om het praten.” Javier Penacho van de AEGE, een vereniging die grootverbruikers van energie in Spanje vertegenwoordigt, schudt zijn hoofd bij zijn constatering over de huidige situatie bij de Europese energievoorziening. Hij heeft weinig hoop dat het eerste obstakel op de weg naar de verwezenlijking van zijn wens – een goede interconnectie tussen Frankrijk en Spanje die het Iberisch Schiereiland uit een isolement zal halen – binnenkort uit de weg wordt geruimd.

De Europese Commissie presenteerde in 2007 met het Derde Energiepakket een scala aan maatregelen die de ondernemers als Penacho zouden moeten helpen om goedkopere producenten in de EU te vinden. In april van dit jaar stemde het Europees Parlement in met het pakket, in juni gevolgd door de Europese Ministerraad. Het pakket rust op drie pijlers. Een nieuwe Europese toezichthouder, ontvlechting en een investeringsplan.

Regulatory gap
De eerste pijler betreft de oprichting van een Europees agentschap genaamd ACER, dat zich bezighoudt met supranationale regulering. Dit agentschap moet een einde maken aan het ‘regulatory gap’, de grote verschillen in nationale regelgevingen. Uitspraken van ACER zijn bindend, in tegenstelling tot uitspraken van de twee tot nu toe functionerende organisaties ERGEG en CEER, waarin de 27 nationale energiemarkttoezichthouders verenigd zijn. De besluitvormingsprocedure zal via een stemsysteem gaan, waarin een meerderheid voldoende is. Nationale veto’s zijn dan niet meer mogelijk, wat de snelheid van de besluitvorming moet bevorderen. “Dit is een kans voor een echte integratie van de Europese energiemarkt. Ondanks dat het een enorme klus gaat worden”, zegt de Brit Lord Mogg, die voorzitter wordt van ACER. Waar agentschap ACER zich zal gaan vestigen is nog niet bepaald. Slowakije, Slovenië en Roemenië dingen nog mee. Volgens Ana Arana Antelo van de Europese Commissie is het de bedoeling dat over de locatie in ieder geval nog dit jaar, tijdens het Europees voorzitterschap van Zweden, een beslissing genomen wordt. De komende 16 maanden wordt uitgewerkt hoe de dagelijkse gang van zaken binnen ACER gestalte moet krijgen. Zo verandert bijvoorbeeld de rol van nationale toezichthouders, in Nederland is dat de Energiekamer van de NMA. “Die rol wordt belangrijker”, beweert Lord Mogg, zonder op de specifieke nieuwe bevoegdheden in te gaan, “maar om ze die belangrijkere rol te kunnen laten spelen, zullen we ze eerst moeten losweken uit de nationale overheidsstructuren.” Nationale toezichthouders worden dus een soort Europese toezichthouders op locatie.

De samenwerkende Europese TSO’s – eigenaren van de hoogspanningsnetten en hoge gasdruknetten zoals TenneT en Gasunie – krijgen ook een rol in dit nieuwe institutionele systeem. ENTSO-E (European Network of Transmission System Operators for Electricity) en ENTSOG (European Network of Transmission System Operators for Gas) zullen ACER adviseren. Volgens Erik te Brake van het Nederlandse VEMW, de vereniging die de belangen behartigt van energiegrootverbruikers in Nederland, zouden ook Europese consumenten een rol moeten krijgen in de besluitvormingsprocedure bij ACER. Via de Europese energieverbruikerskoepel IFIEC zou die input geleverd kunnen worden. “Bij elke beslissing die ACER neemt, zou een ‘impact assessment’ uitgevoerd moeten worden. Welke consequenties heeft een beslissing voor de eindgebruiker? Op basis daarvan kunnen wij dan aanbevelingen doen.”

Ontvlechting
De tweede pijler betreft ontvlechting van de hoofdnetten uit het eigendom van energieproducenten. Idee hierachter is dat vrije toegang door Europese energieproducenten tot het net niet gewaarborgd kan worden als één van hen dat in een bepaalde regio in handen heeft. Nederland gaat hierin een stap verder dan Europa vereist, door niet alleen de hoofdnetten te ontvlechten, maar ook per 1 januari 2011 de distributienetten. Nederland is hierin het beste jongetje van de klas, want zelfs de ontvlechting van de hoofdnetten bleek Europees gezien geen haalbare kaart. Met name Frankrijk (Electricité de France) en Duitsland trapten op de rem, daarin gevolgd door Oostenrijk, Bulgarije, Griekenland, Letland, Luxemburg en Slowakije. Uiteindelijk is een afgezwakt systeem bedacht waarin landen kunnen kiezen tussen drie vormen van ontvlechting. Dat zijn ten eerste een totale onteigening van het hoofdnet, ten tweede de ‘independent system operator, ISO’, waarbij ondernemingen het beheer van hun net overlaten aan een onafhankelijke beheerder en ten slotte ‘independent transmission operator, ITO’, waarbij de distributie door de onderneming plaatsvindt, onder strenge regels en het toeziend oog van een onafhankelijke organisatie.

Investeringsplan
De derde pijler betreft het tienjarig investeringsplan dat ENTSO-E en ENTSOG moeten opstellen. Daartoe brengen organisaties in kaart waar de voornaamste knelpunten tussen landen zitten en hoeveel geld er nodig is om die te verhelpen. Probleem hierbij is alleen dat het investeringsplan geen enkele bindende consequenties zal hebben. Dit is dan ook een reden dat velen hoop vestigen op regionale initiatieven, zoals het pentalaterale overleg dat sinds 2005 plaats vind tussen de Benelux, Duitsland en Frankrijk en dat tot doel heeft de vijf energiemarkten te integreren op een hogere snelheid dan haalbaar is op Europees niveau.
“Integratie is per definitie iets regionaals, want een investering in een interconnector blijft namelijk altijd een aangelegenheid tussen twee landen”, zegt Cecilia Hellner van ENTSO-E hierover. Liberalisering van het Europese energienet leidt tot lagere prijzen, zo is de bedoeling. Maar als dat in het huidige tempo doorgaat vreest Erik te Brake van VEMW dat de markt al verdeeld is onder de grote spelers, voordat de integratie van de markt goed en wel begonnen is. “Je ziet nu al consolidatie optreden en kleine, nieuwe spelers hebben bijna geen speelruimte. Het is een race tegen de klok en de inzet zijn de energieprijzen voor de consument.”

En wat gaat dit alles betekenen voor de Spaanse ondernemer Javier Penacho? Zijn probleem wordt al langer onderkend door de Europese Unie. Sinds 2007 probeert voormalig eurocommissaris Mario Monti als speciaal EU-gezant de weerstanden weg te nemen die een hoogspanningsverbinding over de Pyreneeën in de weg staan. Helaas voor Penacho, tot nu toe zonder veel succes.

Energiek Europa september 2009

Update 20 februari 2015:

Eindelijk kan Javier Penacho tevreden zijn. Op vrijdag 20 februari werd de tweede interconnectie tussen Frankrijk en Spanje feestelijk in gebruik genomen. Daarmee verdubbelde de capaciteit in een klap van 1400 MW naar 2800 MW. De hoogspanningsleiding loopt van het het Franse Baixàs over een afstand van 65 kilometer naar het Spaanse Santa Llogaia. De lijn loopt onder meer door een bijna 9 kilometer lange tunnel onder het Alberra massief in de Pyreneeën. Het project kostte 700 miljoen euro. Daarvan is 255 miljoen Europese subsidie.