Categorie archief: Innovatieve installatietechnieken

Gaat energiezuinigheid woningen ten koste van gezondheid?

Door de opkomst van nul-op-de-meterwoningen lijkt alle aandacht in de bouw naar energiebesparing te gaan. De gezondheid van bewoners als maatstaf voor een goede woning, verdwijnt teveel naar de achtergrond, waarschuwen verontruste adviseurs. Om het tij te keren wordt de discussie over een gezondheidslabel voor woningen heropend.

Klachten uit Nieuw Buinen, klachten uit Tilburg en gemopper uit Stadskanaal. Geluidsoverlast, hinderlijke trillingen en een niet goed te regelen binnentemperatuur. Bewoners van Nul-op-de-meterwoningen zijn lang niet altijd tevreden met hun vernieuwde woning. Het onderwerp werd inmiddels breed opgepikt door media zoals BNR Nieuwsradio en TV-programma Kassa. Projectontwikkelaars en een organisatie als De Stroomversnelling schieten echter in de bekende reflex: “Dit zijn kinderziektes die horen bij de pilotfase”. Lees verder Gaat energiezuinigheid woningen ten koste van gezondheid?

‘De installatiebranche moet aantrekkelijk worden. Sexy.’

Hij hapte toe toen concurrent Imtech omviel, haalde een miljoenenorder van Defensie binnen met een branchevreemde partner en kocht de grootste energie-inkoper van Nederland. John Quist, nu ruim twee jaar directeur van technisch dienstverlener Unica, ziet de installatiebranche als een snoepwinkel. Maar is ook kritisch op de eigen branche. “Installateurs mogen best wat commerciëler gaan denken.”

Tijdens het gesprek in Unica’s hoofdkantoor in Hoevelaken, dat uitkijkt op het verkeer van de snelweg A1 (“beste zichtlocatie denkbaar”), passeert ‘lijst der lijsten’, de Top 20 Installatiebedrijven van Cobouw, meerdere keren de revue. Wie kukelt van het lijstje af, wie weet de concurrentie voor te blijven en wie stormt de eliteclub van 20 juist binnen? Nu is het niet zo dat de samenstelling één grote verrassing is; nummer 1 zal namelijk net als vorig jaar Engie zijn. Toch is de publicatie ieder jaar  iets om naar uit te kijken.

Quist wil stijgen op de lijst, zoveel is duidelijk. Het realiseren van groei is een belangrijke ambitie. “In vergelijking met de peer-groep, soortgelijke installatiebedrijven uit de top 20, groeien wij sterker. In de periode van 2013 tot 2015 zaten wij op 25%, terwijl de peers gemiddeld op de nullijn bleven.” Unica’s omzet vorig jaar bedroeg 292 miljoen euro. Dit jaar komt het bedrijf uit rond de 330 miljoen, misschien zelfs 340 miljoen euro. Lees verder ‘De installatiebranche moet aantrekkelijk worden. Sexy.’

Amerikaans energiebedrijf AES bouwt in Zeeland grote batterij voor primaire reserve

Lithium-ionaccu’s. In het dagelijks leven vooral bekend van de batterij in de mobiele telefoon. Het Amerikaanse energiebedrijf AES wil de technologie inzetten als vermogen in de wekelijkse veiling van de primaire reserve van Tennet.

Tijdo van der Zee, in: Energeia, 4 mei 2015

Nog voor het einde van het jaar wil AES een energiecentrale 20 MW aan regelvermogen beschikbaar hebben (10 MW opregel- en 10 MW afregelvermogen), afkomstig uit duizenden gestapelde accu’s in een gebouwtje in het Sloegebied, het haventerrein ten oosten van Vlissingen. “Het gebouw lijkt op een datacenter en doet in niks denken aan een conventionele energiecentrale. Er is geen vervuilende uitstoot en geen aanvoer van grondstoffen. Daarom verwachten we geen problemen met vergunningen en ook weinig maatschappelijke weerstand.” Dat zegt Steve Corwell, vice-directeur voor het vasteland van Europa van AES Energy Storage, vanuit zijn kantoor aan de Amsterdamse Zuidas.

In Zuid-Amerika en de Verenigde Staten heeft AES momenteel al 172 MW van deze zogeheten Advancion-technologie opgesteld. In Europa zit er voor meer dan 100 MW in de pijplijn, onder meer in Noord-Ierland, maar die centrales zijn nog niet operationeel. Corwell zegt dat hij het mooi zou vinden als Nederland de Europese primeur heeft. “Dat is een kwestie van persoonlijke trots, omdat ik in Nederland werk.”

Dat AES zijn energieopslag wil bouwen in Zeeland is geen toeval. Het bedrijf exploiteert met Essent en Delta sinds 1998 de Elsta-centrale, een 460 MW warmtekrachtkoppeling-centrale (WKK-centrale) in Terneuzen. “Wij kennen Zeeland al een beetje”, beaamt Corwell. De AES-centrale wordt straks verbonden aan het elektriciteitsnet van Delta, de stroom is bestemd voor de primaire reserve van Tennet. Dat is vermogen dat Tennet in een wekelijkse veiling vastlegt en bedoeld om frequentieverstoringen in het hoogspanningsnet tegen te gaan.

Om mee te kunnen doen aan die veiling moet een aanbieder ten minste 1 MW opregel- en 1MW afregelvermogen beschikbaar hebben en dat binnen 30 seconden. “Dat is voor ons geen enkel probleem”, stelt Corwell, “Onze apparatuur kan in een derde van een seconde 10 MW op- of afregelen.” Dat maximale vermogen is in het uiterste geval 30 minuten beschikbaar. “Dat is meer dan genoeg. De Europese regels hierover zijn wat onduidelijk. Sommigen hebben het over 30 minuten, anderen over 15 minuten. In de Verenigde Staten neemt men genoegen met 7,5 minuut.” Dat wil niet zeggen dat 30 minuten een onpasseerbare grens is. “In de Verenigde Staten hebben we nu een opdracht binnengehaald voor een centrale die tot 4 uur het maximale vermogen kan leveren.” Navraag bij Tennet leert dat in Nederland momenteel minimaal 15 minuten beschikbaarheid vereist is.

De batterijopslag kan heel snel schakelen tussen elektriciteit leveren en opslaan. “We zien dat het enorm oscilleert. De slimme software kan die keuzes heel snel maken. En die zorgt er ook voor dat de accu’s altijd voldoende opgeladen zijn.” De keuze voor lithium-ionaccu’s ligt voor de hand, stelt Corwell. “Het is betrouwbare technologie waar we veel ervaring mee hebben.” Van lithium-ion batterijen is bekend dat ze na enige tijd minder gaan presteren. Corwell: “Als er op een gegeven moment accu’s vervangen moeten worden dan doen we dat.” Over de acculeverancier wil hij nog niet veel zeggen. “Dat kan als we straks de centrale gebouwd hebben.”

In Nederland wil AES na de centrale in Vlissingen nog één of twee soortgelijke installaties bouwen. Voor het zover is moeten in Zeeland de vergunningen nog worden afgegeven. En in Arnhem moet AES nog een raamovereenkomst sluiten met Tennet. Maar dat kan pas als de installatie van AES gebouwd en getest is.

Floating wind turbines: a promising start

Floating wind turbines have a very short history and the market is still in its infancy, but today it seems that many parties believe in the technique’s future. So what is the state of the market today, and what are the pros and cons of these large floating power plants? Lees verder Floating wind turbines: a promising start

Bam zet capaciteit van 200 nul-op-de-meter-woningen in als flexdienst

Bouwbedrijf Bam wil de capaciteit van zo’n 200 nul-op-de-meter-woningen in de regio Utrecht gaan inzetten als flexibiliteitsdienst aan Stedin.

Door: Tijdo van der Zee
In: Energeia.nl, 11 mei 2015

Eerder deze maand kreeg Bam voor dit driejarige Rennovates-project van de Europese Commissie EUR 5 mln toegezegd vanuit subsidieprogramma Horizon 2020.

Bam is betrokken bij het programma Stroomversnelling, waarin 111.000 woningen worden gerenoveerd tot nul-op-de-meter-woning. In het Rennovates-project betekent dit onder meer dat de gasaansluiting wordt verwijderd, dat elektriciteit wordt opgewekt door zonnepanelen en de warmte door warmtepompen. In de winter zal er daardoor extra vraag naar stroom zijn en in de zomer wordt juist een overschot verwacht, dat wordt teruggeleverd aan het net. Netto moet dit optellen tot nul.

Ook na de renovatie zal Bam betrokken blijven. Het bouwbedrijf is namelijk voor dertig jaar verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gerenoveerde woningen. In een energie service contract met de woningcorporatie tekent Bam voor de energieprestatie van gebouwgebonden installaties; de warmtepomp en zonnepanelen. Bam staat niet garant voor onzuinig gebruik van huishoudelijke elektrische apparaten door bewoners: die krijgen een jaarlijks energiebudget van ongeveer 2.500 kWh. Wat ze daarboven gebruiken, moeten ze extra afrekenen. Lees verder Bam zet capaciteit van 200 nul-op-de-meter-woningen in als flexdienst

Power-to-gas: wordt het methaan of waterstof?

De roep om tijdelijke opslag van duurzame elektriciteit klinkt steeds luider, nu de productie door wind en zon grote pieken vertoont en huishoudens vrezen voor het afschaffen van de salderingsregeling. Power to gas, waarbij de elektriciteit wordt omgezet in waterstof of methaan, is één van de technieken die dit mogelijk maken. Maar hoe groot is de kans op grootschalige introductie? En moet de installatiesector zich alvast voorbereiden?

Netbeheerder Stedin experimenteert druk met de omzetting van elektriciteit in gas. Op Ameland liep van 2007 tot 2012 een proef waarbij uit water door middel van elektrolyse waterstof en zuurstof werd geproduceerd. En sinds afgelopen herfst worden dertig woningen in een appartementencomplex in de Rotterdamse wijk Rozenburg zelfs voorzien van synthetisch  – en voor de bewoners gratis – methaan, verkregen door waterstof uit elektrolyse in een vervolgstap met CO2 te methaniseren. In dit project werkt Stedin samen met energiekennisbedrijf DNV GL, de corporatie Ressort Wonen en gemeente Rotterdam.

De installatie, bestaande uit enkele blauwe zeecontainers op een veldje naast het wooncomplex van Ressort Wonen, heeft een productiecapaciteit van 0,25 kuub per uur, of 2.000 kuub per jaar, minder dan het verbruik van Lees verder Power-to-gas: wordt het methaan of waterstof?

Warmte-/koudeopslag niet nodig met PCM-plafond

‘Duurzaamheid moet je gewoon doen.’ Dat is het motto van Van Dorp Installaties. Echter, voordat het bedrijf nieuwe producten aan klanten verkoopt test het ze het liefst eerst zelf, in de eigen kantoorpanden. Zo is de vestiging in Zevenaar, kantoor, proeftuin en showroom in een, waar met name de PCM-plafonds de interesse wekken.

Door Tijdo van der Zee

“De warmte- en koudebronnen waren al besteld, maar toen bleek dat een investering in een warmte/koudeopslagsysteem voor dit pand helemaal niet nodig was omdat de totale energiebehoefte voor dit pand gering bleek te zijn. Een kleine HR-ketel is alles wat we nu voor verwarming gebruiken”, zegt vestigingsdirecteur Robby de Reus, “Wanneer mensen zien dat dezelfde ketel die zij in huis gebruiken dit hele pand verwarmt, begrijpen ze pas hoe energiezuinig dit gebouw is.” Inderdaad oogt de Remeha Quinta 45 kW erg bescheiden.
Lees verder Warmte-/koudeopslag niet nodig met PCM-plafond

Talis kijkt uit naar de winter

Een ketelhuis van niet meer dan 15 m2 op het dak van een wooncomplex in Nijmegen staat volgepakt. Twee watertanks van 1000 liter en een van 300 liter, vier HR-ketels, een warmtepomp van 40 kW en een tiental expansievaten en dat alles verbonden met dikke, geïsoleerde buizen, vullen de kleine ruimte. Verduurzamen in de bestaande bouw, dat is passen en meten.

Door Tijdo van der Zee

“In nieuwbouw plan je het gebouw rond de voorwaarden die je stelt, bij dit gebouw worden de randvoorwaarden gesteld door wat er al staat”, zegt René Arnst, projectleider installaties bij woningcorporatie Talis. “Als achter in het ketelhuis een tank vervangen moet worden, is dat echt puzzelwerk.”
Het woonblok in de Nijmeegse Waterstraat is Talis’ eerste project waarbij duurzame cv en duurzaam warmwater in de bestaande bouw wordt toegepast. Het haalbaarheidsonderzoek werd gedaan door adviesbureau ZON Energie. De kleine schaal –24 een- tot tweepersoonswoningen – en het natuurlijke vervangingsmoment van de boilers maakte het woonblok in de Waterstraat tot een ideaal proefobject. Negen putten tot 120 meter diepte leveren via een gesloten systeem water van 12 0C. Dat wordt door de warmtepomp opgewerkt tot 60 0C en daarna gebruikt in de cv’s.
Vier horizontaal geplaatste zonnecollectorpanelen verwarmen water in een 1000-litervat tot 70 0C. Dat warme water is bedoeld voor gebruik in de badkamer of de keuken. Indien de zon onvoldoende vermogen heeft wordt het warmwater naverwarmd in een 300 liter boiler. Een overschot aan zonnewarmte kan ook worden gebruikt om het 1000-litervat dat hoort bij de warmtepomp op te warmen. Terugleveren aan de warmteputten was technisch lastig en bleek niet verplicht voor een installatie onder 43 kW.

Radiatoren
De warmtepomp verwarmt tot maximaal 65 0C. Het conventionele radiatorsysteem is indertijd echter uitgelegd op basis van een aanvoer van water van 90 0C. Het oude materiaal vervangen door zwaardere, lage temperatuurradiatoren zou de business case zwakker maken. Arnst: “Verwarming blijkt toch te lukken, maar we vragen daartoe wel van de bewoners om continu te stoken, in plaats van ’s ochtends met z’n allen de thermostaat hoger te zetten. Dat kost meer energie en dat kan de pomp niet aan. Hierover gaan we binnenkort de bewoners informeren”
Naar verwachting kan de warmtepomp het in z’n eentje af tot een buitentemperatuur van -6 0C. Wordt het nog kouder, dan zullen de piekketels bijspringen.
Het gasverbruik mag afnemen, de elektrische pompen slurpen elektriciteit. Zoveel zelfs dat er een dikkere kabel vanaf de straat naar boven getrokken moest worden. “Onvoorzien. En Liander staat natuurlijk niet de volgende dag al voor je deur. Het leverde wat vertraging op. Een leerpunt voor de volgende keer”, zegt de projectleider.

Archeologie
De putten voor de warmtepomp liepen ook vertraging op, door procedures en eigendomskwesties. “De grond naast het woonblok, waar we wilden boren, bleek niet van ons maar van de gemeente. Nadat we daar uit waren, duurde het vergunningtraject weer langer dan verwacht. Ambtenaren moesten uitzoeken of er eerst archeologisch onderzoek moest gebeuren bijvoorbeeld”, aldus Arnst.
Alle apparatuur is verbonden aan software die via UMTS bij Talis binnenkomt. Arnst: “We zullen zelf de afstellingen niet aanpassen, dat gaat ZON Energie doen, of het installatiebedrijf. Maar we willen de informatie natuurlijk wel hebben. Om te kijken bijvoorbeeld of we een extra zonnepaneel aankoppelen om de warmtepomp te ontzien, maar ook om de resultaten te tonen aan bewoners, of voor nieuwe projecten en investeringen.”
De eerste winter moet nog komen. Daarna pas zal blijken of het systeem robuust genoeg is. Inmiddels loopt al wel een haalbaarheidsstudie naar een woonblok met 270 appartementen. Arnst: “Dat zal geen proefproject zijn. In tegenstelling tot hier in de Waterstraat gaan de bewoners daar meebetalen aan de investering.”

Bron: EnergieGids.nl sept 2009

Omkering ventilatiesysteem maakt concertzaal zuiniger

Bij de renovatie van de Grote Zaal van het Rotterdamse Concert- en congresgebouw De Doelen is het ventilatiesysteem omgekeerd, een ingreep die veel energie bespaart. Ook zijn op verschillende plekken led-lampen aangebracht. Het zijn technische maatregelen in een breder pakket van duurzaamheidsbeleid, die De Doelen op den duur een Green Key-certificaat moeten opleveren.

door Tijdo van der Zee

De Doelen in Rotterdam is een ontwerp van de gebroeders Kraaijvanger en is een typisch staaltje wederopbouwarchitectuur: functionalistisch, ruim bemeten en met degelijke materialen als beton en natuursteen. Toch was de Grote Zaal enige jaren geleden aan een renovatie toe, onder meer omdat de grote hoeveelheden asbest in het pand verhinderden dat apparatuur netjes in het plafond kon worden weggewerkt, waardoor het geheel een rommelige aanblik bood. Ook de luchtschachten van het ventilatiesysteem bestonden uit asbest.

Omgedraaid
Op initiatief van de projectleiding (in handen van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam en de Doelen) werd lopende het project besloten het ventilatiesysteem om te draaien. In plaats van met een snelheid van 5 m/s vanuit het plafond, wordt de ventilatielucht nu vanonder iedere stoel met een snelheid van 0,5 m/s de ruimte ingeblazen en afgevangen via schachten in de wand en het plafond. “Een enorme klus, omdat alle stoelen er uit moesten, om daaronder enkele plenumboxen te kunnen bouwen en ook moest onder iedere stoel en gat geboord worden door centimeters dik beton”, zegt Frank van Donkersgoed, hoofd Technische Dienst bij De Doelen. Maar het resultaat rechtvaardigt de ingreep, want door de natuurlijke luchtstroom te volgen – warme lucht stijgt op – kunnen de blowers een standje lager en wordt een aanzienlijke energiebesparing gerealiseerd. “Daarnaast verbetert het comfort, omdat er geen turbulentie ontstaat en daarmee een mogelijke ‘koudeval’. Daar klaagden gasten eerder wel eens over.”, aldus van Donkersgoed. Ook het geluidsniveau van het systeem is laag. Van Donkersgoed: “Al moet gezegd dat het even duurde voor de akoesticus en de W-adviseur op één lijn zaten”.

Kosten en planning
“De hele renovatie heeft 25 miljoen euro gekost”, zegt directeur Anton Vliegenthart. 75 procent van die kosten wordt gedragen door eigenaar van het gebouw, het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam. De overige 25 procent komt deels uit de exploitatie van de Doelen en is deels geworven bij fondsen en sponsors. “De gemeente Rotterdam zet met het Rotterdam Climate Initiative sterk in op duurzaamheid. Dat speelde een grote rol bij het realiseren van de meerkosten van energiebesparende maatregelen. En terugverdientijden? Onduidelijk, het is een langetermijnproject”, aldus Vliegenthart.
De laatste stap in het vijf jaar durende renovatieproject gebeurde in de maanden april tot september2009 en in die periode kon de Grote Zaal vijf maanden niet gebruikt worden voor concerten en congressen. Vliegenthart: “Dat moet je heel secuur plannen, want de agenda voor de Grote Zaal loopt al jaren van tevoren vol.”

Verlichting
Ook de verlichting is onder handen genomen. In de wanden zitten nu rode, groene en blauwe 1 W-leds in een strip en achter een diffuse plaat, wat een gelijkmatig schijnsel oplevert. Ook kan hiermee uitgelicht worden in verschillende kleuren. “Maar daarin zijn we terughoudend. We vinden dat niet passend”, zegt technisch manager Van Donkersgoed. Led-verlichting is ook terug te vinden bij de gangpaden en de stoelen, maar niet op het podium en de grote spots, waar nog gebruik gemaakt wordt van halogeen. Donkersgoed: “Er zitten hiaten in het kleurenspectrum van led’s en daarom is het daarvoor nog niet geschikt.”

Green Key
Over die led-verlichting voert hoofd evenementenwerving Diederik Waal discussie met de Green Key-organisatie. De Doelen zet in op bemachtiging van een certificaat, maar daarvoor moet meer energiezuinige verlichting worden toegepast. “Wij vallen in de categorie ‘congrescentra’, maar als concertgebouw kent De Doelen specifieke beperkingen”, zegt Waal. Daarom hoopt Waal dat Green Key specifieke richtlijnen zal ontwikkelen voor concertgebouwen. “In Londen is een interessant initiatief met Green Theatres. Die ontwikkeling volg ik aandachtig.” Een heel aantal maatregelen is echter al wel doorgevoerd en Waal vermoedt daarom weinig problemen wanneer binnenkort Green Key moet beoordelen of De Doelen het certificaat verdient. “Die problemen zijn vooral ook procedureel. We doen al heel veel, maar je moet ook alles netjes op papier hebben staan. Zo werkt Green Key en wij werken daar graag aan mee, want het verkrijgen van dit certificaat is een erkenning van onze duurzaamheid en een krachtig marketingtool.”

Bron: EnergieGids.nl

Software stuurt honderden warmtepompen in Haags appartementencomplex slim aan

In de Haagse nieuwbouwwijk Ypenburg verrijst appartementencomplex Couperus. Alle 288 woningen in dit complex krijgen een individuele warmtepomp, die straks deel uit maakt van een slim energienet. De pompen worden aangestuurd door lokale intelligente software, die rekening houdt met netcapaciteit en het aanbod van stroom. Deze automatische vraagsturing moet leiden tot lagere pieklasten.

Door Tijdo van der Zee

“Een belangrijke dag. Dit wordt namelijk het grootste slimme net met warmtepompen in Nederland”, zegt Jeroen de Swart, directeur van netbeheerder Stedin op de winderige zesde verdieping van complex Couperus, in een ruimte die over twee jaar een luxe loft zal zijn. Het appartementencomplex wordt gebouwd in Ypenburg, een nieuwbouwwijk in het oosten van Den Haag, in een oksel van het knooppunt Prins Clausplein. De wijk heeft zich ontwikkeld tot een soort proeftuin voor duurzame technieken en Couperus misstaat hier dan ook niet.

Het appartementencomplex telt straks 46 koopwoningen, 86 sociale huurwoningen en 156 vrije sector huurwoningen en allemaal zijn ze verstoken van een gasaansluiting. Warm tapwater en verwarming: het moet allemaal komen van 288 individuele warmtepompen van Itho Daalderop. Die pompen verwarmen aardwarmte van rond de 9°C uit ongeveer 145 warmte/koude-opslag (WKO)-putten.

Als de stroomvragende warmtepompen straks allemaal tegelijk gaan draaien, bijvoorbeeld ’s ochtends, wanneer de mensen opstaan, of wanneer men thuis komt van het werk, dan zorgt dat voor een behoorlijke pieklast. En op die pieklast moet het elektriciteitsnet zijn berekend. Voor die paar uurtjes topdrukte moeten dus dikkere kabels worden aangelegd. “De energievoorziening in Nederland wordt veel decentraler. Wij anticiperen daarop door de vraag te gaan sturen. Zo kunnen we voorkomen dat we overal dikke kabels moeten aanleggen”, zegt De Swart.

Bij het project in Ypenburg is men echter nog niet zover. Dat moet wel de nodige informatie opleveren om die dunnere kabels in de toekomst mogelijk te maken. Maar voor nu loopt liever niemand nog risico en wordt het systeem uitgelegd met kabels van een dikte die nodig zou zijn zonder vraagsturing.

Als het complex in 2013 is opgeleverd, zijn alle 288 warmtepompen gekoppeld aan energiemanagementsoftware van TNO, de Powermatcher, ontwikkeld in de stal van ECN, maar sinds april in bezit van TNO (zie kader). De Powermatcher kan de warmtepompen om beurten aanzetten. “We zorgen ervoor dat de gewenste temperatuur wordt bereikt, maar zetten de pompen op andere momenten aan de standaard thermostaatregeling dat zou doen”, zegt Koen Kok, onderzoeker bij TNO Smart Electricity Grids.

Warmtepompen, zo legt Kok uit, zijn hiervoor heel geschikt, omdat het effect van warmtepompen trager is en langer duurt dan bijvoorbeeld het aan of uit zetten van een lamp. “Bewoners merken er niks van.” Kok benadrukt dat bewoners te allen tijde de controle over het systeem kunnen overnemen. Dus wie even wat extra warmte wil, kan zelf aan de knop draaien. “Het bewonerscomfort staat voorop. Individuele bediening blijft altijd mogelijk.”

Maar ook aan de aanbodkant wordt slimheid ingebouwd. Omdat het de ene keer harder waait dan de andere, heeft Eneco de ene keer ook meer stroom in de aanbieding dan de andere keer. Op momenten dat het stroomaanbod groot is, en de stroomprijs dus laag, kan Eneco het smart grid in het appartementencomplex een signaal geven om de warmtepompen aan te schakelen als dit kan. Het is de Powermatcher van TNO die dit gaat regelen. “Aan de aanbodkant werken we met prikkels die eventueel vertaald kunnen worden in prijsprikkels”, zegt projectleider Laura Laméris, van ontwikkelaar Ceres Projecten.

Dat betekent dat die prikkels zich in ieder geval voorlopig nog niet vertalen in een lagere energierekening van bewoners. “Een pepernotenprijs”, noemt Kok de prikkel. Deze leidt wel tot actie bij de warmtepomp, maar niet tot een andere prijs. Volgens Kok kan de Powermatcher die prijsvariatie overigens al wel verzorgen en een ander proefproject waar hij nog niet over wil uitweiden moet dit binnenkort gaan aantonen.

Het consortium heeft een subsidieaanvraag -voor welk bedrag, dat maken de partijen niet bekend- ingediend bij Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) voor de regeling Proeftuinen Intelligente Netten. Als deze aanvraag wordt ingewilligd, wordt het project nog verder uitgebouwd. Dan worden namelijk ook bewoners bij het slimme net betrokken, via bijvoorbeeld energiedisplays, zegt TNO-onderzoeker Kok, en kunnen behalve de warmtepompen ook andere apparaten als wasmachines worden ‘ingeplugt’. Maar, zo beweert Laméris, het eerste deel van het project -aansturing van warmtepompen en afname van stroom op basis van prijsprikkels- gaat sowieso door. “Subsidie of niet.”

Het appartementencomplex Couperus staat nog in de steigers. En dat komt goed uit, want het slimme net is nog verre van uitontwikkeld. Laméris: “Dat gaat de komende tijd gebeuren, in een laboratoriumopstelling.”

Powermatcher is nu smart grid-icoon van TNOHet consortium dat het slimme net in Couperus gaat bouwen is al in oktober vorig jaar opgericht. Het bestaat nu uit Eneco, projectontwikkelaar Ceres Projecten, gebouwbeheerder Vestia Noordorp, warmtepompenleverancier Itho Daalderop, Provincie Zuid-Holland, TNO, IBM en Stichting Woonformatie Ypenburg. Maar in oktober was onderzoekscentrum ECN nog van de partij en was TNO nergens te bekennen.

Dit heeft alles te maken met het wegvallen van EUR 8 mln overheidssubsidie voor ECN eind vorig jaar en de daarop volgende overname van de smart grid-afdeling door TNO. In die afdeling werd ook de Powermatcher ontwikkeld, die in het smart grid-project in Hoogkerk voor het eerst werd ingezet en nu in Ypenburg voor de tweede keer z’n waarde zal moeten bewijzen. Volgens Koen Kok van TNO zal de techniek de komende tijd op meer plekken opduiken. “We zijn nu met zo’n vijf consortia bezig om de Powermatcher te introduceren en wij dingen met een deel van deze consortia mee naar de subsidie voor slimme netten.”

Verschenen in Energeia, 21 september 2011