Categorie archief: Overig

‘Borging kwaliteit is nu ook al goed geregeld’

Dit artikel verscheen in 2016 in GAWALO

Het wetsvoorstel Private Kwaliteitsborging in de Bouw ligt na jaren soebatten eindelijk bij de Tweede Kamer. De bedoeling van de wet is dat de markt zélf verantwoordelijk wordt voor de kwaliteit van bouwwerken. Niet het gemeentelijke bouw- en woningtoezicht, maar een onafhankelijke kwaliteitsborger zet straks z’n stempel. Wat gaat de installateur van de wet merken? En moet er nog wat aan worden geschaafd voor de wet de goedkeuring kan wegdragen van de installatiewereld?

Lang was niet zeker of er überhaupt een wetsvoorstel zou komen. Zo traag en onzeker was het proces er naar toe, zegt René de Kwaadsteniet, directeur van kennisorganisatie en adviesbureau Building Changes. “Het proces is al heel lang gaande. Het speelt al sinds 2002. Er waren de afgelopen periode momenten waarop we dachten dat de wet er niet zou komen. Dat heeft alles te maken met de veelheid aan belangen en het draagvlak dat de overheid voor de wet moet zien te verwerven.” Lees verder ‘Borging kwaliteit is nu ook al goed geregeld’

Brandstofcel in Utrechtse woning levert warmte en warm water

In een woongebouw in de Utrechtse wijk Oudwijk heeft woningcorporatie Bo-Ex afgelopen week een brandstofcel geïnstalleerd die aardgas gebruikt om elektriciteit, warm tapwater en warm CV-water te leveren. “Een unicum, voor zover wij weten”, aldus Henk Wierenga, productmanager bij fabrikant Nefit Bosch.

Door Tijdo van der Zee, in: Energeia, 28 sept 2015

Vooropgesteld: het gaat hier om een demonstratieproject, waar de komende twee jaar wordt bekeken of de brandstofcel voor gebruik in ééngezinswoningen naar behoren werkt. Geld is er met het innovatieve product van Nefit Bosch nog niet te verdienen. “Dit is het tussenstadium tussen de experimenten in het lab en het seriematig produceren voor de markt”, zegt persvoorlichter Jan Blom van Nefit Bosch. “We gaan nu niet de illusie wekken dat de brandstofcel volgend jaar al in de winkel ligt.” Over geld wordt dus nog niet gesproken. De investering in Utrecht wordt gedaan door de woningcorporatie, de installateur Bos en Nefit Bosch en de kosten worden niet doorberekend aan de huurders. Die profiteren juist wel van het hoge rendement van de brandstofcel en gaan er volgens Bo-Ex EUR 500 tot EUR 750 op vooruit. Woordvoerder Esther Gruter van Bo-Ex: “Als we de kosten zouden doorberekenen dan zou de huur onbetaalbaar worden.”

De plaatsing van de brandstofcelketel in Utrecht maakt deel uit van een groter door Europa gesubsidieerd project genaamd Enefield. Nefit Bosch installeert in het kader van dit project binnenkort een tweede brandstofcelketel in een woning ergens in Nederland. Waar dat is maakt Nefit Bosch nog niet bekend. Nefit werd tien jaar geleden overgenomen door het Duitse concern Bosch. De brandstofcel die nu in Utrecht draait is ontwikkeld in de Duitse laboratoria. Het aantal installaties van het nieuwe product is in Duitsland dan ook het grootst. “Dat zijn er al gauw honderd”, zegt productmanager Wierenga.

De manshoge installatie van Nefit Bosch ziet er door de witglimmende behuizing uit als een solide eenheid. Maar haal die schil er af en je ziet dat de installatie bestaat uit verschillende met elkaar verbonden units. Meest in het oog springend is de hoogtemperatuur (800 graden) solid oxide fuel cell (SOFC) brandstofcel, waarin waterstof en zuurstof met elkaar reageren tot water, en waar elektriciteit en warmte bij vrijkomen. Dan is er nog een conventionele CV-ketel ingebouwd die eventuele warmtevraagpieken op kan vangen. Dan twee buffervaten. Eén voor warm tapwater (80 liter) en één voor CV-water (120 liter). Ten slotte zit er nog een gasreinigingsunit in, die zwavel en geurstoffen uit het toegevoerde aardgas absorbeert. “In een commerciële uitvoering zou de installateur dat vaatje om de drie à vier jaar moeten schoonmaken.”

Eenmaal op temperatuur, kraakt de SOFC-brandstofcel vervolgens het zuivere aardgas, waarna de brandstofcel met behulp van het waterstof elektriciteit en warmte produceert. Alles bij elkaar levert het een installatie op die volgens Wierenga 1,5 kW aan aardgas omzet in 0,7 kW aan elektriciteit en 0,7 kW aan warmte. Aan de hele unit is zichtbaar dat het om een “Duits toestel” gaat, zegt Wierenga. Een marktmodel voor de Nederlandse markt zou bijvoorbeeld best nog wel eens wat kleiner kunnen. Duitsers houden van flink wat buffercapaciteit terwijl we in Nederland meer bekend zijn met “doorstroomcombi’s”.

Niet elke woning is geschikt voor een brandstofcel, zegt Wierenga. “Je moet een woning hebben met een goede ‘fit’.” Zolang in Nederland de salderingsregeling bestaat, waarbij opgewekte elektriciteit tegen inkoopprijs mag worden teruggeleverd, is de stroomkant van de brandstofcel geen probleem. De warmte is een ander verhaal. Er is weliswaar een buffer aanwezig, maar deze is beperkt, dus de opgewekte warmte moet worden gebruikt voordat de buffers zijn gevuld. De brandstofcel uit zetten is niet echt een optie, want de harde keramische materialen in de brandstofcel kunnen niet goed tegen telkens uitzetten en krimpen als gevolg van temperatuursschommelingen. “Daar komt bij dat de brandstofcel pas drie uur na het opstarten goed functioneert”, zegt Wierenga.

De claim van woningcorporatie Bo-Ex, dat dit de eerste installatie in Nederland van een brandstofcel in een woning is, is niet heel makkelijk te verifiëren. Een concurrent van Nefit Bosch is het Australische Ceramic Fuel Cells. Dat levert in Nederland de Bluegen brandstofcel. Op onder andere Ameland wordt daarmee geëxperimenteerd. Toch lijken deze producten genoeg van elkaar te verschillen om de claim overeind te kunnen houden. De brandstofcel van Bluegen is namelijk naar eigen zeggen interessant bij een gemiddeld elektrisch jaarverbruik van 13.000 kWh en dat is heel wat meer dan een gemiddeld huishouden jaarlijks verbruikt (3.000 kWh). Dat zou geen probleem hoeven te zijn als de brandstofcel alleen elektriciteit produceerde, maar met een ongeveer gelijke hoeveelheid warmte weet een gemiddeld huishouden zich geen raad. Wierenga: “Bij een dreigend overschot schakelt de installatie af. En dat wil je dus niet. Onze installatie kan tot 30% van het vermogen terugmoduleren, en is dus meer geschikt voor een enkel huishouden.”

Fotobron: Bo-Ex

Ontsnappingsroute naar vrede

Door: Tijdo van der Zee
In: Perron E, 2008

De vooraanstaande Israëlische schrijver Abraham Yehoshua benadert de hoofdpijndossiers van het conflict tussen zijn land en de Palestijnen in de eerste plaats zakelijk. Eind 2007 was hij in Nederland. Aan Perron E ontvouwde hij zijn visie, een mogelijke ontsnappingsroute naar vrede. Daarin ziet Yehoshua een belangrijke rol weggelegd voor de christenen in Europa.

Voordat de Israëlische premier Ehud Olmert in het vliegtuig stapte om in het Amerikaanse Annapolis met zijn Palestijnse collega Mahmoud Abbas over vrede te praten, en Europa zich opmaakte voor een grote donorconferentie voor de Palestijnse gebieden, schoven elf vooraanstaande Israëlische intellectuelen hun premier een brief onder de neus. ‘Praat ook met de Hamas, anders hebben vredesonderhandelingen geen zin,’ riepen zij Olmert daarin op. Een van hen was de schrijver Abraham Yehoshua. Het gebaar is tekenend voor de man die zowel in een tiental boeken als in het maatschappelijk debat voortdurend zijn licht doet schijnen over de heikele kwesties in zijn regio. Deze keer was dat vergeefs: Olmert heeft met de Hamas nog geen woord gewisseld.

Amerika beschouwt Hamas, ondanks hun democratisch verworven machtspositie in de Gazastrook, als een terroristische organisatie. Dat doet ook Europa, zij het dat een enkele Europese diplomaat voorzichtig de mening van zijn leiders peilt. Waarom zou Israël wel met Hamas om tafel zitten? 

“Ze zijn onze buren, we moeten wel. En ook al erkent Hamas de staat Israël niet, we moeten met ze praten over een staakt-het-vuren. Israël heeft dat altijd gedaan. Toen Egypte zei dat het ons in zee wilde drijven, praatten we met ze over een staakt-het-vuren. Met Jordanië deden we hetzelfde, net als met Syrië. Wat wil Hamas er voor terug? Elektriciteit, voedsel? Dat kunnen ze krijgen, maar als ze weigeren met ons te praten, dan zijn we genoodzaakt Gaza als vijandig gebied zien en ons daar naar gedragen, want de beschietingen moeten hoe dan ook stoppen.”

Eenmaal aan het woord is Abraham Yehoshua bijna niet te stoppen. De 71­-jarige schrijver is klein, maar fel en hij zet zijn woorden voortdurend kracht bij met woeste armgebaren. Yehoshua werd in 1936 geboren als een telg van een Sefardische familie die al vijf generaties in Israël woont. Hij studeerde filosofie en literatuur in Jeruzalem en woonde en doceerde daarna vier jaar in Parijs. Tegenwoordig is hij als professor literatuur verbonden aan de universiteit van Haifa. Met zijn boeken viel Yehoshua regelmatig in de prijzen. Zo won hij onder meer de Engelse Alterman Prize en de Los Angeles Times Book Prize. Met Amos Oz en David Grossman wordt Yehoshua gerekend tot de grote drie Israëlische schrijvers van de moderne literatuur.

Yehoshua mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat. Zo presenteerde hij in de Israëlische kwaliteitskrant Ha’aretz in 2002 een elfpuntenplan, waarmee Israël op rigoureuze wijze vrede moest afdwingen. Zo pleitte hij onder meer voor het, nu zeer beruchte, metershoge hek tussen Israël en Palestina, maar tegelijkertijd voor sociale zekerheid en ziektekostenverzekeringen voor alle Palestijnen in Israël.

Diepe wond 

Welke toekomstperspectieven hebben de honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen? 

“Het probleem van de vluchtelingen is één van de diepste wonden. Veel Palestijnen willen terug naar hun geboortegrond in Israël, die wens is niet realistisch en zal nooit worden ingewilligd door de Israëlische regering. Het zou de vernietiging van Israël betekenen. En waarom zouden Palestijnen die tien kilometer eigenlijk verhuizen van Ramallah naar Lodz, of van Gaza naar Ashkelon. Hun huizen zijn er niet meer. Wat willen ze daar doen? Wie steunt hen daar?” 

Bij de donorconferentie voor de Palestijnse gebieden, die volgde op de vredesbesprekingen in Annapolis kreeg de Palestijnse president Abbas een flinke zak geld toegezegd; vijf miljard euro, waarvan Europa het grootste deel voor haar rekening nam. Helpt Europa Palestina op te staan? 

“Europa moet voorwaarden aan dit geld verbinden. Zolang een groot deel van Palestina bestaat uit vluchtelingenkampen, mag Europa geen geld in het gebied pompen. Het is toch absurd: Palestijnse vluchtelingenkampen ín Palestina. Op één of andere manier moet een einde komen aan hun vluchtelingenstatus. Vervolgens kan  geld worden besteed aan schadeloosstelling voor vluchtelingen, voor het bouwen van goede huizen, zodat weer een normaal leven kunnen leiden.”

 Ex-premier Ariël Sharon baarde in 2005 opzien met de ontruiming van de Joodse nederzettingen in de Gazastrook. In de Westelijke Jordaanoever wordt echter nog steeds gebouwd. Geen goede ontwikkeling in het licht van vredesbesprekingen. 

“Joden hadden hun grenzen moeten kennen en nooit nederzettingen mogen bouwen. Dus ontruimen moet, maar wat Sharon slechts met de grootste moeite voor elkaar kreeg in de Gazastrook, dat lukt de veel minder sterke Olmert nooit in de Westelijke Jordaanoever. Het gaat daar ten eerste om meer dan tien keer zoveel kolonisten. En met de Gazastrook gaf Israël een niet erg strategische plek op, terwijl Palestijnse raketten vanuit de Westelijke Jordaanoever met gemak steden als Tel Aviv en Jeruzalem kunnen bereiken. Ten slotte heb je op de Westelijke Jordaanoever te maken met een ander soort nederzettingen. Daar wonen hardcore, overtuigde, kolonisten, die leven bij hun Bijbelse plaatsen.

“Ik denk dat een kleine groep Joodse kolonisten, zo’n 50.000, moet worden opgenomen in een toekomstige Palestijnse staat. Dat zijn mensen die liever een Palestijnse identiteitskaart krijgen, dan dat ze vertrekken. Dat is goed, omdat we zo meer grond kunnen teruggeven aan de Palestijnen. De Palestijnse staat krijgt dan een kleine Joodse minderheid, net als Israël een Arabische minderheid heeft. Deze Joden moeten dan ook twee of drie zetels in het parlement krijgen, waardoor Palestina een echte pluralistische staat wordt.”

Is het niet verleidelijk om voor zulke moeilijke maatregelen te verlangen naar een sterk leider als Sharon? Naar een held? 

“Sharon was, afgezien van zijn laatste actie in Gaza, een ramp voor Israël. Hij was ook veel corrupter dan Olmert en zijn regering. Voor het publiek was hij echter een mythologisch figuur en een militaire held. Versta me niet verkeerd, ik ben een verklaard tegenstander van Sharon en helden hebben we niet nodig. Maar Sharon had wel ontegenzeggelijk autoriteit en leiders met autoriteit zijn nu onvindbaar in Israël.”

Heilige grond 

Voor de buitenwereld lijkt de situatie in Jeruzalem een onoplosbare situatie. 

“Zoals het er nu voor staat is het inderdaad onoplosbaar. Jeruzalem kan nooit een hoofdstad van twee staten worden. De problemen spelen zich vooral af in het kleine stukje ommuurde oude stad, niet meer dan een vierkante kilometer. Volgens mij moet elke aanspraak van een soevereine staat daar worden opgeheven. Ik wil daar geen Palestijnse of Israëlische vlag meer zien wapperen. Dat kleine stukje stad moet bestuurd worden als een soort Vaticaan, als een religieuze plek. En daarvoor hebben we de Europese christenen nodig. Het wordt tijd dat zij inzien dat Jeruzalem ook hun heiligdommen herbergt, ze moeten hun passieve houding doorbreken en joden en moslims opdragen te stoppen met vechten, en gedrieën samen te werken in een religieus bestuur. Ik heb een naam voor deze constructie bedacht: het ‘Daticaan’, naar het hebreeuwse woord voor religie, Dati. Jeruzalem als wieg van het monotheïsme.” 

Een mooie gedachte wellicht, maar is dat geen utopie?  

“Er zit weinig anders op. Jeruzalem is telkens weer het struikelblok in vredesonderhandelingen. Intussen wordt Israël elk jaar religieuzer, waardoor de claims op de Tempelberg steeds heftiger worden. Ik blijf me dus voor dit idee inzetten. Ik heb er onder meer over gesproken met de voormalige president van Italië, Carlo Ciampi. Hij had een joodse adviseur bij zich. Die raadde zijn president aan over dergelijke plannen eerst contact op te nemen met de Israëlische regering. Maar ik merk zo langzamerhand dat de mensen die ik erover spreek wel voor een Daticaan te porren zijn. Europese landen met een sterke christelijke traditie moeten een conventie in het leven roepen die zich bemoeit met Jeruzalem.” 

U heeft het over Europese christenen. Waarom zouden Amerikaanse christenen hier niet aan mee kunnen werken?

“Amerika had de nederzettingen in Palestijns gebied kunnen tegenhouden. Amerika had al lang vrede kunnen stichten tussen Palestijnen en Israëliërs. Maar Amerika duwde Europa opzij en zei: ‘Wij klaren dit klusje, Israël is onze baby’, en deed vervolgens niets. Voor Amerika is Israël een mythe. De christelijke kringen rond Bush zien de joden als hun instrument om Israël van de moslims te ontdoen. Ze willen dat wij eerst de moskee op de Tempelberg verwoesten, ons dan bekeren tot het christendom, waarna ten slotte de Messias kan terugkeren op aarde. Zij zijn een nieuwe kruisvaart begonnen. Ik wil hun geld dus niet en ik wil hun steun niet.” 

Buurlanden Syrië en Libanon zijn nu niet bepaald Israëls beste vrienden. Is vrede met Palestina daarom niet bij voorbaat gedoemd te mislukken? 

“Vrede met Syrië is een voorwaarde voor vrede met Palestina. Daartoe moet Israël de Golanhoogte teruggeven aan Syrië. De Israëlische publieke opinie is er klaar voor. De Golanhoogte wordt beschouwd als een strategische plek, maar dat geldt maar voor een heel klein deel bij het Meer van Tiberias. We geven iets op, maar krijgen er heel veel voor terug. Het resultaat is vierledig. Ten eerste zal Syrië Hezbollah, hun bondgenoot in Libanon, beteugelen. Daarnaast zal het de Hamas, waarvan het hoofdkwartier in Syrië gevestigd is, in toom houden. Ten derde zal vrede met Israël Syrië het land losweken van Iran en het met veel Europese en Amerikaanse steun terugbrengen tot de beschaafde wereld. Ten slotte, wanneer er rond Israël een cordon van bevriende Arabische staten ligt – Syrië, Jordanië en Egypte – zullen de Palestijnen ook flexibeler zijn en Israël makkelijker erkennen. De sleutel ligt dus bij Syrië.”

Om de maan

Afgelopen herfst verscheen de Nederlandse vertaling van Yehoshua’s negende boek, De Bevrijdende Bruid. In het mooie, geloofwaardige boek wordt professor Jonachan Rivlin gekweld door het in zijn ogen onnodige en raadselachtige stuklopen van het huwelijk van zijn zoon. De oplossing van dit raadsel wordt uiteindelijk aangereikt door de oude Israëlische Arabier Fuad, die zich daarmee ook bevrijd van zijn persoonlijke demonen.

Een happy end dus 

“In de tijd dat ik aan het boek begon, in 1998, enkele jaren na de Oslo-akkoorden, hadden we allemaal het gevoel dat we naar vrede onderweg waren. In 1998 werd maar één Israëliër gedood door een bomaanslag. De grenzen waren open. Israëliërs ging in het Palestijnse Jenin goedkoop naar de tandarts, liet in garages in Nablus zijn auto repareren, bezocht feestjes in Ramallah. Maar tegen de tijd dat het boek af was, in 2001, was de Tweede Intifadah begonnen, en was alles anders.”

In Yehoshua’s roman onderzoekt professor Rivlin de Algerijnse burgeroorlog in de jaren veertig van de vorige eeuw. Rivlin hoopt daarmee inzicht te krijgen in de wortels van het oplaaiende geweld in het land in de jaren ’negentig. Daarbij stuit de professor op een opmerkelijk verhaal, waarin een aangeklaagde Algerijn wordt gevraagd waarom hij een Frans stelletje vermoordde. ‘Om de maan,’ antwoordt de Algerijn. De man had zich laten inspireren door de hoofdpersoon uit De Vreemdeling van de Franse schrijver en Nobelprijswinnaar Albert Camus. Die verklaarde voor de rechtbank ‘vanwege de zon’ door het lint te zijn gegaan.

Laten islamitische terroristen zich inspireren door gewaardeerde Europese schrijvers?

 “Schrijvers als Camus en Sartre werden veel gelezen in landen als Irak, Iran en Egypte. Het absurdisme en het nihilisme uit Europa dringen dus zeker door. Al-Qaeda heeft ook dergelijke elementen in zich. In Europa geniet men op een intellectuele manier van nihilisme, de zelfmoordterrorist brengt het in praktijk. Ook het nazisme in Duitsland had duidelijk nihilistische trekjes. Hoe kunnen anders zoveel mensen vermoord worden?”

Denkt u dat mensen uit de Arabische wereld en uit de Westerse elkaar ooit echt zullen begrijpen, of blijven we allen gevangen in een onjuist vijandbeeld? 

“Ik maak geen deel uit van de strijd tussen het Westen en de islam. Hier in Nederland zien jullie de Arabische wereld als iets van ver weg, iets vijandigs. De Arabische volken zijn mijn buren. Voor ons is het noodzaak om een manier van samenleven te vinden. Ik zie mezelf niet als Westers, maar ook niet als Oosters. Wij hebben een Mediterrane identiteit, net als Griekenland, Libanon, Turkije, Zuid-Italië en Tunesië. Mijn vader was een oriëntalist en sprak perfect Arabisch. En de vrienden van mijn vader, ik heb ze nog gekend, waren uitstekende wetenschappers die met groot respect de Arabische poëzie bestudeerden. Europa was de vijand, Europa deed verschrikkelijke dingen met ons. Ons thuis lag in het Oosten. Ook in Israël zijn er nu mensen die de islam haten. Er zijn redenen om dat te doen, maar zo steek ik niet in elkaar. Het is de opdracht voor de hele wereld om Arabieren te begrijpen. Wat gaat er in ze om? Waarom is die grote natie in verval? Waarom blijkt democratie zo moeilijk in te voeren? We moeten moslims begrijpen anders wacht ons een grote ramp, en jullie ook in Europa.”

Kader:

Drie hoofdpijndossiers verhinderen normalisering van de Israëlisch-Palestijnse betrekkingen. Dat zijn de Palestijnse vluchtelingen, de Joodse nederzettingen in bezet gebied en ten slotte de status van Jeruzalem.

Bij de stichting van de staat Israël in 1948 werden honderdduizenden Palestijnen uit hun land verdreven. Zij vluchtten naar buurlanden Jordanië, Syrië en Libanon en naar de Palestijnse gebieden, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Daar belandden ze in kampen. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 kwamen er nog 300.000 vluchtelingen bij. Naar schatting leven nu zo’n vijf miljoen Palestijnen in vluchtelingenkampen, waarvan ruim een derde in Palestina.

De ‘officiële’ grens tussen Israël en Palestina werd getrokken na de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948. Deze wordt de Groene Lijn genoemd. Na de Zesdaagse Oorlog annexeerde Israël grote gebieden achter deze lijn en stichtte daar nederzettingen die sindsdien bewoond worden door joodse kolonisten. Palestijnen claimen deze stukken land, temeer daar de nederzettingen de Palestijnse infrastructuur goeddeels ontwrichten.

En dan Jeruzalem. De stad lijkt nog meer dan de vraagstukken van de vluchtelingen en de nederzettingen een splijtzwam tussen beide volken. Voorbeelden genoeg. Enkele jaren geleden verrichtten Israëlische archeologen opgravingen aan de rand van de Tempelberg, waarop de Islamitische rotskoepel en de Al-Aqsamoskee staan. Moslims in de hele wereld stonden op hun achterste benen: Israël zou met de opgraving doelbewust de fundamenten van hun heiligdom ondermijnen. En met een wandeling van niet meer dan honderd meter naar diezelfde berg ontketende Ariël Sharon in 2000 in zijn eentje de Tweede Intifadah, de Palestijnse opstand. De Tempelberg is niet alleen voor moslims heilige grond. Veel joden blijven aanspraak maken op de berg, want daar zullen zij ooit de tempel herbouwen, die door de Romeinen tweeduizend jaar geleden werd verwoest, en waarvan de Klaagmuur het restant is.

De zon in een Zuid-Franse donut

Dit is een oud artikel uit 2008. Het verscheen in het Europese tijdschrift Perron E

Het zou de belangrijkste energiebron van allemaal kunnen worden: kernfusie. Daarom werken wetenschappers en technici uit de hele wereld samen aan de ontwikkeling ervan. De nieuwe fusiecentrale ITER, die in Europa komt te staan, moet hun onderzoek een niveau verder helpen. Een reportage vanaf de bouwplaats.

Tekst: Tijdo van der Zee, fotografie: David van der Burg

Een verbrede vluchtstrook van de D554, de weg tussen de Zuid-Franse plaatsjes Vinon-sur-Verdon en Manosque, biedt een uniek uitzicht. De honderd hectare kale vlakte op de tegenovergelegen heuvelflank is namelijk het bouwterrein voor een van de grootste wetenschappelijke en technologische experimenten uit de geschiedenis. Met nog zes landen bouwt de Europese Unie daar ITER, Latijn voor ‘de weg’, een proefcentrale die de wereld warm moet laten lopen voor een nieuwe, schone, veilige en onuitputtelijke energiebron: kernfusie. Wetenschappers hopen dat fusie-energie rond 2050 haar intrede kan doen op de energiemarkt. Maar voordat onze spaarlampen op elektriciteit uit fusiecentrales branden is er nog een lange en onzekere weg te gaan.

Met een bouwhelm op haar hoofd en een zwaailicht op het dak van haar kleine witte Renault rijdt Sylvie André, woordvoerster van Agence ITER France, over de hobbelige zandweggetjes van het bouwterrein. De graafmachines zijn genadig geweest voor enkele plukjes bos. ‘Dat is voor zeldzame orchideeën en de beschermde grote eikenboktor,’ zegt ze stellig. Bij ITER gaat alles volgens de Europese regelgeving, zelfs als het om een lastig insect als de boktor gaat. Even later is de bestemming bereikt, een eenzame vlaggenmast. ‘Die staat precies op de plek waar straks het centrum van de fusiecentrale komt.’

Nucleaire splijtzwam of verenigende energie?

Eindelijk is het dan zover. Er wordt gebouwd. Het politieke getouwtrek is nog niet geheel voorbij, maar de wetenschappers hebben iets concreets om naar uit te kijken. Hun wetenschap wordt in de praktijk gebracht, niets mooiers is denkbaar. Meer dan twintig jaar geleden ontstonden de eerste plannen, het was in de nadagen van de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. In 1985 en 1986 kwamen regeringsleiders Ronald Reagan en Michail Gorbatsjov tweemaal bijeen om de ontmanteling van hun enorme, veelal nucleaire, wapenarsenaal te bespreken. Gorbatsjov geloofde dat nucleaire technologie niet alleen tot verdeeldheid hoefde te leiden. Kernfusie was een heel andere tak van sport dan het gevaarlijke kernsplijting en wanneer de internationale gemeenschap de handen ineen zou slaan, stonden mooie dingen op stapel. Het verhaal gaat – vooral in Franse kringen vindt deze lezing gretig aftrek – dat de Franse president François Mitterand met zijn diplomatieke kwaliteiten de twee wereldleiders op één lijn wist te krijgen.

Kernfusie is een feit

Al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw waren natuurkundigen bekend met de principes van kernfusie. Maar het waren de Russen die deze kennis in de decennia na de Tweede Wereldoorlog als eerste wisten om te zetten in een fusiereactor, die zij een ‘tokamak’ noemden, een naam die tot vandaag algemeen gebruikt wordt. Japan, Amerika en Europa volgden met grotere tokamaks, die op hun beurt president Gorbatsjov inspireerden tot het initiatief voor een gezamenlijke megareactor. In 1988 resulteerde dit in een ontwerpvoorstel voor ITER, een fusiereactor die in volume zeven keer zo groot zou worden als de grootste bestaande reactor, de zogenaamde JET in het Engelse plaatsje Culham.

Kernfusie is geen fictie. Het is de grootste energiebron in het heelal en hofleverancier van warmte in de zon. Op aarde zijn de resultaten tot nu toe minder spectaculair, maar daarom niet minder indrukwekkend. In de JET in Culham zijn wetenschappers erin geslaagd atomen te fuseren, waardoor zij behoorlijk wat energie opwekten. Maar nog geen netto-energie: om kernfusie te laten plaatsvinden wordt er in de JET in Culham nog altijd dertig procent meer energie ingepompt, dan dat de machine opbrengt.

De ITER-centrale in Cadarache daarentegen moet tienmaal zoveel energie gaan opwekken als erin wordt gestopt. De technische uitdagingen zijn echter enorm. Kernfusie vindt alleen plaats bij zeer hoge temperaturen. Op aarde fuseren atomen pas bij honderd miljoen graden. Dat is tien keer zo heet als op de zon. Zowel het opwekken als het beheersen van deze enorme hitte bezorgen wetenschappers en ingenieurs hoofdbrekens. Jean Marie Ané werkt als wetenschapper al vijfentwintig jaar bij de Franse tokamak Tore Supra. ‘Ik ben vanaf het begin bij deze machine betrokken, het is mijn kindje,’ zegt hij lachend. De Tore Supra is een stuk kleiner dan de ITER-centrale die gebouwd gaat worden, maar oogt nog altijd imposant. Het gevaarte met een doorsnede van zo’n vijftien meter bestaat uit zware metalen balken, buizen en slangen in felle kleuren rood, blauw en geel, die een donutvormige buis in het midden omvatten. Die buis is het vacuümvat, waarbinnen het allemaal gebeurt. ‘Als we de machine laten lopen, creëren we eerst een vacuüm. Dan injecteren we een gram gas, waterstof bijvoorbeeld, en verhitten het tot het verandert in plasma.’

Het botsen van geladen plasmadeeltjes

Naast de vaste, vloeibare en gasvormige toestand is er nog een vierde toestand waarin atomen kunnen verkeren en dat is plasma. In een plasma weken elektronen los van de atoomkern, waardoor een geheel ontstaat van geladen deeltjes. Die geladen deeltjes stoten elkaar af. Door het plasma tot extreme temperaturen te verhitten, krijgen de atoomkernen echter zo’n immense snelheid, dat ze ondanks hun onderlinge afstoting tegen elkaar knallen en fuseren. Die hete vuurbal die plasma is mag de wand van het reactorvat niet raken. Niet alleen zou die wand onmiddellijk smelten, er zou ook zo veel hitte wegstromen, dat het plasma niet de gewenste temperatuur bereikt. Daarom wordt het plasma door sterke magneetspoelen gevangen in een magnetisch veld, waardoor het in het reactorvat blijft zweven.

‘Wat we de komende tijd moeten uitvinden, is hoe de warmte die vrijkomt bij kernfusie kan bijdragen aan het instandhouden van het plasma. Dat is belangrijk, omdat we er dan zelf minder energie in hoeven pompen. Vergelijk het met een kaars: die steek je aan, maar blijft vervolgens uit zichzelf branden,’ legt Ané uit.

Magneetspoelen, plasma’s, verwarmingsinstallaties en hittebestendige materialen: de ontwikkeling en het gebruik ervan vergen het uiterste van de wetenschap. Het komt er in het kort op neer dat alle tot nu toe opgedane kennis nog niet voldoende is voor de bouw van een volwaardige fusiecentrale. Zo zal de ITER-centrale vanwege technische beperkingen niet langer kunnen draaien dan een schamele zestien minuten. ‘Ik hoop dat we met steeds krachtigere computers in de toekomst betere berekeningen kunnen maken om onze zoektocht naar oplossingen te verkorten,’ zegt Ané.

Internationaal evenwicht

Nadat Gorbatsjov en Reagan besloten het kernfusieprogramma in gang te zetten, haakten Japan en Europa aan, in 2005 gevolgd door China, India en Zuid-Korea. De landen ondertekenden in 2006 een overeenkomst waarin met een ingewikkelde verdeelsleutel precies wordt bepaald welke landen welk onderdeel voor de immense ITER voor hun rekening nemen. Daarnaast bepaalt de overeenkomst hoeveel werknemers ieder land mag leveren in Cadarache en hoeveel geld elk land bijdraagt. Voor de komende dertig jaar stoppen de landen samen tien miljard euro in het project, waarvan Europa 46 procent betaalt en de overige landen elk 9 procent.

De Nederlander Akko Maas is projectmanager bij het gloednieuwe internationale samenwerkingsproject. ‘Samen met mijn secretaresse stapte ik in 2006 als eerste het kantoor binnen. Twee weken lang waren wij hier helemaal alleen. Een onrealistische situatie. Ik heb potloden besteld, internet geregeld en faxmachines aangeschaft.’ Niet lang daarna nam Maas de eerste personeelsleden aan. Tijdens die sollicitatiegesprekken hield hij rekening met het quotum voor elk land. ‘Als vijf mensen op gesprek kwamen met dezelfde kwaliteiten en één van hen was een Koreaan, dan kreeg de Koreaan de baan.’ De meeste fusie-expertise ligt echter nog in Europa, want terwijl in de rest van de wereld het onderzoek naar kernfusie op zijn gat lag of nog in de kinderschoenen stond, ging Europa stug door. Niet vreemd dus dat de meeste werknemers toch uit Europa komen. ‘Maar Europeanen werken met tokamaks van meer dan twintig jaar oud. De wetenschappers bij die machines zijn er nog wel, maar de ingenieurs die de machines bouwden zijn inmiddels allemaal met pensioen. In landen als China en Korea zijn wel onlangs nieuwe tokamaks gebouwd. Hun ingenieurs kunnen we goed gebruiken om het internationale evenwicht tussen de werknemers te herstellen.’

Een politiek steekspel

De internationale constructie brengt ook onzekerheden met zich mee. Zo heeft het Amerikaanse Congres, in meerderheid Democratisch, om hun Republikeinse president dwars te zitten, het budget voor dit jaar teruggeschroefd tot een fractie van de toegezegde hoeveelheid. Akko Maas denkt dat het project zo’n stootje wel kan hebben. ‘Dat was een politieke zet. Deelname aan ITER was toch een initiatief van Bush. Maar voor ons zal het geen desastreuze gevolgen hebben. Misschien dat er dit jaar een of twee Amerikanen minder komen werken.’

Niet alleen in binnenlandse politiek is ITER een makkelijk doelwit. Ook op hoog internationaal niveau werd de centrale inzet in conflicten. Zo dreigde Bush in 2003 in reactie op de weigering van de toenmalige Franse president Jacques Chirac om troepen te leveren voor de Amerikaanse invasie in Irak, zijn steun aan de Franse locatie voor ITER in te trekken en zich te beijveren voor bouw op Japans grondgebied. Anno 2008 heerst vooral optimisme; niemand wil de boot missen. ‘Kazachstan heeft aangegeven als volledige partner te willen meedraaien. Ook uit Brazilië en Australië horen we positieve geluiden,’ zegt Maas. Of deze wensen kunnen worden ingewilligd is echter nog niet zeker. De taakverdeling voor de bouw van de ITER-centrale is al rond en kan niet zomaar worden opengebroken.

ITER-centrale in aanbouw

Terug bij de bouwplaats, waar Francois Gauché, directeur van Agence ITER France, de werkzaamheden overziet. Hij wijst naar een grote bulldozer, die een greppel graaft voor een grote glimmende buis. ‘Wij, de Fransen, prepareren de bouwplaats voor de bouw van de centrale. Daarnaast vangen we alle nieuwe medewerkers bij ITER op, ondersteunen hen bij het vinden van een huis, regelen het papierwerk en zorgen ervoor dat hun kinderen naar school kunnen.’ Gauché is trots op het project en benadrukt de moeite die Frankrijk zich getroost heeft om alles te faciliteren. ‘90 procent van de onderdelen voor de centrale wordt in de partnerlanden gebouwd en naar Frankrijk verscheept. Zo ook bijvoorbeeld de immense magneetspoelen. Die komen aan in de haven van Marseille en leggen dan per konvooi de honderd kilometer naar Cadarache af. Daar hebben we de route op allerlei punten voor moeten aanpassen. We hebben bruggen verstevigd, bochten verflauwd, heuvels afgevlakt en rotondes verwijderd.’

De ITER-centrale gaat vanaf 2016 zo’n twintig jaar proefdraaien. Dan moet genoeg kennis verzameld zijn voor de laatste stap op weg naar het fusietijdperk: een demonstratiecentrale, met als werktitel DEMO. Die gaat verder waar ITER gebleven is en zal de opgewekte warmte op grote schaal omzetten in bruikbare elektriciteit. Wie weet wordt ook deze installatie op Europees grondgebied gebouwd. Dat zal echter niet in Cadarache gebeuren. ‘De DEMO moet naast een grote rivier liggen, of aan zee. Want de Durance, de rivier die hier stroomt, is veel te klein om zo’n centrale te kunnen koelen,’ zegt Francois Gauché. Even lijkt hij een beetje teleurgesteld.

————–

Kernsplitsing en kernfusie: wat is het verschil?

Kernernergie? Nee bedankt! Deze slogan verwoordde jarenlang de gevoelens over kernenergie die in de samenleving leefden. Woordvoerders van kernfusie merken dat deze sentimenten ook hun sector aankleven. Toegegeven, kernsplijting en kernfusie vallen in dezelfde categorie, want beide leveren energie door reacties op subatomair niveau. Toch zijn de risico’s voor veiligheid, milieu en gezondheid onvergelijkbaar. Kernsplitsing vindt plaats door een beschieting met een neutron op een uraniumatoom. Daarbij komen radioactieve splijtingsproducten vrij en enkele nieuwe neutronen die op hun beurt uraniumatomen splitsen. Dit levert een kettingreactie op die soms moeilijk in bedwang kan worden gehouden. Daarvan is de ramp in Tsjernobyl het trieste voorbeeld. Het radioactieve afval van kernsplitsing moet veilig worden opgeslagen. Transporten van dit afval zijn gevaarlijk en leiden tot protesten. Het duurt duizenden jaren voordat het radioactieve materiaal weer veilig is.

Kernfusie vindt onder uitzonderlijke omstandigheden plaats en is potentieel een enorme bron van energie. De grondstoffen zijn deuterium en lithium. Beide stoffen zijn in ruime mate voorradig op aarde. In de centrale wordt lithium omgezet in tritium. Deze stof is wel radioactief, maar komt niet buiten de centrale. De restproducten van kernfusie zijn helium, een onschadelijk gas, en neutronen. Die neutronen bombarderen de wand van de fusiereactor. Die wordt daardoor radioactief. Wetenschappers zoeken nu naar wandmaterialen die een korte halfwaardetijd hebben, ofwel, die maar korte tijd radioactief zijn. In plaats van duizenden jaren streven onderzoekers naar honderd jaar. In tegenstelling tot kernsplitsing is kernfusie geen kettingreactie. Het proces kan op ieder gewenst ogenblik onderbroken worden door de brandstoftoevoer te stoppen. Grootschalige ongelukken zijn daarom niet te verwachten.

‘Goede buur’ Raedthuys en bedrijven spreken slagschaduwregeling af

De energiebedrijven Raedthuys Pure Energie en de Deventer Energie Coöperatie (Dec) hebben een slagschaduwregeling getroffen voor bedrijven die last hebben van de twee windturbines langs de snelweg A1 ten zuiden van Deventer. Als bedrijven in een jaar meer dan 10 uur last hebben van de schaduw, schakelen de turbines uit. Voor woningen gelden al wettelijke normen voor slagschaduw. Voor bedrijventerreinen zijn die er niet. “Dit zien wij als goed nabuurschap.”

De wettelijke norm voor woningen is 6 uur slagschaduw per jaar. Dat is eigenlijk een versimpeling van een iets lastiger rekensom, want die gaat uit van slagschaduw die gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag kan optreden. In Deventer maken ze het zich niet zo moeilijk. “Wij laten gewoon een tellertje lopen. Als we boven de 10 uur uitkomen, stoppen we de turbine. En we laten hem weer lopen als de zon weg is”, zegt Raedthuys-manager Arthur Vermeulen.

De twee Enercon E-92-turbines, met een gezamenlijk vermogen van 4,7 MW, zijn sinds vorig jaar operationeel. Maar al snel bleek dat veel bedrijven last hadden van de schaduw van de voorbijflitsende wieken. Een enquête van ondernemerscollectief Bedrijvenparkmanagement wees in mei dit jaar uit dat 20 van de 105 bedrijven op de industrieterreinen Hanzepark en Kloosterlanden hinder ondervonden. “Voor bedrijventerreinen zijn er geen normen voor slagschaduw”, zegt Vermeulen, “je wordt er geacht wat hinder van elkaar te dulden.” Vermeulen zegt dat Raedthuys en Dec in eerste instantie geen rekening hadden gehouden met eventuele schaduwoverlast. “Maar ik kan me er alles bij voorstellen. Vooral bij kantoren met veel ramen, waar mensen achter hun bureau zitten, kan het geflikker van het licht vervelend zijn.”

Een aantal gesprekken verder is er nu een compromis gevonden. Na 10 uur slagschaduw schakelen de turbines uit. “Dat is een compromis tussen 6 uur en helemaal geen regeling”, zegt Vermeulen. Of een pand wel of geen last heeft van slagschaduw wordt niet gemeten maar berekend. Vermeulen: “Dat is een kwestie van astronomie en meetkunde: op welke gevels, op welke uren van de dag en met welke zonnestand valt de schaduw op het pand?” Die gegevens worden ingevoerd in de besturingsset van de windturbines. Een lichtmeter kan vervolgens meten wanneer de zon schijnt. De slagschaduwregeling kan van start gaan als alles goed is ingeregeld, wat naar verwachting enkele weken duurt.

Uiteraard hangt het af van de weersomstandigheden of en hoeveel Raedthuys en Dec er bij inschieten. Voor nu gaat Raedthuys uit van een omzetderving van “enkele tienden van procenten”, die je kennelijk over moet hebben voor “goed nabuurschap”.

En schept dit een precedent voor andere bedrijventerreinen? Vermeulen: “Daar hebben wij natuurlijk wel over nagedacht. Wij weten nu niet of we al snel met een volgend geval te maken krijgen. Maar je kan je ogen niet voor deze problematiek sluiten. Dit is voor ons het eerste bedrijventerrein waar we meerdere klachten ontvingen. Deze regeling wordt niet standaard onze norm. We gaan het van situatie tot situatie bekijken.”

Vanuit de gedragscode voor wind op land is bepaald dat windparkexploitanten budget (EUR 0,50 per MWh) reserveren voor het creëren van draagvlak. Maar van dat potje maken Raedthuys en Dec in Deventer geen gebruik. Vermeulen: “Dit is een ‘pre-gedragscode’ project.”

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.

  • Tijdo van der Zee
  • 11 november 2016
  • Energeia

Op Mindanao zijn rust en vrede nog ver weg

Op het eiland Jolo, in het zuiden van de Filippijnen, gijzelt de islamitische splintergroepering Abu Sayyaf sinds half januari drie medewerkers van het Rode Kruis. Een stijlloze tactiek, vinden de twee serieuzere islamitische afscheidingsbewegingen op het naburige Filppijnse eiland Mindanao. Maar veel meer dan vier decennia wapengekletter en honderdduizend doden, leverde hun vrijheidsstrijd ook niet op. En dat is ook de onwillige regering in Manilla aan te rekenen.

(Een verkorte versie van dit artikel verscheen in 2009 in het NRC Handelsblad)

p1000711

Het is 18 augustus 2008. Om vier uur ’n nachts overvallen honderden gewapende mannen de kustdorpen Kauswagan en Kolambugan op het Filippijnse eiland Mindanao. Vier uur later vertrekken ze, terug de bergen in. 41 dorpelingen zijn dan vermoord, honderden verwond en tientallen huizen in de brand gestoken. Nu, zeven maanden later zijn de huizen nog steeds niet herbouwd, veel gevluchte bewoners nog niet teruggekeerd en de psychische wonden nog steeds niet geheeld.
Lees verder Op Mindanao zijn rust en vrede nog ver weg

Nuon vervangt besturingssysteem Hemweg-kolencentrale

Nuon vervangt besturingssysteem Hemweg-kolencentraleNuon gaat het besturingssysteem voor de Hemwegcentrale vervangen. Het bestaande systeem van leverancier ABB dateert nog van 1993, toen de centrale in gebruik genomen werd, en is verouderd.

Het gaat om het besturingssysteem voor Hemweg 8, de kolengestookte eenheid met een vermogen van 630 MW. De gasgestookte eenheid 9 (435 MW) is pas operationeel sinds 2012 en valt buiten de opdracht. Lees verder Nuon vervangt besturingssysteem Hemweg-kolencentrale