Vandebron wil laatste kolencentrale Nuon ombouwen tot speeltuin

Voor de verandering werd ik als journalist eens zélf geïnterviewd, over de Hemweg-actie van Vandebron. Hieronder het artikel van 23 maart 2017.

https://nos.nl/op3/artikel/2164641-vandebron-wil-laatste-kolencentrale-nuon-ombouwen-tot-speeltuin.html 

Wat doe je als duurzame energieleverancier als het sluiten van een kolencentrale in jouw ogen te lang duurt? Dan probeer je een van die vervuilende fabrieken zelf te kopen.

Dat bedacht het groene energiebedrijf Vandebron. “Als ondernemers proberen wij het verschil te maken. Toen we hoorden dat Nuon van zijn kolencentrale in Amsterdam af wilde, besloten we zelf een bod te doen”, zegt Aart van Veller, een van de oprichters.

Vandebron biedt een miljoen euro voor de centrale aan de Hemweg, een schijntje in de dure energiesector. “Het is natuurlijk goede promotie voor Vandebron. Ik denk dat het deels een stunt is, deels serieus”, zegt energiejournalist Tijdo van der Zee.

Nuon accepteert het bod van Vandebron niet. “We beschouwen het als een stuntbod”, zegt woordvoerder Gijsbert Siertsema. Vandebron wil de centrale teruggeven aan de stad Amsterdam. “We willen het ombouwen tot iets waar iedereen iets aan heeft, bijvoorbeeld een binnenspeeltuin”, zegt Van Veller.

Nuon zegt dat het bedrijf overweegt om de centrale te sluiten. Maar wil niet zeggen wat er daarna mee gaat gebeuren en of zo’n binnenspeeltuin een goed idee is. “We zijn continue in gesprek met de overheid. We gaan verder niet in op wat er met de centrale zou moeten gebeuren”, aldus Siertsema.

Nuon en de overheid hebben elkaar in de houdgreep, dus besloten wij te helpen.

Aart van Veller

De Hemwegcentrale is de laatste van Nuon in Nederland. Vorig jaar maakte de energieleverancier bekend dat ze hem graag sluiten, maar daar wel compensatie voor willen. Er werken nu namelijk 200 mensen en er zijn kosten verbonden aan het sluiten van zo’n fabriek. Nuon vroeg de overheid om hulp, maar kreeg die tot nu toe niet.

“De kolencentrale zorgt voor sterke vervuiling van de stad, de lucht en de natuur. Nuon en de overheid hebben elkaar in de houdgreep, dus besluiten wij te helpen”, zegt Van Veller. Hij is bang dat de centrale anders aan een partij wordt doorverkocht die kan blijven doorstoken.

Het bod van een miljoen euro is gebaseerd op een schatting. Het verbaast Van Veller dan ook dat Nuon hun bod niet serieus neemt. “Dit is absoluut geen stuntbod. Over twaalf jaar zijn alle kolencentrales dicht. Wie wil er dan nu zo’n centrale kopen op dit moment? We hebben het als serieus bod neergelegd. Nuon zegt niet wat ze er wel voor willen hebben, maar wat is dan wel de waarde van zo’n ding?” Vandebron financiert het bedrag met hulp van investeerders.

Leuk bedacht, maar hoe haalbaar is het?

In principe is het geen slecht idee, zegt energiejournalist Tijdo van der Zee. “Toen vorig jaar duidelijk werd dat Nuon geen subsidie kreeg om biomassa in de centrale bij te stoken, was het einde verhaal. Eigenlijk hint het bedrijf al sinds 2011 op sluiting of verkoop.”

Maar hij zet er ook heel wat vraagtekens bij. “Als je kijkt naar hoeveel geld er gemoeid is bij een kolencentrale, is een miljoen niet veel. Nuon heeft recentelijk bijvoorbeeld nog een nieuw besturingssysteem voor die centrale aanbesteed en dat liep al in de miljoenen.”

Het is natuurlijk goede promotie voor Vandebron. Ik denk dat het deels een stunt is, deels serieus.

Energiejournalist Tijdo van der Zee

Daarnaast spelen gederfde inkomsten ook een rol, zegt hij. “Die centrale zou in principe nog wel vijftien jaar meekunnen, dus Nuon loopt dan veel geld mis.”

Vandebron ziet graag dat Nuon het miljoen gebruikt om een regeling te treffen met het personeel. Het is nog maar de vraag of dat bedrag volstaat. “En bij verkoop van een centrale zijn ook de ontmantelingskosten erg belangrijk”, zegt Van der Zee. “Wie die gaat dragen zal bepalend zijn of Nuon wil doorpraten.”

Of Nuon het uit handen wil geven is ook nog de vraag. “Op hetzelfde terrein staat ook een moderne gascentrale. Als ze zelf ontmantelen, kunnen ze misschien nog materiaal doorverkopen. Er staat vaak een kapitaal aan oud ijzer en machines in zo’n centrale.”

En die speeltuin dan? Geen goed idee, vindt Van der Zee. “Er zitten bij zo’n kolencentrale vaak heel wat giftige stoffen in de grond.” Van Veller spreekt dat tegen. “Deze centrale is in 1995 gebouwd, onder strenge milieu-eisen. Maar een speeltuin is ook maar het eerste idee. We willen met de gemeente een goede bestemming kiezen, iets waar de Amsterdammers plezier aan beleven.”

Nu Nuon het bod niet heeft geaccepteerd, is het onduidelijk of de speeltuin er komen gaat. “We gaan ons nu beraden wat we gaan doen”, zegt Van Veller. “Dit is zeker nog niet afgelopen.”

BIM en renovatie. Hoe gaat dat samen?

Het gebruik van BIM bij renovatieprojecten lijkt nog geen enorme vlucht te nemen. Toch willen sommige partijen in de bouw niet meer anders. “We hebben er veel baat bij.”

Tijdo van der Zee, in Cobouw special Renovatie, 2017

Bouwbedrijf De Nijs uit Warmenhuizen heeft zich gespecialiseerd in binnenstedelijk bouwen, ontwikkelen en renoveren. En Amsterdam is daarbij het favoriete werkterrein. Het bedrijf bouwt aan iconische nieuwbouwprojecten, zoals Pontsteiger aan het IJ. Maar bij ook renovatieprojecten is het De Nijs betrokken, zoals bij de transformatie van het oude gebouw van uitgeve rij Elsevier. Woningcorporaties Rochdale en DUWO gaven De Nijs hier de opdracht tot de realisatie van 270 studentenkamers en commerciële ruimtes.

Zowel bij Pontsteiger als bij het Elsevier-gebouw maakte De Nijs gebruik van de BIM-werkmethodiek. Dat wil zeggen: eerst virtueel bouwen en pas dan fysiek aan de slag. Nu is Bimmen bij nieuwbouw misschien niet meer zo bijzonder, maar bij renovaties en transformaties komt het minder vaak voor. “Wij hebben BIM nu ongeveer bij zeven renovatieprojecten gebruikt”, zegt Maaik de Nijs, BIM-regisseur bij De Nijs. “En toekomstige projecten zullen we ook in BIM doen. Het heeft zijn meerwaarde a

Een point cloud van de oude HBS in Brielle. Bron: DGA Ingenieursbureau IOB

bsoluut bewezen.”

Hij somt een rijtje op: “De Keizer – die oude kraakpanden – in de Spuistraat, de voormalige C&A aan het Damrak, panden aan de Cruquiuskade. En dan zijn we in Hoorn bezig met de transformatie van het oude seminarie het Missiehuis in Hoorn tot appartementencomplex. En we doen ook hotel De Roode Leeuw bij de Dam in Amsterdam, waar we het funderingsherstel en de uitdieping van de kelder doen. Allemaal met laserscans en BIM.”

Bij dat laatste project is de meerwaarde van BIM evident, zegt hij. “Het gebouw bestaat uit allemaal verschillende panden die in de loop van de tijd aan elkaar geknoopt zijn. Je moet dat echt perfect in kaart hebben gebracht voor je begint met werken.”

Dat spreekt eigenlijk wel voor zich, maar waarom volstaat dan niet het traditionele inmeten? “Dan pak je elke hoek van een ruimte en meet je de afstand. Maar dan meet je niet of een muur schuin staat of bol. Wij werken met een laserscan. Die levert een point cloud op met miljarden punten. Die cloud beschrijft de ruimte precies zoals hij is. Je ziet dus niks over het hoofd.” Dat ruwe databestand wordt vervolgens door BIM-modelleurs als onderlegger gebruikt voor een zogeheten solid model, een 3D-model dat als basis dient voor het verdere BIM-proces.

Een point cloud van de zolder van de oude HBS in Brielle. Bron: DGA Ingenieursbureau IOB

Een perfecte weergave van de werkelijkheid. Dat is ook wat Jaco Poldervaart van BIM Intelligence als groot voordeel ziet van Bimmen bij renova tieprojecten. Voor de Rijksoverheid vatte hij middels een laserscan zo’n zestig gebouwen op het Hembrugterrein in Zaandam in BIM-modellen. Ook in het Zuid-Hollandse Brielle was hij betrokken bij het virtualiseren van een bestaand gebouw. Daar wordt namelijk de oude HBS – “een prachtig monument met rijk metselwerk” – door VolkerWessels verbouwd tot appartementencomplex.

Verzakt

“Uit onze laserscan bleek dat het gebouw over de lengteas ongeveer dertig centimeter verzakt was. Dat was voor onze opdrachtgever, de gemeente Brielle, heel nuttige informatie, omdat dat toen meegenomen kon worden in de uitvraag. Als de opdrachtnemende ontwikkelaar daar in een later stadium achter was gekomen, had dat vervelende consequenties kunnen hebben.” Eerst scannen en dan netjes modelleren geeft de mogelijkheid om de exacte maatvoering en positie te kennen van de objecten, zegt Poldervaart. “Dit mits de modelleur niet alles ‘knip en plak’ uitvoert. Hier gaat het nog wel eens fout.”

Projectleider Patrick Meerkerk, van ingenieursbureau IOB, dat de technische advisering voor het project in Brielle verzorgt, zegt dat er na de opdrachtverlening aan VolkerWessels door Brielle een nieuwe point cloud is gemaakt en dat die de basis vormt van het huidige BIM-model. “Met name bij het bepalen van de indelingsmogelijk van de zolderruimte heeft de puntenwolk een grote toegevoegde waarde. Deze heeft namelijk diverse samengestelde dakvlakken met complexe spantconstructies en aansluitingen. De puntenwolk dient als praktisch communicatiemiddel tussen de samenwerkende partijen en de verschillende vakdisciplines. Onze afdelingen installatie- en constructietechniek kunnen met behulp van de puntenwolk eenvoudig de diverse indelingsvarianten van de architect beoordelen op aanpassingen en haalbaarheid.”

‘De puntenwolk dient als praktisch communicatiemiddel tussen de samenwerkende partijen’

Toch maakt de point cloud het ouderwetse handwerk niet overbodig, zo heeft Meerkerk gemerkt. “Zo zijn bij het inscannen delen van het exterieur weggevallen door overhangende bomen. De fijnere maatvoering, zoals de afmetingen van balk- en kozijnhout met profileringen en spouwmuurdiktes zijn niet uit de scan te herleiden. Samen met de verborgen ruimtes, bijvoorbeeld boven de systeemplafonds en de kruipruimte, zijn al deze elementen traditioneel onderzocht en ingemeten. De visuele opname gaf ons ook de mogelijkheid om de kwaliteit van de constructie en bouwdelen goed te beoordelen.”

Meerdere scans

Soms zijn meerdere scans, in verschillende stadia van de renovatie, onontbeerlijk, zeggen Poldervaart en De Nijs. “Een architect moet al snel aan de slag om een mooi ontwerp te maken. Dus moet je in een vroege fase al scannen. Maar op basis van die scan moet je niet je kozijnen gaan bestellen. Dan ga je de mist in. Als je het gebouw casco hebt gestript, dan kan je een nieuwe scan maken. Want dan heb je pas de exacte maatvoering”, zegt Poldervaart. Daar is Maaik de Nijs het mee eens. “Een grote valkuil is dat er maar met één scan gewerkt wordt. Wij gaan er van uit dat er meerdere scans komen.”

Het uitwerken van een point cloud tot 3D (Bim-)model is veel werk. Tegelijk zijn niet alle bouwpartners geïnteresseerd in dezelfde details. Daarom zijn ze bij De Nijs aan het onderzoeken of het mogelijk is dat de bouwpartners straks allemaal met de point cloud aan de slag gaan, in plaats van dat ze het uitgewerkte model krijgen aangeleverd. De Nijs: “Dan haal je er een stap tussenuit. Lijkt ons alleen maar goed.”

Biogasnet en multigasketel komen nog niet echt uit de startblokken

De commerciële introductie van de multigasketel van ATAG komt niet echt van de grond. Hoewel het product kant-en- klaar op de plank ligt en op elk moment ingezet kan worden, blijkt de markt voor dit type HR-combiketel zich maar moeizaam te ontwikkelen. Omdat biogas niet voor subsidie in aanmerking komt, is de business case moeilijk rond te breien.

Door: Tijdo van der Zee
In: GAWALO, april 2017

De multigasketel van ATAG werd in 2012 door de jury bekroond met de VSK Award in de categorie ‘Vuur’. Deze HR-combiketel weet raad met gas van verschillende samenstellingen en dat is handig omdat in de toekomst veel meer Russisch gas en aardgas uit Noorwegen
zal stromen, met een heel andere samenstelling dan het gas uit Slochteren. Zo zit er in Slochterengas relatief weinig methaan en veel stikstof. Maar waar de ketel vooral geschikt voor is, is het verbranden van biogas. Biogas is het product van vergistingsprocessen, bijvoorbeeld van rioolwater of van mest en ander organisch materiaal bij boeren.

In dit biogas zit relatief veel CO2 – een zogeheten ‘inert’ gas, dat niet snel reageert met andere gassen. Doorgaans wordt dit biogas ofwel in een opwerkingsinstallatie opgewerkt naar aardgaskwaliteit, waarna het Groen Gas heet, ofwel in een verbrandingsmotor omgezet in Lees verder Biogasnet en multigasketel komen nog niet echt uit de startblokken

Biogas uit afvalwaterzuivering terug naar papierfabriek

In: Energeia, 8 juli, 2015

In het Gelderse Eerbeek is de aanleg begonnen van een drie kilometer lange waterleiding en gasleiding van afvalwaterzuiveringsinstallatie IWE naar papierfabriek DS Smith Paper. Het biogas en het schone industriewater kunnen worden gebruikt in het productieproces van de fabriek. Het Alliander-plan om het biogas te gebruiken in honderden vakantiewoningen is daarmee -voorlopig in ieder geval- van de baan.

IWE staat voor Industriewater Eerbeek. Het bedrijf is een samenwerkingsverband van drie papierfabrieken in de buurt, te weten DS Smith Paper en verder Papierfabriek ‘Coldenhove’ en Mayr-Melnhof Eerbeek. IWE verwerkt het afvalwater dat bij de productie van papier vrijkomt. Bij het zuiveren van het water wordt jaarlijks tussen de 3,5 en 5 miljoen kuub aardgasequivalenten biogas geproduceerd, dat IWE nu nog verbrandt in twee MTU-gasturbines, die er elektriciteit van maken. “Maar hier gaat veel energie verloren. Als ik een rendement haal van 35% mag ik blij zijn. De rest vliegt als warmte de lucht in”, zegt IWE-directeur Walter Hulshof.

Met Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO) en Atag werd in 2013 het plan opgevat om het biogas een ‘Bionet’ in te sturen. Op dat net zouden dan driehonderd tot vierhonderd vakantiewoningen kunnen worden aangesloten, die met het biogas overweg kunnen door het te Lees verder Biogas uit afvalwaterzuivering terug naar papierfabriek

Warmtepompendrama in nieuwbouwwijk Dongen

Bewoners van nieuwbouwwijk De Beljaart in Dongen kampten jarenlang met een gebrekkige energievoorziening. Gemeente Dongen ligt nu in de clinch met Stewitech Duurzaam, dat de systemen installeerde. Een second opinion die de gemeente liet uitvoeren werpt een gedetailleerd inkijkje in wat er mis ging. Maar oplossingen zijn nog niet direct voorhanden.

Tekst Tijdo van der Zee | in GAWALO februari 2017

De Beljaart is een nieuwbouwwijk waarin de gemeente Dongen hoge duurzaamheidsambities heeft uitgesproken. De wijk werd opgeleverd in verschillende fases. In Fase I gaat het om 137 woningen die zijn aangesloten op een collectief warmte-koudeopslagsysteem (wko-systeem). Een centrale warmtepomp levert vervolgens warmte, koude en warm tapwater dat via drie afzonderlijke leidingen naar de woningen wordt getransporteerd. Dit systeem werd opgeleverd door Nuon, maar werd in 2015 verkocht aan Greenspread. Volgens Tom Sloots, operationeel manager bij Greenspread, heeft Nuon, voordat het systeem werd overgedragen, de nodige verbeteringen doorgevoerd, waardoor klachten verholpen werden. Lees verder Warmtepompendrama in nieuwbouwwijk Dongen

‘Borging kwaliteit is nu ook al goed geregeld’

Dit artikel verscheen in 2016 in GAWALO

Het wetsvoorstel Private Kwaliteitsborging in de Bouw ligt na jaren soebatten eindelijk bij de Tweede Kamer. De bedoeling van de wet is dat de markt zélf verantwoordelijk wordt voor de kwaliteit van bouwwerken. Niet het gemeentelijke bouw- en woningtoezicht, maar een onafhankelijke kwaliteitsborger zet straks z’n stempel. Wat gaat de installateur van de wet merken? En moet er nog wat aan worden geschaafd voor de wet de goedkeuring kan wegdragen van de installatiewereld?

Lang was niet zeker of er überhaupt een wetsvoorstel zou komen. Zo traag en onzeker was het proces er naar toe, zegt René de Kwaadsteniet, directeur van kennisorganisatie en adviesbureau Building Changes. “Het proces is al heel lang gaande. Het speelt al sinds 2002. Er waren de afgelopen periode momenten waarop we dachten dat de wet er niet zou komen. Dat heeft alles te maken met de veelheid aan belangen en het draagvlak dat de overheid voor de wet moet zien te verwerven.” Lees verder ‘Borging kwaliteit is nu ook al goed geregeld’

Brandstofcel in Utrechtse woning levert warmte en warm water

In een woongebouw in de Utrechtse wijk Oudwijk heeft woningcorporatie Bo-Ex afgelopen week een brandstofcel geïnstalleerd die aardgas gebruikt om elektriciteit, warm tapwater en warm CV-water te leveren. “Een unicum, voor zover wij weten”, aldus Henk Wierenga, productmanager bij fabrikant Nefit Bosch.

Door Tijdo van der Zee, in: Energeia, 28 sept 2015

Vooropgesteld: het gaat hier om een demonstratieproject, waar de komende twee jaar wordt bekeken of de brandstofcel voor gebruik in ééngezinswoningen naar behoren werkt. Geld is er met het innovatieve product van Nefit Bosch nog niet te verdienen. “Dit is het tussenstadium tussen de experimenten in het lab en het seriematig produceren voor de markt”, zegt persvoorlichter Jan Blom van Nefit Bosch. “We gaan nu niet de illusie wekken dat de brandstofcel volgend jaar al in de winkel ligt.” Over geld wordt dus nog niet gesproken. De investering in Utrecht wordt gedaan door de woningcorporatie, de installateur Bos en Nefit Bosch en de kosten worden niet doorberekend aan de huurders. Die profiteren juist wel van het hoge rendement van de brandstofcel en gaan er volgens Bo-Ex EUR 500 tot EUR 750 op vooruit. Woordvoerder Esther Gruter van Bo-Ex: “Als we de kosten zouden doorberekenen dan zou de huur onbetaalbaar worden.”

De plaatsing van de brandstofcelketel in Utrecht maakt deel uit van een groter door Europa gesubsidieerd project genaamd Enefield. Nefit Bosch installeert in het kader van dit project binnenkort een tweede brandstofcelketel in een woning ergens in Nederland. Waar dat is maakt Nefit Bosch nog niet bekend. Nefit werd tien jaar geleden overgenomen door het Duitse concern Bosch. De brandstofcel die nu in Utrecht draait is ontwikkeld in de Duitse laboratoria. Het aantal installaties van het nieuwe product is in Duitsland dan ook het grootst. “Dat zijn er al gauw honderd”, zegt productmanager Wierenga.

De manshoge installatie van Nefit Bosch ziet er door de witglimmende behuizing uit als een solide eenheid. Maar haal die schil er af en je ziet dat de installatie bestaat uit verschillende met elkaar verbonden units. Meest in het oog springend is de hoogtemperatuur (800 graden) solid oxide fuel cell (SOFC) brandstofcel, waarin waterstof en zuurstof met elkaar reageren tot water, en waar elektriciteit en warmte bij vrijkomen. Dan is er nog een conventionele CV-ketel ingebouwd die eventuele warmtevraagpieken op kan vangen. Dan twee buffervaten. Eén voor warm tapwater (80 liter) en één voor CV-water (120 liter). Ten slotte zit er nog een gasreinigingsunit in, die zwavel en geurstoffen uit het toegevoerde aardgas absorbeert. “In een commerciële uitvoering zou de installateur dat vaatje om de drie à vier jaar moeten schoonmaken.”

Eenmaal op temperatuur, kraakt de SOFC-brandstofcel vervolgens het zuivere aardgas, waarna de brandstofcel met behulp van het waterstof elektriciteit en warmte produceert. Alles bij elkaar levert het een installatie op die volgens Wierenga 1,5 kW aan aardgas omzet in 0,7 kW aan elektriciteit en 0,7 kW aan warmte. Aan de hele unit is zichtbaar dat het om een “Duits toestel” gaat, zegt Wierenga. Een marktmodel voor de Nederlandse markt zou bijvoorbeeld best nog wel eens wat kleiner kunnen. Duitsers houden van flink wat buffercapaciteit terwijl we in Nederland meer bekend zijn met “doorstroomcombi’s”.

Niet elke woning is geschikt voor een brandstofcel, zegt Wierenga. “Je moet een woning hebben met een goede ‘fit’.” Zolang in Nederland de salderingsregeling bestaat, waarbij opgewekte elektriciteit tegen inkoopprijs mag worden teruggeleverd, is de stroomkant van de brandstofcel geen probleem. De warmte is een ander verhaal. Er is weliswaar een buffer aanwezig, maar deze is beperkt, dus de opgewekte warmte moet worden gebruikt voordat de buffers zijn gevuld. De brandstofcel uit zetten is niet echt een optie, want de harde keramische materialen in de brandstofcel kunnen niet goed tegen telkens uitzetten en krimpen als gevolg van temperatuursschommelingen. “Daar komt bij dat de brandstofcel pas drie uur na het opstarten goed functioneert”, zegt Wierenga.

De claim van woningcorporatie Bo-Ex, dat dit de eerste installatie in Nederland van een brandstofcel in een woning is, is niet heel makkelijk te verifiëren. Een concurrent van Nefit Bosch is het Australische Ceramic Fuel Cells. Dat levert in Nederland de Bluegen brandstofcel. Op onder andere Ameland wordt daarmee geëxperimenteerd. Toch lijken deze producten genoeg van elkaar te verschillen om de claim overeind te kunnen houden. De brandstofcel van Bluegen is namelijk naar eigen zeggen interessant bij een gemiddeld elektrisch jaarverbruik van 13.000 kWh en dat is heel wat meer dan een gemiddeld huishouden jaarlijks verbruikt (3.000 kWh). Dat zou geen probleem hoeven te zijn als de brandstofcel alleen elektriciteit produceerde, maar met een ongeveer gelijke hoeveelheid warmte weet een gemiddeld huishouden zich geen raad. Wierenga: “Bij een dreigend overschot schakelt de installatie af. En dat wil je dus niet. Onze installatie kan tot 30% van het vermogen terugmoduleren, en is dus meer geschikt voor een enkel huishouden.”

Fotobron: Bo-Ex

Journalistiek en Redactie