Categorie archief: Overig

Installatiewereld kijkt naar politiek om koolmonoxidemaatregelen

De brancheverenigingen in de installatiesector zijn in afwachting van de reactie van het ministerie van Binnenlandse Zaken op het kritische rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) over koolmonoxidevergiftigingen. Zij zitten echter niet stil, proberen invloed uit te oefenen en laten van zich horen. Ondertussen zijn de eerste resultaten rond het OK CV keurmerk bemoedigend.

Door: Tijdo van der Zee
In: Gawalo, voorjaar 2016

Lees ook:
Vrijwillige keuring voor kwaliteitsborging CV-installatie
Koolmonoxidezaak zorgt voor opschudding in installatiewereld

Het rapport ‘Koolmonoxide, onderschat en onbegrepen gevaar’, dat de OVV in november – een half jaar later dan gepland – publiceerde, sloeg behoorlijk hard in. Koolmonoxide is niet alleen een probleem van oude open geisers, zo blijkt. Bijna de helft van de ongevallen tussen 2012 en 2014 gebeurde met moderne CV-ketels, waarbij de consument zelfs vaak een professioneel onderhoudscontract heeft afgesloten. Zowel de installatie als het onderhoudswerk van installateurs moeten beter, zo concludeert de OVV. Lees verder Installatiewereld kijkt naar politiek om koolmonoxidemaatregelen

‘De installatiebranche moet aantrekkelijk worden. Sexy.’

Hij hapte toe toen concurrent Imtech omviel, haalde een miljoenenorder van Defensie binnen met een branchevreemde partner en kocht de grootste energie-inkoper van Nederland. John Quist, nu ruim twee jaar directeur van technisch dienstverlener Unica, ziet de installatiebranche als een snoepwinkel. Maar is ook kritisch op de eigen branche. “Installateurs mogen best wat commerciëler gaan denken.”

Tijdens het gesprek in Unica’s hoofdkantoor in Hoevelaken, dat uitkijkt op het verkeer van de snelweg A1 (“beste zichtlocatie denkbaar”), passeert ‘lijst der lijsten’, de Top 20 Installatiebedrijven van Cobouw, meerdere keren de revue. Wie kukelt van het lijstje af, wie weet de concurrentie voor te blijven en wie stormt de eliteclub van 20 juist binnen? Nu is het niet zo dat de samenstelling één grote verrassing is; nummer 1 zal namelijk net als vorig jaar Engie zijn. Toch is de publicatie ieder jaar  iets om naar uit te kijken.

Quist wil stijgen op de lijst, zoveel is duidelijk. Het realiseren van groei is een belangrijke ambitie. “In vergelijking met de peer-groep, soortgelijke installatiebedrijven uit de top 20, groeien wij sterker. In de periode van 2013 tot 2015 zaten wij op 25%, terwijl de peers gemiddeld op de nullijn bleven.” Unica’s omzet vorig jaar bedroeg 292 miljoen euro. Dit jaar komt het bedrijf uit rond de 330 miljoen, misschien zelfs 340 miljoen euro. Lees verder ‘De installatiebranche moet aantrekkelijk worden. Sexy.’

Alliander maakt vaart met warmtenetten

Wat hebben Boxtel, Haarlem en Hengelo gemeen? Ze sloten afgelopen maanden alle drie een overeenkomst met Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO) om de mogelijkheden van een warmtenet voor woningen en bedrijven te onderzoeken. “Volgend jaar willen we dat er daadwerkelijk gegraven wordt bij drie à vier projecten”, zegt general manager Roelof Potters.

Begin deze maand tekenden drie woningcorporaties, de gemeente Haarlem en Alliander DGO een intentieovereenkomst om in het stadsdeel Schalkwijk een warmtenet te gaan ontwikkelen, met een geothermische bron als warmtebron. Volgens Potters is de business case “robuust”: als de woningcorporaties de helft van hun in totaal 6.000 woningen willen aansluiten, is het warmtenet al haalbaar. Dit terwijl er ongeveer 12.000 woningen in het verzorgingsgebied liggen en ook het Kennemer Gasthuis zou kunnen worden aangesloten. “En daarbij is rekening gehouden met de toekomstige energiebesparing in de woningen na renovatie.” Lees verder Alliander maakt vaart met warmtenetten

Nefit test brandstofcel in Utrechtse woningen

In een woongebouw in Utrecht hebben Bos Installatiewerken en ketelfabrikant Nefit Bosch een brandstofcel-hr-ketelcombi geplaatst die warm tapwater, warm cv-water en elektriciteit levert. Dit demonstratieproject moet informatie opleveren over het potentieel van deze technologie in de bestaande bouw.

In GAWALO & Installatie Journaal, december 2015

Tijdo van der Zee

Tot nu toe is hij dik tevreden, zegt bewoner Rens van Luijn. Om te bewijzen dat de brandstofcel in de ketelruimte werkt, loopt hij naar de naastgelegen badkamer en draait de warmwaterkraan open. En ja hoor, na een seconde of twintig slaat de damp inderdaad van de waterstraal af. Van Luijn maakt deel uit van woongemeenschap De KasKo, die huist in een complex van woningcorporatie Bo-Ex in de Utrechtse buurt Oudwijk. Dat Nefit Bosch juist hún complex heeft uitgezocht om de eerste Nederlandse brandstofcel voor woningen te plaatsen verbaast Van Luijn niet. De woongemeenschap is altijd al bezig geweest met duurzame oplossingen. Zo waren er tot voor kort twee HRe-(Stirling)ketels geïnstalleerd. Maar omdat één ermee ophield en het product niet langer actief in de markt wilde zetten, werd deze proefopstelling weer ontmanteld. Toen Nefit (dat overigens zelf ook gestopt is met de Stirling-technologie) op zoek ging naar een geschikte woning om de brandstofcel te installeren, was het contact via Bo-Ex en installateur Rogier Bos dan ook snel gelegd. Lees verder Nefit test brandstofcel in Utrechtse woningen

‘Bied crowdfunder zicht op rendement’

Van 2000 tot 2007 was investeren in films zeer lucratief. Via een fiscale maatregel kon elke investeerder rekenen op een aardig rendement. Maar deze zogenoemde CV-regeling was gevoelig voor misbruik.

Het animo onder investeerders was namelijk zo groot, dat zelfs slechte scripts een verfilming kregen. Maar met het stoppen van de regeling, droogde ook een belangrijke geldbron voor de filmindustrie op.

Sinds enkele jaren is er een nieuwe financieringsbron voor filmmakers: de cinefiele massa. Filmliefhebbers kunnen tegenwoordig in drie crowdfund-platforms – Voordekunst, EU1.tv en Cinecrowd – filminitiatieven financieel ondersteunen.

Cinecrowd kwam vorig jaar in het nieuws toen een project van regisseur Eddy Terstall, bekend van onder meer de film Simon, er in korte tijd een stevig bedrag ophaalde. De eerder geplande korte film kon ineens worden uitgewerkt tot een lange speelfilm. Terstall legt momenteel de laatste hand aan de film ‘Deal’.

Een groot succes was dat, beaamt Roel van de Weijer. Maar ‘Deal’ is zeker niet illustratief voor het gemiddelde project op Cinecrowd. Over het algemeen gaat het om kleinere bedragen. Ook moet niet de indruk ontstaan dat een film volledig gefinancierd kan worden door geld uit het crowdfund.

“Het gaat om de laatste 10 procent van de financiering. ‘Gap financing’ noemen we dat. Het grootste deel, zo’n 60 à 70 procent, komt van filmfondsen. Dan is er vaak nog een deel van grotere sponsors, zoals bedrijven.”

Die resterende 10 procent is echter belangrijker dan je op grond van het bedrag zou verwachten. “Veel filmfondsen, zowel in Nederland als daarbuiten, accepteren volledige financiering van één bron namelijk niet. Crowdfunding kan daarin een oplossing bieden.”

Daarnaast laat populariteit op het crowdfund-platform grotere financiers ook zien dat het project potentie heeft. “Maatschappelijk draagvlak”, noemt Van de Weijer dat. “En dat trekt die andere financiers dan weer over de streep.”

Hoewel al tientallen projecten via de drie crowdfund-platforms de beoogde hoeveelheid euro’s hebben opgehaald, merkt Van de Weijer dat de Nederlandse markt voor crowdfunding zijn beperkingen kent. Nederland is eigenlijk te klein. “We werken aan schaalvergroting. We kunnen sinds kort ook betalingen en projecten uit België ontvangen. Al leeft crowdfunding bij onze zuiderburen wel minder dan hier.” Lees verder ‘Bied crowdfunder zicht op rendement’

Vrijwillige keuring voor kwaliteitsborging CV-installatie

Eind februari werd op feestelijke wijze de eerste CV-ketel van het onderhoudslabel OK-CV voorzien. Waar moet een installateur aan voldoen om dit keurmerk te mogen voeren? En is het keurmerk nu af, of komt er wellicht nog meer bij?

In 2010 kwamen twee mensen om het leven in een flat in Meppel door het vrijkomen van koolmonoxide in een verkeerd geïnstalleerde CV-installatie. Eind februari deed de rechter in Assen eindelijk uitspraak in de zaak tegen de bedrijven Loodsluis en Rendo, die verantwoordelijk waren voor het onderhoud. Ze kregen ieder een boete opgelegd van 75.000 euro wegens nalatigheid, maar de bedrijven gingen hiertegen in beroep.

Henk Sijbring, voorzitter van de CV-ketelbrancheorganisatie VFK en voorzitter van de nieuwe stichting OVI (OK voor Installaties), die het OK-CV-keurmerk beheert, ziet in de treurige zaak een voorbeeld van wat er allemaal mis gaat in het beheer en onderhoud van CV-ketels. “Dit ongeluk was niet gebeurd als er een verplichte opleveringskeuring had plaats gevonden”, zo stelt hij onomwonden.

Om te voldoen aan de Europese richtlijn EPBD werkt het ministerie van Binnenlandse Zaken, onder leiding van minister Stef Blok, aan nieuwe regels voor de veiligheid en energiezuinigheid van cv-installaties. Vanaf 2016 zullen bouwers Lees verder Vrijwillige keuring voor kwaliteitsborging CV-installatie

Bouw Informatie Raad richt BIM-pijlen op MKB

Nu BIM in het werkproces van de grote bedrijven en de koplopers in de bouw een vaste plek heeft verworven, verlegt de Bouw Informatie Raad zijn focus naar het MKB. Want daar valt nog een wereld te winnen.

BIM is inmiddels gemeengoed in de bouw, zo concludeerde de ABN AMRO eind januari in het trendrapport ‘BIMmen in de bouw’. Eind 2014 maakte 72 procent van de aannemers en installateurs gebruik van BIM, en bijna de helft van de bedrijven die nu nog niet BIMmen verwacht dit de komende drie jaar toch zeker eens te proberen. Maar dit rooskleurige beeld is enigszins vertekend. Want uit het rapport komt ook naar voren dat de meeste BIMmende bedrijven nog altijd het merendeel van hun projecten op de traditionele manier uitvoeren. Een tweede vertekening ontstaat doordat ABN AMRO vrij grote bedrijven ondervroeg, met een gemiddelde omvang van 100 werknemers. In een eerder rapport in dezelfde reeks concludeerde ABN AMRO echter al dat kleinere mkb-bedrijven rond BIM nog altijd de kat uit de boom kijken. Dit terwijl het voor een soepel BIM-proces essentieel is dat deze kleinere spelers in de keten ook overstappen op BIM. En andersom geldt ook: bedrijven die niet overstappen zullen het op den duur erg moeilijk krijgen.

Het zijn deze BIM-lacunes waar de Bouw Informatie Raad (BIR) het komende jaar zijn tanden in gaat zetten, zo blijkt uit het recent gepubliceerde programmaplan voor 2015. Leo van der Geest is bij de BIR betrokken als vertegenwoordiger van de ingenieurs. In het dagelijks leven is hij BIM-informatiemanager bij ingenieursbureau Royal HaskoningDHV. Hij licht toe: “Eerder stelde de BIR dat ze zich zou opheffen als 20 procent van de markt zou BIMmen. Dat het vliegwiel dan zelf zou blijven draaien. Maar de praktijk blijkt weerbarstiger. We hebben gemerkt dat onze informatievoorziening nog steeds hard nodig is.”

Om BIM te stimuleren volgt de BIR twee lijnen, een ‘zachte’ en een ‘harde’. Via de d ‘zachte’ lijn werkt de BIR aan informatieverstrekking aan iedereen die met BIM in aanraking komt, van directeur tot BIM-specialist. Die informatie is heel concreet. Zo is er stappenplan geschreven voor bedrijven die BIM willen implementeren in de organisatie. Ook zijn er kenniskaarten, die prangende vragen aan de orde stellen, zoals wat de juridische consequenties zijn van werken met BIM. Van der Geest: “Bottom line is dat je dezelfde contracten kan gebruiken als vroeger, maar dat je aanvullende afspraken moet maken over wie wanneer zijn aanpassingen in het model verwerkt. Bij Royal HaskoningDHV hebben we er bijvoorbeeld voor gekozen om vaste overdrachtsmomenten te gebruiken en niet live en gelijktijdig in het model te werken. Wij hebben daarmee ons leergeld wel betaald.”

De tweede lijn van de BIR betreft de ‘harde’ aspecten van BIMmen, de ICT. Een sta-in-de-weg bij ketenbrede BIM-implementatie is het ontbreken van open standaarden, waardoor nog steeds veel tijd en geld verloren gaat bij het uitwisselen van data tussen de bouwpartners. Binnen de BIR zijn onder andere twee standaarden in ontwikkeling, COINS en CB-NL, waarbij COINS gericht is op de uitwisseling van BIM-data tussen  bouwpartners en CB-NL op standaardisering van termen in de bouw. Binnen de BIR is Dik Spekkink verantwoordelijk voor deze standaarden. “Het zijn open standaarden, die iedereen kan gebruiken”, zo stelt hij. Vooral CB-NL gaat de markt goede diensten bewijzen, zo vermoedt hij. “Als een verborgen dienaar onder de motorkap.” En wat doet CB-NL dan onder die motorkap? “Het zorgt er voor dat twee computerprogramma’s met elkaar kunnen praten. Het programma ArchiCAD neemt in het concept ‘deur’ bijvoorbeeld ook het deurkozijn mee, terwijl Revit alleen de losse deur bedoelt. Met CB-NL levert dit soort spraakverwarring geen probleem meer op.” De ‘mapping’ van ArchiCAD en Revit aan CB-NL zal vanuit de softwareleveranciers zelf moeten komen. Prioriteit bij Spekkink ligt bij het ‘mappen’ aan andere open (internationale) standaarden, zoals IFC.

Op de BIM Praktijkdag op 30 april draagt de BIR de CB-NL-bibliotheek (met inmiddels al zo’n 5000 concepten) én COINS officieel over aan het gloednieuwe BIM Loket, de beheerorganisatie voor BIM-standaarden. Ook standaarden van buildingSMART, CROW, ETIM, Geonovum, STABU en S@les in de bouw krijgen een plek krijgen in dit loket. Het gaat om het gezamenlijk beheer van de standaarden en gezamenlijke voorlichting aan de markt.  Gebruikers van de standaarden kunnen straks met alle vragen terecht bij één loket. Ook de onderlinge afstemming tussen de standaarden is een belangrijke taak van het loket. De door-ontwikkeling van de standaarden vindt bij de betrokken organisaties plaats. Een belangrijk aandachtspunt is verder de internationale aansluiting. “Wij willen onze CB-NL op termijn bijvoorbeeld weer inbrengen in de buildingSmart Data Dictionary, de internationale versie van de CB-NL. We nemen nu alvast bij elk concept een Engelse vertaling op. De bouwwereld wordt steeds internationaler. Dus de standaarden ook”, zegt Spekkink. De eerste twee jaar zal het BIM Loket financiële ondersteuning krijgen van de BIR. Later moet het loket op eigen benen staan.

————————————————-

‘Kopieer gewoon die Britse BIM-norm’

Begin 2014 namen het Europees Parlement en de Europese Raad van Ministers een nieuwe aanbestedingsrichtlijn aan, met daarin enkele aanwijzingen rondom het voorschrijven van BIM (artikel 22, lid 5). En zoals dat gaat bij EU-richtlijnen, moet ook deze twee jaar later, in dit geval dus in 2016, in de EU-lidstaten zijn geïmplementeerd. De Britse regering koos ervoor om de British Standard 1192 voor te schrijven en daarin BIM-niveau Level 2 te eisen. De Nederlandse overheid kiest – al sinds 2011 – voor een iets andere aanpak, namelijk het voorschrijven van de Rgd BIM Norm en het open bestandsformaat IFC. Om aan de richtlijn te voldoen hoeft er op dit punt niet aan de Nederlandse wetgeving gesleuteld te worden, vindt de overheid. “Met deze open norm stelt het Rijksvastgoedbedrijf rond BIM géén extra eisen, terwijl een niet-open bestandsformaat of softwarepakket wél extra eisen stelt. Hierdoor zien wij de nieuwe aanbestedingsrichtlijn op dit punt met vertrouwen tegemoet”, zo laat een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken weten.

BIR-lid Leo van der Geest kan zich goed vinden in de Britse aanpak. “De Britten zijn pragmatischer en schrijven concrete BIM-voorwaarden voor. Zo help je de markt beter vooruit dan met de vagere Nederlandse normen. Dat doen de Britten goed, net als de Finnen en de Denen trouwens. Dus kopieer die Britse aanpak. Een combinatie van de pragmatische, korte termijn aanpak van Engeland en onze langere termijn benadering met open standaarden zou ideaal zijn.”

In: Bouw & ICT, bijlage bij Cobouw, april 2015

Hoogleraar logistiek: ‘Er komen steeds meer afleverpunten’

Thuiswinkelen en de logistiek die dit met zich meebrengt, groeien elk jaar fors. Retailers en pakketbezorgers zien kansen, maar worstelen ook met lage winstmarges en complexe planningen, ziet Kees Jan Roodbergen, hoogleraar Kwantitatieve Logistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het aantal bezorgde pakketjes groeit al enige tijd zo’n zeven procent per jaar. Desondanks is deze markt nog altijd miniem vergeleken met de markt van de winkelbelevering, die andere tak van de last mile delivery. Toch wordt al volop nagedacht over de consequenties van deze groeimarkt. “Pakketbezorging groeit razendsnel. We moeten echt concepten gaan ontwikkelen die dit proces duurzaam kunnen maken”, zo stelt Roodbergen.

Een van de trends hierbij zijn afhaalpunten. Roodbergen: “Dat is zowel voor pakketbezorgers als retailers aantrekkelijk, want het beperkt het aantal aflevermomenten en trekt klanten eventueel de winkel in. En het is ook fijn voor klanten, want die hoeven niet meer een hele dag thuis te wachten op hun pakket.”

Toch zal op langere termijn de groei van het aantal afhaalpunten geremd worden, denkt Roodbergen. Want als bij thuislevering het aflevertijdstip steeds nauwkeuriger bepaald kan worden, zal die optie weer aantrekkelijk worden. “Als iemand zeker weet dat het pakketje tussen vier en zes bezorgd wordt, dan kan hij wel een uurtje eerder naar huis om even te wachten. En nu ook avondbestellingen en zondaglevering in opkomst zijn, wordt dit voor de klant een steeds betere optie.”dhl-packstation

Volgens Roodbergen is er bij consumenten vaak de vreemde notie dat logistiek gratis is. Retailers en bezorgdiensten hebben hen lang in die waan gelaten door bezorging niet in rekening te brengen, een tactiek die direct consequenties heeft voor de marges op hun producten. Maar deze opzet zal snel veranderen. “We zullen de komende tijd steeds meer prijsdifferentiatie zien. Je pakketje ophalen bij een afhaalpunt zal dan gratis zijn, terwijl je bij thuisbezorging betaalt. Elk tijdslot heeft dan zijn eigen prijs. Dit is iets wat Albert Heijn al jaren geleden heeft geïntroduceerd. Consumenten krijgen zo door dat logistiek wel degelijk een prijs heeft. Het zal ook bij de retailers en bezorgdiensten de druk wat van de ketel halen.”

Ziet Roodbergen nog grote verschuivingen optreden in de markt? Zullen er pakketbezorgers het loodje leggen? “Dat is lastig te zeggen. Ik denk wel dat er in de buitengebieden, de krimpregio’s, consolidatie zal optreden. Het is namelijk niet erg efficiënt dat iedereen met halflege auto’s zijn eigen pakketjes gaat bezorgen. Daar zal men waarschijnlijk gaan samenwerken. In de steden blijft genoeg ruimte voor meerdere partijen.”

In: Transport en Logistiek, bijlage bij de Telegraaf, April 2015

 

Haven Rotterdam richt blik landinwaarts

De Rotterdamse haven richt zijn blik niet uitsluitend op zee. Meer dan voorheen krijgt ook het Europese achterland de aandacht die het verdient. Met een geavanceerd synchromodaal boekingssysteem fungeren achterlandterminals in Nederland, België, Duitsland en zelfs Oostenrijk als verlengstuk van de grote Nederlandse zeehaven.

“European Gateway Services (EGS) brengt de deep sea terminals van ECT tot aan uw voordeur”, zo luidt een van de slogans van transportservicebedrijf EGS. Vanuit Rotterdam wordt geschakeld met terminals in steden als München, Wenen, Neuss, Venlo en Oss. Na het lossen uit het zeeschip worden de containers vervoerd naar een achterlandterminal in Europa. “De klant kan de containers vervolgens afhalen wanneer het hem uitkomt of ze just-in-time op de eindbestemming laten afleveren”, aldus EGS, een dochteronderneming van de Rotterdamse containerterminal ECT. Bedrijven kunnen hierbij gebruikmaken van douaneservices zoals papierloos transport.

“Dit is dé manier om van je achterlandnetwerk gebruik te maken”, zegt Albert Veenstra, sinds eind vorig jaar wetenschappelijk directeur bij Dinalog (Dutch Institute for Advanced Logistics) en daarvoor als senior wetenschapper bij TNO betrokken bij Ultimate, een onderzoeksproject om de containeroverslag in Rotterdam slimmer te maken. “Zo onderscheid je je als zeehaven van je Europese concurrenten.”

Rotterdam

European Gateway Services ontstond eigenlijk naar aanleiding van een luxeprobleem. Ruim tien jaar geleden trok de import vanuit China plotseling aan en Rotterdam bleek niet voorbereid op de vloedgolf aan containers, zo rond de 100.000 per week. Dat zijn opgeteld 22.000 vrachtwagens, 120 treinen en 475 volgeladen binnenvaartschepen. Veenstra: “Tot die tijd was de haven vooral gericht op de zee. Maar door de aanvoer uit China ging dat niet langer. Want de vervoerders waren van oudsher passief en haalden hun containers pas uit Rotterdam op als ze die nodig hadden. Dat leidde tot veel congestie. ECT besloot toen: laten wij die containers alvast naar achterlandterminals brengen, dat haalt de druk er een beetje af.”

Er werd een netwerk gebouwd met knooppunten in het achterland, waarbij trimodaliteit van het knooppunt de voorkeur had. Anders gezegd: het is handig als het knooppunt zowel vracht van het water als van het spoor en de weg kan verwerken. “Dat maakt het concept krachtig, want dan kan je altijd uitwijken naar een andere modaliteit, als dat nodig is”, legt Veenstra uit. “Synchromodaliteit heet dat met een duur woord.”

Synchromodaliteit staat nog in de kinderschoenen. Het staat partijen natuurlijk al decennia vrij om een bepaalde modaliteit te kiezen, maar die wordt dan ruim van tevoren gekozen. Juist het snelle schakelen tussen deze modaliteiten – de basis van synchromodaliteit – is nog lastig. “Het vereist heel goede samenwerking tussen vervoerders. Er moeten keuzes gemaakt worden over hoe de inkomsten verdeeld worden en het is ook juridisch allemaal nog niet dichtgetimmerd, want elke modaliteit kent zijn eigen regelgeving”, zo somt Veenstra op. “Het is zoeken naar de goede business case, maar de signalen staan op groen. Over een paar jaar vinden we het heel gewoon.”

In: Transport en Logistiek, bijlage bij de Telegraaf, April 2015

‘Denk na voor je je vervoersdata deelt’

De digitale vrachtbrief kan transport en distributie van goederen efficiënter maken en veel congestie-ellende voorkomen. Maar dat betekent niet dat logistieke partners hun vervoersdata gedachteloos moeten delen. Walther Ploos van Amstel, lector Citylogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam, ziet de kansen, maar ontwaart ook bedreigingen. Hij noemt er drie.

In de retail control tower van Albert Heijn komen de ritgegevens uit de boordcomputer van 25 transporteurs binnen. De grootgrutter combineert deze data met gedetailleerde verkeersinformatie en daardoor weet de vulploeg in de supermarkt precies wanneer ze klaar moet staan om de vrachtwagen uit te laden.

Een mooi voorbeeld van efficiënte distributie, meent Ploos van Amstel. “Vrachtwagens staan normaal 55 procent van de tijd stil. Logistieke planners houden rekening met files en ander oponthoud, die speelruimte bouwen ze in. Maar dat betekent dat die uitschieters de efficiëntie van het transport bepalen.” Het delen van vervoersdata kan dat proces verbeteren. “Daar ligt een grote kans. Een op de vijf vrachtwagens zou zo van de weg kunnen.”

Een ander mooi voorbeeld. Nu al delen transporteurs hun ritdata met wegbeheerders voor verkeersmanagement en het optimaliseren van onderhoud aan infrastructuur. Handig, want daardoor kan de overheid zware vrachtwagens wegleiden van kwetsbare wegen of vrachtwagens met giftige vracht bij dichte mist adviseren niet de weg op te gaan. “Dit systeem bespaart op wegonderhoud, verhoogt de veiligheid en voorkomt files. Prachtig”, zegt Ploos van Amstel.

De digitale ontwikkelingen in transport en logistiek gaan snel. Zo snel zelfs, dat directies zich vaak voor voldongen feiten gesteld zien. Ploos van Amstel: “De slimme jongens bij bedrijven gaan er vaak als fanatieke hobbyisten mee aan de slag en blijven onder de radar van het topmanagement. Pas als er geen weg meer terug is, krijgen zij er van te horen. Er is dan geen beleid over data delen, men loopt achter de feiten aan.”

Waarom is dat een probleem? “Er kan nogal wat mis gaan bij digitalisering. Er zijn nu al samenwerkingsverbanden waar het piept en kraakt omdat er geen goede afspraken gemaakt zijn.” Walther Ploos van Amstel ziet drie bedreigingen: diefstal door zwakke cyberbeveiliging, geschillen over het eigendom van data en het optrekken van nieuwe data-grenzen in de EU.

Walter ploos van Amstel, Lector Citylogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam

Een vrachtwagen vol met Ketel 1 wodka, sigaretten, Playstations, Gucci-zonnebrillen of -handtassen. Een fijne buit. Logistiek dienstverleners die hun digitale vrachtbrief niet goed versleuteld hebben, lopen de kans dat hackers er op inbreken en bijvoorbeeld digitaal de vrachtwageninhoud of het afleveradres veranderen. Volgens Ploos van Amstel wordt beveiliging nog geregeld niet serieus genoeg genomen, met alle risico’s van dien.

Een ander probleem betreft het eigendom van de data. In Amsterdam rijden bijna driehonderd witte elektrische Smarts van het bedrijf Car2Go. De ritgegevens van deze autootjes zijn het eigendom van Car2Go. “Die data zijn goud waard. Van die vervoersstromen kan je veel leren. Toen de gemeente Amsterdam de vergunning gaf, had het die data moeten eisen, maar het bedrijf hield ze voor zichzelf.” Voor het taxibedrijf Uber geldt hetzelfde: “Met big data maken ze tactische planningen. Chauffeurs halen nu met minder uren en minder kilometers dezelfde omzet.”

Deze zaken spelen ook in de transportwereld, want 180 miljoen digitale vrachtbrieven per jaar leveren een schat aan informatie op. “Voor je het weet staat er een soort Booking.com voor de transportsector op die de optimalisatie van de logistiek gaat verzorgen. Dat bedrijf boekt dan grote winsten met big data die transporteurs gratis weggaven. En de transporteurs blijven achter met lage tarieven.” Wie de big data bezit heeft ‘ongelofelijke macht’ in de keten, stelt Ploos van Amstel. “Big data maakt de supply chain beter. Maar we moeten wel zorgen dat die data van iedereen blijven.” Ploos van Amstel ziet hier een schone taak voor brancheorganisatie TLN.

Het derde gevaar dat Ploos van Amstel ziet opdoemen komt van Europese overheden. Want die creëren nu allemaal eigen regels rond intelligente transportsystemen (ITS). “Door de open grenzen van Europa kost een Italiaans kaasje in Nederland nu net zoveel als in Italië zelf. Super goed natuurlijk. En die grenzen moeten dus honderd procent open blijven.” Maar door ITS moeten transporteurs straks bij elke grens aanloggen aan een ander systeem. Dat kost veel geld en het gevaar bestaat dat daarmee lokale ondernemers worden voorgetrokken. “Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu moet er in Europa voor strijden dat het wegennet echt open blijft.”

In China stuurt het ICT-bedrijf Li & Fung duizend producenten in de keten aan, vergroot daarmee de efficiëntie en laat zo de export groeien. Ook in Nederland zijn er sectoren waar digitalisering zijn vruchten afwerpt. Door de onlineverkoop bij de bloemenveiling in Aalsmeer bijvoorbeeld, zien kwekers hun export groeien. In de Nederlandse transport- en distributiesector gaat deze vlieger helaas niet op. “Digitalisering is belangrijk en we moeten het gaan doen. Maar bij ons levert digitalisering geen groei op. De koek wordt er juist kleiner door. De vraag is bij wie dat terecht gaat komen.”

In: Transport en Logistiek, bijlage bij de Telegraaf, April 2015